10.4: Het verteringsstelsel + 10.5: organen voor vertering

Hoofdstuk 10: het verteringsstelsel
1 / 19
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 19 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 10: het verteringsstelsel

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?

Uitleg basisstof 10.4 + 10.5 (15 min.)
Aan het werk


Slide 2 - Slide

Leerdoelen 10.4

-Je kunt omschrijven wat vertering is
-Je kent vijf verteringsklieren
-Je kunt de functie van darmperistaltiek omschrijven

Tip: maak onder de les aantekeningen

Slide 3 - Slide

Leerdoelen 10.5

-Je kunt de delen van het verteringstelsel noemen met hun functie
-Je kent de functies van speeksel en maagsap 

Tip: maak onder de les aantekeningen

Slide 4 - Slide

Verteringsstelsel
  • Alles wat je eet of drinkt gaat door het verteringsstelsel

  • Doel van het verteringsstelsel: Het klein maken van voedsel, zodat de voedingsstoffen opgenomen kunnen worden door de darmwand.

Slide 5 - Slide

Verteringssappen
  • Vertering gebeurt met                     verteringssappen

  • Die verteringssappen worden gemaakt in de verteringsklieren (zie afbeelding)


Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Mondholte
Voedsel komt hier je lichaam binnen
Gebit -> afbijten en kauwen

Speekselklieren -> speeksel (1,5 l p.d)
- voedsel glijdt beter, kunt makkelijker slikken
-Doodt bacteriën in het voedsel
-Helpt met de vertering van zetmeel

Slide 8 - Slide

Keelholte
Met je tong duw je het voedsel vanuit de mondholte in de keelholte 
 

  • Neusholte wordt afgesloten door huig.
  • Luchtpijp wordt afgesloten door strotklepje.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Maag

Maag kneedt voedsel met maagsap 
(gemaakt in maagsapklieren in de maagwand)
-doodt bacteriën
-helpt bij de vertering van eiwitten

Maagportier = kringspier aan het eind van de maag/sluit maag af. Laat steeds kleine beetjes door naar de 12-vingerige darm. (tijdelijke opslagplek)

Slide 11 - Slide

Twaalfvingerige darm
De lever en alvleesklier komen hierop uit.

Gal: 
-gemaakt in de lever
-opslag in galblaas
-via galbuis naar 12 vingerige darm 
- maakt grote vetdruppels kleiner (geen sap, maar helpt wel verteren)

Slide 12 - Slide

Alvleesklier (6)
Produceert alvleessap


Alvleessap verteert:
eiwitten 
koolhydraten 
vetten

Slide 13 - Slide

Dunne darm
In de wand liggen darmsapklieren
Die maken darmsap. 
-Maken de vertering van eiwitten en koolhydraten af

In dunne darm --> veel water met opgeloste voedingsstoffen en verteringsproducten --> bloed in

Slide 14 - Slide

Darmplooien
De dunne darm heeft darmplooien in de wand
Daarop staan uitstulpingen: darmvlokken

In darmvlokken liggen bloedvaten, de wand van darmvlokken is erg dun --> water met opgeloste stoffen kan door de wand heen --> bloed

Slide 15 - Slide

Dikke darm
Ongeveer 1,5 M lang

Onverteerde voedselresten komen in de dikke darm.
Bevat veel bacteriën.

Water wordt opgenomen in het bloed --> dikke brei blijft over

Slide 16 - Slide

Endeldarm
Onverteerde voedselresten gaan naar de endeldarm
Daar worden ze tijdelijk opgeslagen

Het darmkanaal wordt afgesloten door een kringspier: anus
Als de endeldarm vol is --> poepen

diarree = dikke darm haalt te weinig water uit je voedselresten

Slide 17 - Slide

Darmperistaltiek
  • Voortduwen van voedsel door aanspannen en ontspannen         darmperistaltiek
  • Voedselbrij kneden en vermengen met sappen en voortduwen

Slide 18 - Slide

Aan het (huis)werk

Lees blz. 39 t/m 58
Maak basisstof 10.4: opdracht 1, 2, 3, 4, 5, 6
Maak basisstof 10.5: opdracht 1, 2, 4, 5, 8

Oefen 
















https://biologiepagina.nl/Oefeningen/Verteringsstelsel/verteringsstelsel.htm

Slide 19 - Slide