De trappen van vergelijking

Tekst
Trappen van vergelijking
1 / 26
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 25 min

Items in this lesson

Tekst
Trappen van vergelijking

Slide 1 - Slide

Wat zijn de trappen van vergelijking??

Slide 2 - Slide

De hond is kleiner dan  de andere hond. Jij bent beter dan hij.
Hij is de grootste jongen in de klas.
Ik doe het liever. 

Slide 3 - Slide

Gelukkig !!!
De Duitse trapen van vergelijking lijken op de Nederlandse.

Kijk naar de volgende zinnen.   

Slide 4 - Slide

Der  linke Hund ist kleiner 

Slide 5 - Slide

Obelix ist langsamer 

Slide 6 - Slide

Das Mädchen ist am kleinsten

Slide 7 - Slide

Der rechte Mann ist der glücklichste Mann 

Slide 8 - Slide

Zijn er uitzonderingen !!!!!
Helaas wel !!!!
Kijk naar de volgende video !!!!

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Hoe ga je vergelijken in het Duits ??
Hij is groter dan hij 
Anne is niet zo groot als Richard.
Kijk naar de video !!!!

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Jack ist klein....... als Averell

Slide 13 - Open question

J Joe ist ...... ........... (klein)

Slide 14 - Open question

Meine Schwester ist ...
als ich!
A
kleinest
B
kleinerest
C
kleiner
D
klein

Slide 15 - Quiz

Dein Buch ist ... als mein Buch.
A
neuere
B
neuer
C
neurer
D
neuest

Slide 16 - Quiz

kies de vergrotende trap van:
gern, ...
A
gern
B
lieber
C
liebst
D
gerner

Slide 17 - Quiz

kies de overtreffende trap van:
gut ...
A
am besten
B
besser
C
guter
D
gutst

Slide 18 - Quiz

Es ist am ...............
A
kalt
B
kälter
C
kältesten
D
kältsten

Slide 19 - Quiz

Jan ist lang, Johen ist ... ,
aber Fritz ist am längsten
A
langer
B
länger

Slide 20 - Quiz

Maak de vertaling af...:
Zij koopt meer dan hij.
Sie kauft mehr.....

Slide 21 - Open question

maak de vertaling af...:
Mijn broer is groter dan mijn zus.
Mein Bruder ist ... ... meine Schwester.

Slide 22 - Open question

maak de vertaling af... :
De kerstvakantie is langer dan de herfstvakantie.
Die Weihnachtsferien sind ... ... die Herbstferien.

Slide 23 - Open question

           ENDE

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Link

Slide 26 - Link