woordpakket 22 -em, -elen, eren. enen

Hoe schrijf je het woord?
A
heersenen
B
herssenen
C
hersenen
D
hersene
1 / 11
next
Slide 1: Quiz
SpellingBasisschoolGroep 5

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes.

Items in this lesson

Hoe schrijf je het woord?
A
heersenen
B
herssenen
C
hersenen
D
hersene

Slide 1 - Quiz

Welke woorden zijn goed geschreven?
A
knikeren
B
knikere
C
knikkeren
D
knickeren

Slide 2 - Quiz

Welke woorden zijn goed geschreven?
A
schomelen
B
schommelen
C
sjommelen
D
shommelen

Slide 3 - Quiz

Welke woorden zijn goed geschreven?
A
sjmikkele
B
smikkele
C
schmikkelen
D
smikkelen

Slide 4 - Quiz

Welke woorden zijn goed geschreven?
A
beezem
B
beecem
C
besem
D
bezem

Slide 5 - Quiz

Welke woorden zijn goed geschreven?
A
schilderen
B
sjilderen
C
shilderen
D
schildere

Slide 6 - Quiz

Welke woorden zijn goed geschreven?
A
wandelen
B
waandelen
C
waandeelen
D
wandeleen

Slide 7 - Quiz

hoe schrijf je het woordje

Slide 8 - Open question

hoe schrijf je het woordje

Slide 9 - Open question

hoe schrijf je het woordje

Slide 10 - Open question

hoe schrijf je het woordje

Slide 11 - Open question