SB - didactische modellen

Studiebegeleiding - didactische modellen
1 / 22
next
Slide 1: Slide
StudiebegeleidingHBOStudiejaar 2

This lesson contains 22 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Studiebegeleiding - didactische modellen

Slide 1 - Slide

Conclusie
Lesklimaat en klassenmanagement zijn over het algemeen op orde

Leskwaliteit kan beter, vooral als het gaat om aspecten van:
- instructie
- afstemming op verschillende leerlingen
- het stimuleren van zelfregulerend leren

Slide 2 - Slide

Algemene didactiek en vakdidactiek
Didactisch concept
Didactisch modellen
Didactische werkvormen

Slide 3 - Slide

Didactische concepten
Het didactisch concept is gebaseerd op de visie van de school in de wijze waarop kinderen tot ontwikkeling komen. 

Slide 4 - Slide

Opdracht:
Je krijgt 3 minuten de tijd om voor jezelf het didactisch concept van jouw stageschool te omschrijven (je mag op de site van je stageschool kijken).

Dit gaan we daarna in tweetallen met elkaar bespreken.

Slide 5 - Slide

Didactische modellen
Het didactisch model is een concreter niveau van didactiek dan het hiervoor beschreven concept en beschrijft stapsgewijs hoe de onderwijsleeractiviteit is opgebouwd.


- didactische modellen
- vakspecifieke didactische modellen


Slide 6 - Slide

Didactische modellen
- (Expliciete) Directe Instructiemodel (EDI)
- De cyclus van onderzoekend en ontwerpend leren
- Model Didactische Analyse (MDA) van Van Gelder


Slide 7 - Slide

DI: ADI - IGDI - EDI
Directe Instructie is een model voor instructie, inoefening en verwerking. Het is een gestructureerde wijze van lesgeven, waarbij de activiteiten elkaar in een vaste volgorde opvolgen. 
Bij Activerende Directe Instructie doorlopen de leerkracht en leerling samen op een interactieve manier de stappen in de onderwijsleersituatie. Meer aandacht voor activeren leerlingen.  
Kenmerkend voor Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie is dat er wordt gedifferentieerd. Het gaat hier om convergente differentiatie
Met Expliciete Directe Instructie wordt concrete en zichtbare instructie bedoeld. Het expliciete karakter bestaat eruit dat de leerkracht duidelijke leerdoelen stelt en deze aan het begin van de les benoemt.

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

(Expliciete) Directe Instructiemodel

Lesdoel 
Activeren van voorkennis
Instructie
Begeleide inoefening
Kleine lesafsluiting
Zelfstandige verwerking
Verlengde instructie 
Grote lesafsluiting

Slide 11 - Slide

Rol/vaardigeheden leerkracht:
Controleren van begrip
Eerst instructie geven, dan pas vragen stellen 
Denktijd bieden
Willekeurig beurten geven
Luisteren
Feedback geven
Uitleggen
Voordoen
Hardop denken

Slide 12 - Slide

Voorbeeld:
Lesdoel: Aan het einde van de les kunnen de leerlingen vanuit de context de volgende vaardigheid toepassen: plussommen tot en met honderd splitsend (=gekozen strategie) uitrekenen met behulp van geld.
Activeren van voorkennis: Mix en ruil - plussommen t/m 20.
Instructie: Uitleggen en voordoen hoe je een plussom t/m 100 splitsend uit kan rekenen m.b.v. geld.
24 euro + 35 euro =
20 + 30 = 50 euro
4 + 5 = 9 euro
50 + 9  = 59 euro
Begeleide inoefening:
Kleine afsluiting: Er worden 3 oefensommen gegeven die de leerlingen individueel met geld uitrekenen. Ze schrijven hun antwoord op hun wisbordje.






Slide 13 - Slide

Voorbeeld:
Zelfstandige verwerking: De leerlingen maken zelfstandig de les uit hun boek. Ze mogen geld gebruiken om de sommen uit te rekenen maar dit is niet verplicht.
Verlengde instructie: De leerlingen maken de sommen aan de instructietafel samen met de leerkracht. Bij elke som wordt geld gebruikt om de som uit te rekenen. Er wordt eerst gestart met makkelijkere sommen (bijvoorbeeld 20 + 30 & 20 + 40 =).
Grote afsluiting: Vraag wat het lesdoel van deze les was. Wie lukt het om deze sommen splitsend met geld uit te rekenen en wie vindt dit nog lastig (smiley tekenen op je wisbordje) Wie kan er een voorbeeld geven wanneer je deze sommen in je dagelijkse leven tegen kan komen (koppeling maken naar de praktijk).

Slide 14 - Slide

Onderzoekend en ontwerpend leren

Slide 15 - Slide

Voorbeeld:
Confronteren:  De leerkracht heeft in beide handen een stuiterbal en gooit deze hard op de grond. Welke bal stuitert hoger? Welke bal stuitert het langste door?
Verkennen: Inventariseren welke factoren het stuiteren van een bal beïnvloedden. Leerlingen experimenteren in groepjes. Leerkracht doet een stap terug en laat de leerlingen aanrommelen. Aan het einde inventariseert hij/zij bij leerlingen de vragen. Onderzoeksvraag wordt opgesteld.
Opzetten experiment: Leerlingen verzamelen benodigde materialen, bedenken hoe ze eerlijk gaan meten en bedenken in welke stappen ze het experiment gaan uitvoeren.
Uitvoeren experiment: Het experiment wordt uitgevoerd en de resultaten worden geordend (eventueel in grafiek/diagram genoteerd).
Concluderen: Er worden conclusies getrokken en er wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvraag.  
Presenteren: De uitkomst van de onderzoeksvraag wordt gepresenteerd.
Verdiepen en verbreden: Er worden vervolgvragen bedacht die aansluiten op dit onderzoek.

Slide 16 - Slide

Model Didactische Analyse (MDA) van Van Gelder

Slide 17 - Slide

Vakspecifieke didactische modellen

Slide 18 - Slide

Didactische werkvormen
Didactische werkvormen zijn de activiteiten die de kinderen en de leerkracht ondernemen.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Oefenen:
Ontwerp een les volgens één van de didactische modellen die wij net hebben besproken.

Slide 21 - Slide

Oefenen:
Beginsituatie: In de afgelopen leerjaren hebben de leerlingen tijdens de rekenles al kennis gemaakt en geoefend met het maken en aflezen van een tabel, lijngrafiek, cirkel- of staafdiagram. Tijdens de lessen WO (Blink) zijn de leerlingen ook grafieken, tabellen en diagrammen tegengekomen tijdens het uitvoeren van mini-onderzoeken. Het invullen lukt bij bijna alle leerlingen goed. Het interpreteren van de gegevens vinden een aantal leerlingen nog lastig.

Lesdoel: Aan het einde van deze les kan je gegevens verzamelen, ordenen en weergeven in een passende grafische voorstelling (zoals in een tabel, lijngrafiek, cirkel-, of
staafdiagram). 

Slide 22 - Slide