What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
Afsluitende themaquiz: samenleven
Samenleven
Jaar 2
1 / 22
next
Slide 1:
Slide
Burgerschap
test
Praktijkonderwijs
Leerjaar 2
This lesson contains
22 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
30 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Samenleven
Jaar 2
Slide 1 - Slide
Themaquiz
Deze themaquiz bestaat uit twee type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtvragen)
De themaquiz bestaat uit achttien vragen.
Veel succes!
Waar
ben ik?
Slide 2 - Slide
Startles:
Media
Les:
De maatschappij
1. Wat is een ander woord voor de maatschappij?
A
bedrijven
B
cultuur
C
samenleving
D
werken
Slide 3 - Quiz
Startles:
Media
Les:
De maatschappij
2. "Iedereen is onderdeel van de maatschappij."
Deze uitspraak is ...
A
juist
B
onjuist
Slide 4 - Quiz
Startles:
Media
Les:
De maatschappij
3. In een maatschappij zijn waarden en normen heel belangrijk.
Gelijkheid is een voorbeeld van een ...
A
waarde
B
norm
Slide 5 - Quiz
Startles:
Media
Les:
De maatschappij
4. "In de maatschappij vinden we allemaal precies hetzelfde belangrijk."
Deze uitspraak is ...
A
juist
B
onjuist
Slide 6 - Quiz
Startles:
Media
Les:
Ik en de ander
5. Wat wordt bedoeld met 'de ander'?
A
iemand anders
B
aliens
C
mensen uit andere gebieden
Slide 7 - Quiz
Startles:
Media
6. Verschillend denken over iets is helemaal niet erg. Het is wel belangrijk dat je elkaar in waarde laat.
Wat bedoelen we met "elkaar in waarde laten"?
Les:
Ik en de ander
A
vragen hoeveel geld iemand heeft
B
respect hebben voor elkaar
C
altijd heel lief voor elkaar zijn
Slide 8 - Quiz
Startles:
Media
7. Ook al laat je iemand in zijn waarde, dan kan het toch gebeuren dat je anders over iets denkt.
Als dat gebeurt, heb je een meningsverschil. Een meningsverschil hebben is echter niet hetzelfde als een ruzie.
Les:
Ik en de ander
A
juist
B
onjuist
Slide 9 - Quiz
Startles:
Media
8. Wat betekent gelijkheid?
Les:
Ongelijke kansen
A
Iedereen moet hetzelfde verdienen.
B
Iedereen moet met gelijke kansen kunnen starten.
C
Iedereen moet naar dezelfde school gaan.
Slide 10 - Quiz
Startles:
Media
9. Vooroordelen zijn meningen die niet op feiten gebaseerd zijn. Bijvoorbeeld: Domme blondjes of gierige Nederlanders.
Waarom kunnen vooroordelen bijdragen aan
kansenongelijkheid
?
Les:
Ongelijke kansen
A
Omdat we de mensen waar we een vooroordeel over hebben geen eerlijke kans geven.
B
Omdat vooroordelen ervoor zorgen dat iedereen een eerlijke kans krijgt.
Slide 11 - Quiz
Startles:
Media
10. Gelijke kansen en eerlijke kansen betekenen precies hetzelfde.
Deze uitspraak is ...
Les:
Ongelijke kansen
A
juist
B
onjuist
Slide 12 - Quiz
Startles:
Media
11. Wat is
geen
voorbeeld van criminaliteit?
Les: Criminaliteit en straffen
A
diefstal
B
moord
C
mishandeling
D
voordringen
Slide 13 - Quiz
Startles:
Media
12. In de samenleving hebben we opgeschreven wat wel en niet mag. Iedereen moet zich aan deze regels houden.
Dit noemen we ...
Les: Criminaliteit en straffen
A
wetten
B
mondelinge afspraken
C
boetes
Slide 14 - Quiz
Startles:
Media
13. "Strafbaar gedrag is hetzelfde als asociaal gedrag."
Deze uitspraak is ...
Les: Criminaliteit en straffen
A
juist
B
onjuist
Slide 15 - Quiz
Startles:
Media
14. Niet alles wat strafbaar is, is even erg.
We maken daarom een verschil tussen ...
Les: Criminaliteit en straffen
A
overtredingen en misdrijven
B
misdrijven en misdaden
C
strafbaar gedrag en overtredingen
D
overtredingen en asociaal gedrag
Slide 16 - Quiz
Startles:
Media
15. Als je iets doet wat strafbaar is dan noemen we dit strafbaar gedrag. Als je hiermee gepakt wordt, krijg je een straf.
Deze straf is
altijd
een celstraf.
Les: Criminaliteit en straffen
A
juist
B
onjuist
Slide 17 - Quiz
Toepassingsvragen en inzichtvragen
Slide 18 - Slide
16. Iedereen is onderdeel van de maatschappij. Noem drie
waarden
die jij belangrijk vindt in de maatschappij.
Les:
De maatschappij
Slide 19 - Open question
17. Leg uit dat gelijke kansen en eerlijke kansen wat anders betekenen.
Les:
(on)gelijke kansen
Slide 20 - Open question
18. Leg uit waarom je niet voor alles wat strafbaar is altijd een celstraf krijgt.
Gebruik in je antwoord de woorden 'overtredingen' en 'misdrijven'.
Les: Criminaliteit en straffen
Slide 21 - Open question
Einde van de themaquiz: Samenleven Jaar 2
Slide 22 - Slide
More lessons like this
Hoofdstuk 6 - Het strafproces: wat gebeurt er na de rechtszaak?
September 2025
-
39 slides
Maatschappijkunde
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 3,4
Seneca Burgerschap
Hoofdstuk 6 - Het strafproces: wat gebeurt er na de rechtszaak?
September 2025
-
39 slides
Maatschappijkunde
Middelbare school
vmbo
Leerjaar 3,4
Seneca Burgerschap
Hoofdstuk 9 - Bindingsvraagstuk: Veiligheid en criminaliteit | HAVO
February 2026
-
105 slides
Maatschappijwetenschappen
Middelbare school
havo
Leerjaar 4,5
Seneca Burgerschap
Hoofdstuk 8 - Bindingsvraagstuk: Veiligheid en criminaliteit | VWO
May 2022
-
88 slides
Maatschappijwetenschappen
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4-6
Seneca Burgerschap
Hoofdstuk 8 - Bindingsvraagstuk: Veiligheid en criminaliteit | VWO
April 2022
-
88 slides
Maatschappijwetenschappen
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4-6
Seneca Burgerschap
Mensbeelden (4/5)
September 2019
-
19 slides
Maatschappijleer
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4-6
Seneca Burgerschap
Mensbeelden (4/5)
September 2019
-
19 slides
Maatschappijleer
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4-6
Seneca Burgerschap
Hoofdstuk 9 - Bindingsvraagstuk: Veiligheid en criminaliteit | HAVO
February 2026
-
105 slides
Maatschappijwetenschappen
Middelbare school
havo
Leerjaar 4,5
Seneca Burgerschap