woorden woordenlijst 7

woorden woordenlijst 7
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsHBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

woorden woordenlijst 7

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Aanvankelijk dacht ik dat de opleiding moeilijk zou zijn.
aanvankelijk =
A
aan het begin
B
aan het einde
C
in het midden
D
weet niet

Slide 5 - Quiz

Het weer is betrekkelijk mooi zomers.
betrekkelijk =
A
een beetje
B
nogal
C
heel veel
D
weet niet

Slide 6 - Quiz

Ik ga verhuizen naar elders in de stad Utrecht.
elders =
A
andere plek
B
dichtbij
C
buiten
D
weet niet

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Ik kan jou eventueel ook met de auto brengen.
eventueel =
A
als het echt niet anders kan
B
beslist
C
als het nodig is
D
weet niet

Slide 11 - Quiz

Geld is betrekkelijk voor het geluk dat je voelt.
betrekkelijk =
A
in verhouding tot iets anders
B
heel veel
C
heel weinig
D
weet niet

Slide 12 - Quiz

Als je de tekst globaal leest, weet je meestal wel wat het onderwerp is.
globaal=
A
precies
B
ongeveer
C
alleen de hoofdzaken
D
weet niet

Slide 13 - Quiz

Mijn vader probeerde tevergeefs de wasmachine te repareren.
tevergeefs =
A
zodat het lukt
B
zonder dat het lukt
C
het lukt een beetje
D
weet niet

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Globaal weet ik wat mijn taken zijn.
globaal=
A
precies
B
ongeveer
C
helemaal niet
D
weet niet

Slide 18 - Quiz

Ik kan nauwelijks geloven dat ik mijn diploma heb gehaald.
nauwelijks=
A
helemaal
B
bijna niet
C
helemaal niet
D
weet niet

Slide 19 - Quiz

Aanvankelijk was de stage moeilijk.
Nu begrijp ik alles.
aanvankelijk=
A
aan het begin
B
in het midden
C
aan het einde
D
weet niet

Slide 20 - Quiz

Ik denk dat je elders moet zoeken, want wij hebben geen werk.
elders=
A
op dezelfde plek
B
op een andere plek
C
ergens anders
D
weet niet

Slide 21 - Quiz

Slide 22 - Slide

Mijn vraag is bestemd voor jou en niet voor jouw zus.
bestemd zijn voor=
A
onderdeel van
B
uitgaan van
C
bedoeld zijn voor
D
weet niet

Slide 23 - Quiz

Ik baseer mijn informatie op de nieuwsberichten.
baseren op=
A
waar de informatie vandaan komt
B
van bepaalde informatie uitgaan
C
informatie geven aan het nieuws
D
weet niet

Slide 24 - Quiz