Selecteer de cellen en geef kaders aan door randen in te stellen.
Indien je hebt gekozen voor getalnotattie getal noteer je 0,25, indien je hebt gekozen voor getalnotatie procenten noteer je 25,00.
Markeer de cellen in verschillende kleuren.
Geef de tekst een kleur.
Stel het aantal decimalen (hoeveelheid cijfers achter de komma) in.
Slide 2 - Slide
Bereken het gemiddelde door het = teken in de cel te plaatsen en het geselecteerde cijfer keer de weging te doen, noteer het + teken om meerdere cijfers op te tellen.
Slide 3 - Slide
Zet de formules in een rij vast met het $ teken om de wijzigingen herhalend door te voeren.
Slide 4 - Slide
Vind onder het tablad Invoegen bij dit icoon de formules.
Krijg een overzicht van de formules per categorie.
Slide 5 - Slide
Voer het = teken met de benaming van een formule in. Er verschijnt een lijst met formules, bijvoorbeeld SOM. Klik dubbel op de formule en de formule wordt toegevoegd in de cel. Selecteer vervolgens de benodigde gegevens.
Slide 6 - Slide
Sleep de wijzingen naar beneden om herhalen door te voeren.
Deze bediening werkt ook van beneden naar boven en horizontaal en verticaal.
Slide 7 - Slide
Onder voorwaardelijke opmaak bepaal jij zelf welke waarden automatisch worden gemarkeerd. Selecteer de cellen die je voorwaardelijk wilt opmaken, bijvoorbeeld een cijferlijst.
Maak een keuze voor welke markering jij wilt laten toepassen. Bijvoorbeeld: Groter dan betekent dat gegevens worden gemarkeerd die groter zijn dan ...
Slide 8 - Slide
Selecteer alle gegevens, druk op de rechtermuisknop en sorteer op op- of aflopend of aangepast. Handig om snel overzicht te krijgen in de behaalde cijfers.
Slide 9 - Slide
In deze simulatie heb je de functies van Microsoft Excel doorlopen. Je weet nu wat de belangrijkste knoppen van Microsoft Excel zijn en wat je ermee kunt.