Kennisversterker - bio bb - module A

Kennisversterker 
biologie bovenbouw- module A
4 lessen van 45 min.
1 / 26
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kennisversterker 
biologie bovenbouw- module A
4 lessen van 45 min.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Voorkennis activeren
maak de voorkennistoets van thema 1
individueel, in stilte
BiNaS en boek mag je erbij houden
7 minuten

KLAAR? maak de voorkennistoets van thema 2
Resultaten delen en bespreken

Slide 3 - Slide

Voorkennis activeren
  • Wat was jouw resultaat?
  • Waar moet je nog herhalen?

Slide 4 - Slide

1.5 Transport door membranen
Stoffentransport in cellen
Concentratie
Diffusie
Osmose
Osmotische waarde en osmotische druk
Membranen zijn semipermeabel
Osmose bij dierlijke cellen
Stevigheid door osmose
Passief transport
Transporteiwitten: passief en actief transport
Wat ken je al wel en wat nog niet?

Slide 5 - Slide

BS 5 Transport door membranen
Deel 1

Slide 6 - Slide

Celmembraan
flexibele laag rondom cellen en celorganellen

functie = afsluiten van de celinhoud  en bepalen wat er in en uit de cel gaat

opgebouwd uit fosfolipiden.

Slide 7 - Slide

2 soorten transport
gaat tegen de concentratiegradiënt in
kost wel energie

Slide 8 - Slide

Passief transport
Diffusie en osmose
Watertransport
Ionentransport
Grotere moleculen
Fosfolipiden 
Aquaporines
bv. water
bv. Na+, Cl-, K+
bv. glucose
bv. O2 en CO2
Ionenkanaaltjes
Transporteiwitten
Diffusie          Osmose
Gefaciliteerde diffusie

Slide 9 - Slide

Diffusie

  • in gas of vloeibaar
  • resultaat homogene verdeling
  • snelheid: temperatuur
= de verplaatsing van een opgeloste stof van een plek met een hoge concentratie naar een plek met een lage concentratie.

Slide 10 - Slide

Osmose 

Slide 11 - Slide

Semipermeabel of selectief permeabel
alleen sommige moleculen kunnen er wel doorheen

  • water vaak wel
  • opgeloste stoffen (zout/suiker) niet
  • bij een semipermeabel membraan is er osmose 

Slide 12 - Slide

Osmose bij dierlijke cellen
hypotone oplossing BUITEN de cellen

water gaat door osmose de cel in en knapt uiteindelijk 
isotone oplossing BUITEN de cellen

geen osmose want geen concentratieverschil 
hypertone oplossing BUITEN de cellen

water gaat door osmose de cel uit en cellen krimpen

Slide 13 - Slide

Osmose bij plantaardige cellen
hypotone oplossing BUITEN de cellen (LAGE osmotische waarde)

water gaat door osmose de cel in TURGOR
isotone oplossing BUITEN de cellen (GELIJKE osmotische )

niet stevig, geen druk, er gaat evenveel water de cel in dan uit
hypertone oplossing BUITEN de cellen (HOGERE osmotische)

water gaat door osmose de cel uit en celmembraan laat los van de celwand PLASMOLYSE

Slide 14 - Slide

Osmotische waarde
Hoeveel water zich verplaatst wordt bepaald door de osmotische waarde aan beide zijden van het membraan.

Osmotische waarde:  het aantal opgeloste deeltjes per volume-eenheid. Hoe meer deeltjes zich in de oplossing bevinden, hoe hoger de osmotische waarde is.

Hoge osmotische waarde: veel opgeloste stoffen.
Lage osmotische waarde: weinig opgeloste stoffen.
Water stroomt van een lage -> hoge osmotische waarde.

De oplossing met de hoogste osmotische waarde heeft een aanzuigkracht op het water uit de andere oplossing. Hoe meer deeltjes, hoe meer zuigkracht..

Slide 15 - Slide

Oefenen
Alg  doet palmolie na
Koraal bedreigd
Effect van koken
Bacteriën en virussen
Rode bloedcellen
Slangengif
Eerst zelf, dan samen
Er zijn hints te verkrijgen

Slide 16 - Slide

voortplanting = reproductie
ongeslachtelijk
geslachtelijk
alleen
man + vrouw
meer gelijke cellen
eicel + zaadcel
mitose
meiose
genetisch identiek
genetisch anders
eencellige en meercellige (om nieuwe cellen te maken bij groei of schade)
meercelligen
bacterien, schimmels, planten en sommige dieren
planten en dieren

Slide 17 - Slide

Ongeslachtelijke voortplanting
  • Bacteriën

  • Eencelligen:
    planten/                   dieren/                                    schimmels

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Binas 76A: Celcyclus

Slide 20 - Slide

Chromatide & chromosoom
Je cel bestaat uit 46 slierten DNA. Deze noem je chromosomen. 

Één verdubbeld chromosoom bestaat uit twee identieke strengen DNA genaamd chromatiden

Na het uit elkaar trekken in de anafase noem je elk losse chromatide weer een chromosoom

Slide 21 - Slide

haploid/diploid
haploïd
diploïd
afk.
n
2n
chromo-somen
enkel
in paren
cel
zaad/ei
lichaam
deling
meiose
mitose
mens
23
46

Slide 22 - Slide

meiose
meiose

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Meïose I

Slide 25 - Slide

Meïose II (~mitose)

Slide 26 - Slide