Nieren (regeling zout- en waterhuishouding, tegenstroomprincipe)
Hoofdstuk 12 leerplan
Slide 3 - Slide
Voorurine -> urine
In het filtraat/ de voorurine zitten: water, glucose, zouten, ureum, andere afvalstoffen.
1. Glucose en andere voedingsstoffen moet weer terug in de bloedbaan.
2. Water en zouten moeten deels weer terug in de bloedbaan.
3. Ontzuren van het bloed
Slide 4 - Slide
BINAS 85C
Slide 5 - Slide
Osmotische waarde in de nier
Laag in de nierschors
(ongeveer gelijk aan
bloedplasma en
weefselvloeistof)
Hoog het het niermerg
Slide 6 - Slide
Regeling bloeddruk
Als de bloeddruk te hoog is wil je water én zouten uitscheiden.
Als de bloeddruk te laag is wil je juist water én zouten vasthouden.
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Tweede gekronkelde nierbuisje
Actief transport van 2K+ naar binnen (ín de voorurine), 3Na+ naar buiten (naar weefsel/ bloed). Hoe harder de pomp werkt hoe meer zout je weer terug
opneemt in je bloed.
Slide 9 - Slide
Tweede gekronkelde nierbuisje
Aldosteron bevordert de werking van de Na/K pompen.
Hoe meer Aldosteron hoe meer zout (plus water) er uit de voorurine wordt gehaald.
Slide 10 - Slide
Hormonen - Renine/Aldosteron
Lage bloeddruk->
zorgt voor Renine afgifte door nieren ->
vormt Angiotestine I ->
vormt Angiotestine II ->
zorgt voor Aldosteron afgifte door de bijnieren
Zie BINAS 89A en 85D
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Regeling osmotische waarde
Als de osmotische waarde van je bloed te hoog is wil je minder water uitscheiden.
Als de osmotische waarde van je bloed te laag is wil je meer water uitscheiden.
Slide 13 - Slide
Verzamelbuisje
Waterkanalen zorgen voor terugstromen water in het bloed.
ADH zorgt voor toename van het aantal waterkanalen in de celmembranen van de cellen in het verzamelbuisje
Slide 14 - Slide
Hormonen - ADH
Te veel zout in het bloed (hoge osmotische waarde) ->
ADH (anti-diuretisch hormoon) afgifte door de hypofyse
Zie BINAS 89A en 85D
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Slide
Hormonen - Bloeddruk
Renine en ADH zijn ook betrokken bij het regelen van de bloeddruk. Veel water vasthouden betekent een hogere bloeddruk.
Veel water verliezen betekent een lagere bloeddruk -> plaspillen
Bekijk ook BINAS 85D
Slide 18 - Slide
Alcohol en de nieren
Alcohol remt de productie van ADH.
Dit betekent een hogere urineproductie dan nodig dus relatief veel vochtverlies -> hoofdpijn
Slide 19 - Slide
Vraag
Bij een proefpersoon wordt extra water aan het bloed toegevoegd. Welk gevolg zal dit hebben voor de osmotische waarde van de voorurine en die van de urine:
De osmotische waarde van de voorurine .....1.....stijgt/daalt
De osmotische waarde van de urine ......2......stijgt/daalt
Slide 20 - Slide
Tegenstroompricipe
Het bloed rond het nier-
buisje loopt de andere
kant op dan de voorurine.
Dit bevorderd de terug-
resorptie van water.
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Lesdoel 12.5
15. Je legt de regulatie van de water- en zouthuishouding door hormonen uit.