This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
De industriële samenleving in Nederland
§1.1 Nederland industrialiseert
In deze les kun je 2 punten halen!
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Ter introductie eerst even een voorleesverhaaltje:
Het is 1851. In Londen wordt een tentoonstelling gehouden waar landen over de hele wereld laten zien hoever zij zijn met de industrie. Deze wereldtentoonstelling is in Crystal Palace, een 'kristallen paleis' .
Dit paleis is heel bijzonder, omdat het helemaal van glas en ijzer is gemaakt. Met de bouw van dit paleis kan Engeland aan de 6 miljoen bezoekers van over de hele wereld laten zien hoe ver zij voor lopen op het gebied van industrialisatiein vergelijking tot andere landen.
Slide 4 - Slide
Engeland is het land waar de stoommachine is uitgevonden, waar de eerste stoomtrein rijdt en miljoenen mensen gaan in grote industriesteden onder rokende schoorstenen wonen (verstedelijking). Engeland is hard op weg om te veranderen van een landbouwstedelijke samenleving naar een industriële samenleving te worden.
Maar waarom is juist in Engeland de industrialisatie gestart en wanneer kwam de industrie op in Nederland?
Hierna: leerdoelen.
Slide 5 - Slide
Leerdoelen. Aan het eind:
Hierna: Wat is de Industriële revolutie? - High Speed History (0:50) met daarna 1 quizvraag.
1. kun je benoemen enkele redenen waarom Nederland later industrialiseerde dan veel andere landen om ons heen;
2. weet je hoe koning Willem I in ons land heeft gezorgd voor een transportrevolutie;
3. ken je twee verklaringen van de groei in werk in de dienstensector in ons land tijdens en na de industrialisatie;
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Video
Twee uitspraken:
1. Een oorzaak van de industriële revolutie is dat mensen massaal verhuizen van het platteland naar de stad.
2. De industriële revolutie begon in de 19e eeuw in Engeland.
Hierna: uitleg Industrialisatie in Engeland.
A
Alleen uitspraak 1 is juist
B
Alleen uitspraak 2 is juist
C
Beide uitspraken zijn juist
D
Beide uitspraken zijn onjuist
Slide 8 - Quiz
Oorzaken industrialisatie in Engeland:
In Engeland begint de Industriële Revolutie (1760-1900)
Revolutie= een grote verandering in een korte tijd).
- De revolutie onstond door de uitvinding van de stoommachine.
Van kleinschalige en handmatige (textiel)productie met spierkracht m.b.v weefgetouwen en spinnenwielen in huis (huisnijverheid) ......
... naar grootschalige en machinale productie met stoomkracht in fabrieken. Later stappen fabrieken over naar machines met elektro - en benzinemotoren.
J. Watt is de uitvinder van de stoommachine.
Slide 9 - Slide
Waarom loopt Nederland met de
industriële revolutie hopeloos achter?
Drie Oorzaken:
Nederland denkt dat de industrialisatie helemaal niet nodig is, we verdienen al genoeg met de landbouw en de wereldhandel! Er wordt al veel verdiend met producten uit de kolonie Nederlands-Indië, zoals koffie en thee.
Om een fabriek met machines aan te schaffen, heb je veel geld nodig. Beleggers durven niet in de industrie te investeren, want de opbrengsten zijn nog onzeker.
Steenkool is de belangrijkste energiebron voor de industrie, maar Nederland heeft weinig steenkool in de grond .
Hierna: uitleg koning Willem I.
Slide 10 - Slide
Hierna: filmpje: Hoe ontstond de transportrevolutie in Nederland onder koning en dictator Willem I? (+ 2 min) met 1 quizvraag
Maar dan gaat onze koning en dictator Willem I (1777-1838) investeren in de aanleg van verharde wegen, spoorwegen en kanalen. De bijnaam van koning Willem I is dan ook 'de kanalenkoning'.
Gevolg is een transportrevolutie.
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Video
Hierna: uitleg dienstensector.
Tijdens de periode van koning en dictator Koning Willem I ontstond een transportrevolutie.
Welk voorbeeld van de transportrevolutie in de buurt van Zwolle werd genoemd tijdens het filmpje?
A
De bouw van een treinstation
B
De aanleg van een verharde weg
C
De aanleg van een kanaal
D
De aanleg van een treinspoorlijn
Slide 13 - Quiz
De dienstensector
Alle bedrijvigheid in de fabrieken (vooral in Twente en Noord-Brabant) leverde ook veel banen op buiten de fabrieken, zoals toezichthouders, boekhouders, administrateurs, notarissen, telefonisten, verzekeraars.
Uiteindelijk groeit het aantal arbeiders in de dienstensector harder dan het aantal arbeiders in de industrie.
Ondertussen nam het werk in de landbouwsector af door mechanisatie (machines nemen het werk over van de boer) + uitvinding van de kunstmest.
De verdeling van de beroepsbevolking in Nederland.
Hierna: vervolg uitleg.
Slide 14 - Slide
De dienstensector
Waar ligt het Ruhrgebied?
Hierna: Evaluatie-opdracht.
Twee verklaringen groei dienstensector in Nederland:
Nederland profiteert van wereldhandel, vooral de route haven Rotterdam via de Rijn naar grote industriesteden in het Ruhrgebied (West-Duitsland) groeit. Gevolg is toenemende werkgelegenheid in veel verschillende vakgebieden.
Bevolkingsgroei door betere medische voorzieningen en aanleg drinkwaterleidingen. Gevolg: genoeg arbeidskrachten en ook meer klanten voor bedrijven. Ook stijgen de lonen, waardoor mensen producten (bv biscuit en zeep) kunnen kopen
Slide 15 - Slide
Laat Chat GPT een afbeelding maken die prima past bij deze les.
Kortom; geef Chat GPT een opdracht gebaseerd op de kennis die je in deze les hebt gekregen:
Slide 16 - Open question
De industriële samenleving in Nederland
Nederland industrialiseert
In deze les kun je 14 punten halen!
Slide 17 - Slide
Schrijf een aantal woorden op waar de vorige
GS-les(sen) over ging:
Slide 18 - Mind map
Hierna: Video Industrie en samenleving - Claudio Ruffin (+10 min)
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Video
Dit hoofdstuk gaat over tijdvak 8 'Burgers & Stoommachines'.
Van wanneer tot wanneer loopt dit tijdvak?
A
1700 - 1800
B
1800 - 1900
C
1900 - 1950
D
1950 tot nu
Slide 21 - Quiz
In welke beroepen begon de Industriële revolutie?
A
Handel en Nijverheid
B
Handel en Landbouw
C
Landbouw en textiel
D
Textiel en handel
Slide 22 - Quiz
Welk woord hoort bij het plaatje hiernaast?
A
Huisnijverheid
B
Schietspoel
C
mechanisatie
D
transportrevolutie
Slide 23 - Quiz
Welk begrip hoort bij deze betekenis:
"Periode van grote en snelle verandering in West-Europa door de komst van industrie; deze periode duurde van 1760 tot 1850"
A
Industrialisatie
B
Kapitalisme
C
Industriële revolutie
D
Monarchie
Slide 24 - Quiz
Sleep de omschrijvingen naar het juiste plaatje:
De schietspoel van John Kay.
De Spinning Jenny van James Heargraves
Het waterframe van Richard Arkwright.
De stoommachine van James Watt
Slide 25 - Drag question
Welke uitvinding had tot gevolg dat fabrieken zich in steden gingen vestigen?
A
De stoommachines
B
De schietspoel
C
De spinning Jenny
D
Het waterframe
Slide 26 - Quiz
De eerste fabrieken werden gebouwd...
Hierna: vervolg filmpje (5 min)
A
Op grote industrieterreinen
B
Bij snel stromende rivieren
C
Dichtbij de steden
D
In de kolonies
Slide 27 - Quiz
Slide 28 - Video
Rond 1800 werkten de meeste mensen in Nederland in de:
A
landbouw
B
handel
C
industrie
D
diensten
Slide 29 - Quiz
Bij welk antwoord staan de landen in de juiste tijdsvolgorde als het gaat om de start van de industriële revolutie?
A
Nederland --> België --> Engeland
B
België --> Engeland --> Nederland
C
Engeland --> België --> Nederland
D
Engeland --> Nederland --> België
Slide 30 - Quiz
Wie is de uitvinder van de gloeilamp?
A
Edison
B
Bell
C
Watt
D
Philips
Slide 31 - Quiz
Twee uitspraken: 1. Rond 1800 eindigde de vroegmoderne tijd en begon de moderne tijd.
2. De eerste stoomlocomotief in Nederland heette 'de Arend' (zie plaatje) en reed tussen Haarlem en Amsterdam.
A
Alleen uitspraak 1 is juist
B
Alleen uitspraak 2 is juist
C
Beide uitspraken zijn juist
D
Beide uitspraken zijn onjuist
Slide 32 - Quiz
Door de industrialisatie groeide de dienstensector ook snel. Waarom is dit, denk je?
A
Veel mensen haten werken in de fabriek dus zoeken iets anders
B
Fabrieken hebben ook technische mensen en administratieve mensen nodig
C
Er zijn steeds meer bedrijven die diensten willen verlenen aan arme arbeiders
D
Mannen moesten in dienst (het leger) om ontevreden arbeiders onder de duim te houden.
Slide 33 - Quiz
Hierna: sleepvraag.
Vul in: oorzaak of gevolg?
1. Tussen 1850 en 1900 groeide de Nederlandse bevolking van drie miljoen naar vijf miljoen inwoners. Dit was een van de ............... van de sterke groei van de industrie.
2. Vanaf circa 1895 nam de werkgelegenheid in de Nederlandse dienstensector opvallend snel toe. Dit was een van de ................ van de toenemende industrialisatie.
A
1. oorzaken, 2. gevolgen
B
1. oorzaken, 2. oorzaken
C
1. gevolgen, 2. gevolgen
D
1. gevolgen, 2. oorzaken
Slide 34 - Quiz
Sleep de omschrijvingen naar de juiste plek in de tijdbalk:
Hierna: evaluatie inleveren samenvatting.
Eerste stoommachines van James Watt.
Eerste treinreis Engeland.
Industrialisatie van West-Europa.
Eerste treinreis Nederland
Industrialisatie van Nederland
Slide 35 - Drag question
Lever hieronder in de gemaakte samenvatting van tussen
de 8 en 10 zinnen.
Slide 36 - Open question
Voeg tenslotte hieronder via google-afbeeldingen een foto toe die volgens jou prima bij deze les past: