Paradigma's op socialisatie (Maatschappijwetenschappen vwo), les 3: Terugblik quiz

VORMING · PARADIGMA'S

Quiz

Terugblik: Paradigma's op socialisatie

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over functionalisme, conflictparadigma, sociaalconstructivisme en hun kijk op socialisatie.

Items in this lesson

VORMING · PARADIGMA'S

Quiz

Terugblik: Paradigma's op socialisatie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Rob Mieremet / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

Wat is een paradigma?

A

Een onderzoeksmethode om bronnen te toetsen

B

Een theoretische traditie met een eigen kijk

C

Een verklaring die door onderzoek bewezen is

D

Een norm die een groep aan leden oplegt

Syllabus 2.5: paradigma's zijn theoretische tradities waarin theorieën zijn gegroepeerd. Verwachte fout: 'bewezen verklaring'; een paradigma is een kijk, geen bewijs.

Wat zijn volgens het functionalisme stabilisatoren van het systeem?

A

Machtsverschillen tussen groepen

B

De eigen interpretatie van ieder persoon

C

De strijd tussen belangengroepen

D

Gemeenschappelijke normen en waarden

Syllabus 2.5: gemeenschappelijke normen en waarden, morele overtuigingen en sociale instituties functioneren als (dwingende) sociale stabilisatoren. Verwachte fout: strijd noemen; dat is bij het conflictparadigma de motor van verandering.

Vul in

Het conflictparadigma ziet machtsverschillen als oorzaak van ongelijkheid, door een ongelijke verdeling van hulpbronnen.

conflictparadigma
machtsverschillen
sociale cohesie
functionalisme

Syllabus 2.5. Verwachte fout: sociale cohesie invullen; die staat bij het functionalisme centraal.

Sam denkt dat niemand hem mag, trekt zich terug en staat daarna alleen. Welk begrip?

A

Rolverwachting

B

Sociale cohesie

C

Machtsverhoudingen

D

Thomas-theorema

Syllabus 2.5: als mensen situaties als werkelijk definiëren, hebben die situaties werkelijke gevolgen, ook als ze eerst niet werkelijk waren. Sam definieert de situatie, handelt ernaar en maakt haar zo werkelijk. Het voorbeeld is verzonnen.

Wat is een rolverwachting?

Goed antwoord: de norm en verwachting die bij iemands rol in de samenleving horen en die iemand internaliseert; via rolverwachtingen drukt de samenleving volgens het functionalisme haar stempel op de persoonlijkheid. Verwachte fout: alleen 'een rol' noemen zonder de verwachting of de internalisering. Syllabus 6.

Welk paradigma ziet socialisatie als het leren herkennen van machtsverhoudingen?

A

Het functionalisme

B

Het conflictparadigma

C

Het sociaalconstructivisme

D

Alle drie in gelijke mate

Syllabus 6: bij het conflictparadigma betekent socialisatie dat men machtsverhoudingen leert herkennen. Verwachte fout: 'alle drie'; ze leggen elk een ander accent.

Wat verandert volgens het conflictparadigma de samenleving?

A

Een nieuw evenwicht dat binnen het systeem terugkeert

B

Gemeenschappelijke normen die steeds sterker worden

C

Conflicten die uit tegenstellingen voortkomen

D

Een voortdurend gelijkblijvende betekenisgeving

Syllabus 2.5: tegenstellingen en conflicten zijn de motor van verandering. Verwachte fout: de eerste optie; dat is de aanpassing van een systeem volgens het functionalisme.

Waarvan hangt betekenisgeving volgens het sociaalconstructivisme vooral af?

A

Van normen en zelfbeeld, niet van objectieve feiten

B

Van objectieve feiten, los van wat mensen vinden

C

Van de functie die iemand in het systeem heeft

D

Van de kapitaalverdeling tussen groepen

Syllabus 2.5: de betekenisgeving hangt af van regels, opvattingen, (zelf)beeld, normen en waarden, zoals in cultuur, sociale instituties en identiteit, en niet zozeer van objectieve feiten.

Vul in

Volgens het sociaalconstructivisme construeren actoren de werkelijkheid steeds opnieuw in sociale interactie.

sociaalconstructivisme
steeds opnieuw
functionalisme
eenmalig

Syllabus 2.5: actoren construeren de sociale werkelijkheid steeds opnieuw in een voortdurend proces.

Wat doet socialisatie volgens het functionalisme voor het politieke systeem?

A

Leert burgers politieke machtsverhoudingen te doorzien

B

Draagt de politieke cultuur over en houdt haar in stand

C

Laat burgers volledig vrij hun eigen politiek bouwen

D

Maakt dat de politieke cultuur nooit meer verandert

Syllabus 6: socialisatie is het middel om de (politieke) cultuur over te dragen en te laten voortbestaan, zij het dat die in de loop van de tijd kan veranderen. Verwachte fout: de laatste optie; de cultuur kan wel veranderen.

Een actiegroep strijdt voor gelijke kansen van vrouwen. Welk paradigma past?

A

Functionalisme: iedere rol houdt het systeem draaiend

B

Sociaalconstructivisme: beelden zijn onveranderlijk

C

Functionalisme: verstoringen verdwijnen vanzelf

D

Conflictparadigma: strijd tegen machtsverschillen

Syllabus 2.5: bij het conflictparadigma horen theorieën over de emancipatie van vrouwen en minderheden; groepen met dezelfde belangen voeren samen de strijd. Verwachte fout: sociaalconstructivisme kiezen omdat het ook over beelden van vrouwen gaat; maar de aanwijzing hier is strijd.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VORMING · PARADIGMA'S

Goed gedaan!

Het functionalisme zoekt orde en rollen, het conflictparadigma macht en ongelijkheid, het sociaalconstructivisme betekenis en eigen identiteit. Samen laten ze zien hoe socialisatie op drie manieren te verklaren is.

This item has no instructions