Macht en gezag (Maatschappijwetenschappen vwo), les 1: Uitleg

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Macht en gezag

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Uitleg voor het vwo-examen maatschappijwetenschappen over macht (niveaus, soorten, bronnen), politieke macht, gezag, de vier paradigma's op macht en gezag en de onderzoeksmethoden voor machtsbronnen van staten (syllabus 10.1 en 10.2). Met checks per blok en een exit.

Items in this lesson

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Macht en gezag

Examenstof maatschappijwetenschappen vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: C2 (10.1, 10.2). Image credit: Presidential Press and Information Office / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Wat ga je kunnen?

Ik kan macht en gezag onderscheiden en classificeren, hypothesen over macht formuleren vanuit paradigma's en onderzoeksmethoden voor machtsbronnen van staten onderscheiden.

This item has no instructions

Waaraan merk je dat iemand macht heeft, en waaraan dat iemand gezag heeft?

Laat leerlingen woorden inbrengen. Verwachte woorden: bevelen, straf, geld, wet, leger, charisma, respect, vertrouwen, vrijwillig, erkenning. Groepeer op het bord in dwang en erkenning. Dat is straks het verschil tussen macht en gezag. Blok 1 gaat over macht (10.1), blok 2 over politieke macht, gezag en eerste paradigma's, blok 3 over paradigma's en onderzoek (10.2).

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Macht: definitie en niveaus

  • Macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om doelen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.

  • Macht is een relationeel begrip en een asymmetrische relatie: de ene actor heeft meer macht dan de andere.

  • Microniveau: machtsverschillen tussen personen. Mesoniveau: groepen, organisaties en instituties.

  • Macroniveau: belangengroepen en organisaties in de maatschappij, en landen of machtsblokken zoals de NAVO of de EU.

  • Actoren willen macht om eigen doelen te bereiken, al dan niet ten koste van de doelen van anderen.

Syllabus 10.1: macht is het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten. Macht is een relationeel begrip, komt op alle niveaus voor en kent verschillende soorten. Bij macht is sprake van een asymmetrische relatie. Veelgemaakte fout: macht alleen bij de overheid zoeken of macht gelijkstellen aan dwang. Laat leerlingen bij elk niveau een eigen voorbeeld bedenken.

Bord bij het parlementsgebouw van de Amerikaanse staat Maryland: lobbyisten mogen hier niet verder

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Formele en informele macht, machtsbronnen

  • Formele macht: afgesproken en vastgelegd in wetten en contracten.

  • Informele macht: niet vastgelegd, bijvoorbeeld door charisma, superieure vaardigheden, kennis of traditie.

  • Economische bronnen zijn geld, productiemiddelen en dominantie in een handelsnetwerk. Cognitieve bronnen zijn waardevolle kennis.

  • Politieke bronnen zijn wetten en militaire middelen, affectieve bronnen bijvoorbeeld charisma.

Syllabus 10.1: onderscheid formele en informele macht en vier machtsbronnen: economisch, cognitief, politiek en affectief. De foto toont een bord bij een parlementsgebouw in de Verenigde Staten: lobbyisten gebruiken bronnen als kennis en geld om politieke besluitvorming te beïnvloeden. Kijkvraag: welke machtsbronnen heeft een lobbyist? Veelgemaakte fout: de bron verwarren met het soort macht. Formeel en informeel zijn soorten macht, economisch, cognitief, politiek en affectief zijn bronnen. Image credit: Daniel Huizinga / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Staatshoofden en regeringsleiders van de G20 bij de top in Hamburg, 2017

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Machtsevenwicht, hegemonie en vacuüm

  • Hebben actoren ongeveer evenveel macht, dan is er een machtsevenwicht: niemand kan zijn wil opleggen.

  • Machtsoverwicht (hegemonie) van een groep of staat betekent dat die zijn wil kan opleggen aan anderen.

  • Verliest de overheid macht, dan ontstaat een machtsvacuüm en kan een burgeroorlog volgen.

  • Machtsongelijkheid leidt soms tot oorlog en geweld, tussen staten en binnen een staat.

Syllabus 10.1: bij ongeveer evenveel macht kunnen actoren hun wil niet opleggen (machtsevenwicht). Machtsongelijkheid op internationaal niveau leidt soms tot oorlog en geweld. Binnen een staat kan geweld ontstaan door hegemonie van een bevolkingsgroep die via de overheid de wil oplegt aan een andere groep, of door een machtsvacuüm wanneer de overheid macht verliest. De foto toont de G20-top in Hamburg: grote economieën die elkaar nodig hebben. Veelgemaakte fout: machtsevenwicht opvatten als 'niemand heeft macht'. Iedereen heeft macht, maar niemand genoeg om de ander iets op te leggen. Image credit: Presidential Press and Information Office / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Trainer Sven mag volgens zijn contract spelers opstellen. Welke soort macht is dit?

A

Formele macht, want het is vastgelegd in een contract

B

Informele macht, want het gaat om een sportclub

C

Informele macht, want hij is een bekwame trainer

D

Een machtsevenwicht, want spelers volgen hem

Syllabus 10.1. Formele macht is vastgelegd in contracten of wetten. Verwachte fout: informele macht kiezen vanwege zijn vaardigheden. Die kunnen meespelen, maar de vraag gaat om de grond van zijn bevoegdheid.

Vul in

Een land met veel geld en een groot leger heeft economische en politieke machtsbronnen.

economische
politieke
cognitieve
affectieve

Syllabus 10.1: geld is een economische bron, militaire middelen zijn een politieke bron. Verwachte fout: leger als cognitieve of affectieve bron zien.

De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Politieke macht

  • Politieke macht: het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

  • Macht van de overheid is formele macht, wettelijk geregeld, en voor regering en parlement verschillend.

  • In Nederland heeft alleen de overheid de legitieme macht over geweldsuitoefening.

  • Drie aspecten van politiek: polity (structuren), politics (processen) en policy (beleid).

Syllabus 10.1: politieke macht is het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Machtsuitoefening door de overheid en de formele structuren van de politieke orde zijn gebaseerd op formele macht. De macht van de regering is anders geregeld dan die van het parlement. De overheid reguleert voor een deel machtsverhoudingen in het land en grijpt soms met geweld in voor de ordehandhaving. Polity is de politieke gemeenschap met zijn (in)formele structuren, politics zijn de politieke processen, policy is het beleid. Veelgemaakte fout: politieke macht beperken tot de regering. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Gezag: legitieme macht

  • Gezag is macht die als legitiem wordt beschouwd, door de gezaghebber en door degenen die volgen.

  • Mensen vinden het gebruik van machtsbronnen rechtmatig en accepteren beslissingen daarom vrijwillig.

  • Gezag is dus macht, maar geen macht op basis van dwang. Niet alle macht is gezag.

  • Gezag komt uit toegeschreven kwaliteiten, de positie van de actor en toegeschreven prestaties.

  • Gezag moet je verwerven en verdedigen en kan snel verloren gaan als vertrouwen verdwijnt.

Syllabus 10.1: gezag is macht die als legitiem beschouwd wordt. Gezag heeft drie bronnen: de kwaliteiten die aan een actor worden toegeschreven, de positie die de actor inneemt en de prestaties die aan de actor worden toegeschreven. Twee actoren met dezelfde politieke macht hebben niet hetzelfde gezag; het gezag van het ene Kamerlid kan groter zijn dan van het andere. Politiek gezag: als macht wordt omgezet in gezag, verhoogt dat de stabiliteit van een regering en versterkt het de positie van een land internationaal; dwangmaatregelen zijn dan niet nodig. Veelgemaakte fout: gezag en macht als synoniemen gebruiken, of gezag zien als macht door wetten.

Karl Marx, ontwikkelaar van de klassenconflicttheorie, 1875

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Functionalisme en conflictparadigma

  • Functionalisme: macht en gezag dragen bij aan sociale orde en cohesie en aan het voortbestaan van de maatschappij.

  • Instituties zoals onderwijs en politie voorzien in gedeelde behoeften en zijn op elkaar afgestemd.

  • Conflictparadigma: wie trekt aan de touwtjes? De strijd tussen machthebbers en minder machtigen staat centraal.

  • Marx: ongelijk bezit van productiemiddelen leidt tot klassenconflict.

Syllabus 10.2: het functionalisme ziet macht en gezag als iets functioneels en positiefs voor het voortbestaan van de maatschappij; vooral gezag is van belang voor sociale orde en sociale cohesie. Uitgangsvraag: hoe kan een maatschappij voortbestaan terwijl alle individuen hun eigen doelen nastreven? Het conflictparadigma is geïnteresseerd in welke individuen, groepen of instellingen aan de touwtjes trekken. Marx zag ongelijkheid in bezit van productiemiddelen als verklaring voor het klassenconflict tussen bezittende en bezitloze klasse. Andere conflicttheorieën kijken ook naar prestige en culturele verschillen in levenswijze. Veelgemaakte fout: denken dat het functionalisme macht ontkent. Het ziet macht juist als functioneel. Image credit: John Jabez Edwin Mayall / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat is het verschil tussen gezag en macht volgens de sociale wetenschappen?

A

Gezag is macht die alleen in wetten is vastgelegd

B

Gezag is macht die berust op dwang en straf

C

Gezag is macht die als legitiem wordt beschouwd

D

Gezag is macht van een overheid over andere landen

Syllabus 10.1. Verwachte fout: gezag koppelen aan wetten. Wetten leveren formele macht op, gezag vraagt erkenning als legitiem.

Zelfde macht, ander gezag: hoe kan dat?

Goed antwoord: gezag hangt af van erkenning: kwaliteiten, positie en prestaties die aan de actor worden toegeschreven, en van het vertrouwen van anderen, dus twee actoren met dezelfde macht kunnen verschillend gezag hebben. Verwachte fout: zeggen dat de een meer macht heeft. Syllabus 10.1.

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Sociaalconstructivisme en rationele actor

  • Sociaalconstructivisme: aandacht voor de betekenis die actoren geven aan machtsverhoudingen.

  • Wordt een machtsverhouding legitiem geacht, dan verandert de pure machtsverhouding in een gezagsverhouding.

  • Machtsuitoefening gaat vaak samen met argumenten, vaak ideologisch, die haar moeten rechtvaardigen.

  • Rationele actor: veel aandacht voor gezag en voor actoren die binnen structuren gedrag vertonen en instituties vormgeven.

Syllabus 10.2: vanuit het sociaalconstructivisme gaat de aandacht uit naar betekenisverlening door actoren. Erkenning dat een machtsverhouding gerechtvaardigd is, maakt er een gezagsverhouding van. Op microniveau spelen prestige en persoonlijk gezag een rol; in de politiek gaat macht bijna altijd gepaard met argumenten, vaak gerelateerd aan ideologieën. Het rationele actorparadigma heeft veel aandacht voor gezag en minder voor gevestigde machtsverhoudingen; het erkent dat gedrag mede door structuren wordt bepaald, maar kijkt vooral naar actoren binnen die structuren. Veelgemaakte fout: de vier paradigma's door elkaar halen. Ezelsbrug: functionalisme = orde, conflict = strijd, sociaalconstructivisme = betekenis, rationele actor = actoren in structuren.

Hoofdkantoor van het Internationaal Monetair Fonds in Washington DC

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Onderzoek: besluitvorming en positie

  • Theorieën worden getoetst met empirisch onderzoek. Beschrijvend onderzoek brengt in kaart wie macht en gezag heeft.

  • Besluitvormingsmethode: volg belangrijke besluiten en kijk wie zijn zin krijgt. Dat land heeft macht.

  • Positiemethode: breng netwerken en posities van een land in organisaties als G20, IMF, VN en EU in kaart.

  • Kijk bij de positiemethode ook: wie gaat met wie om in de internationale politiek?

Syllabus 10.2: voorbeelden van beschrijvende onderzoeksmethoden die de macht van staten in kaart brengen. Besluitvormingsmethode: inventariseer van belangrijke besluitvormingsprocessen het verloop, de inbreng van actoren en wie zijn zin krijgt; een staat heeft macht als zijn inbreng gerealiseerd wordt. Positiemethode: breng netwerken en posities van een land in internationale organisaties in kaart (G20, IMF, VN, EU). De foto toont het IMF-hoofdkantoor: wie bezet de belangrijke posities in zulke organisaties? Veelgemaakte fout: de methoden verwisselen. Besluitvorming kijkt naar uitkomsten van besluiten, positie naar plekken in netwerken. Image credit: Marek Slusarczyk (Tupungato) / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Uitkomsten en anticipated reactions

  • Uitkomstenmethode: inventariseer de machtsbronnen van staten, zoals economie, infrastructuur, leger en ligging.

  • Ook landoppervlak, bevolkingskenmerken, politieke organisatie en relaties met andere landen horen erbij.

  • Law of anticipated reactions: landen passen hun gedrag aan op wat machtiger landen volgens hen zullen willen.

  • Dat is kritiek op de besluitvormingsmethode: die ziet macht alleen als zij daadwerkelijk wordt aangewend.

  • Macht is een vermogen en werkt ook onzichtbaar, door de vanzelfsprekendheid van de status quo.

Syllabus 10.2: de uitkomstenmethode inventariseert machtsbronnen waarover staten beschikken: stand van de economische ontwikkeling, infrastructuur, grootte van het landoppervlak, geografische ligging, kenmerken van de bevolking, politieke organisatie, omvang en uitrusting van het leger en relaties met andere landen. De law of anticipated reactions is kritiek op de besluitvormingsmethode: de methode geeft alleen zicht op macht als die daadwerkelijk wordt aangewend, terwijl landen hun gedrag mede bepalen op grond van wat zij verwachten van meer machtige landen. Die werking van macht is moeilijk waarneembaar. Veelgemaakte fout: denken dat geen zichtbaar besluit betekent dat er geen macht is.

Een kabinet onderbouwt zijn beleid met een ideologie. Welk paradigma let hierop?

A

Functionalisme, om de sociale orde

B

Sociaalconstructivisme, om de betekenisverlening

C

Conflictparadigma, om de klassenstrijd

D

Rationele actor, om de hoeveelheid dwang

Syllabus 10.2: macht gaat bijna altijd gepaard met argumenten, vaak ideologisch, die haar rechtvaardigen; dat is betekenisverlening. Verwachte fout: conflictparadigma, omdat ideologie met strijd wordt verward.

Vul in

De besluitvormingsmethode volgt belangrijke besluiten en kijkt wie zijn zin krijgt. De positiemethode kijkt naar netwerken en posities.

besluitvormingsmethode
positiemethode
uitkomstenmethode
law of anticipated reactions

Syllabus 10.2. Verwachte fout: positie- en uitkomstenmethode omwisselen.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Macht, gezag en machtsbronnen

2

De vier paradigma's op macht en gezag

3

De drie onderzoeksmethoden

4

De law of anticipated reactions

Gebruik de uitslag om les 2 te starten: begin bij het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.

Waar heb jij gezag, en waaraan ontleen je dat?

Goed antwoord: een situatie (klas, team, familie) plus een van de drie bronnen: kwaliteiten, positie of prestaties, en erkenning door anderen. Verwachte fout: een situatie noemen waarin anderen je alleen gehoorzamen uit dwang. Dat is macht, geen gezag. Syllabus 10.1.

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Begrippen (1/2)

  • macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om doelen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten

  • formele en informele macht: formeel is vastgelegd in wetten en contracten, informeel berust op bijvoorbeeld charisma, kennis of traditie

  • machtsbron: waar macht uit voortkomt: economisch, cognitief, politiek of affectief

  • machtsevenwicht: actoren hebben ongeveer evenveel macht en kunnen hun wil niet aan de ander opleggen

  • gezag: macht die als legitiem wordt beschouwd en vrijwillig wordt geaccepteerd

This item has no instructions

VERHOUDING · MACHT EN GEZAG

Begrippen (2/2)

  • functionalisme: macht en gezag zijn functioneel voor sociale orde, cohesie en het voortbestaan van de maatschappij

  • conflictparadigma: richt zich op de strijd tussen machthebbers en minder machtigen

  • sociaalconstructivisme: richt zich op de betekenis die actoren geven aan macht; legitiem geachte macht wordt gezag

  • besluitvormings- en positiemethode: macht meten aan wie zijn zin krijgt bij besluiten, of aan netwerken en posities in organisaties

  • uitkomstenmethode en law of anticipated reactions: machtsbronnen van staten inventariseren; landen passen zich aan op wat machtiger landen verwachten

This item has no instructions