Onderdeel B: Overleven!

B. Overleven!

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorKdnPrimary EducationAge 11,12

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 20 min
Report this lesson

Items in this lesson

B. Overleven!

Weet je nog de kenmerken van zoogdieren?

Benoem er 3!

B. Overleven!

Leerdoelen

  1. Aan het einde van de les kun je uitleggen waarom zoogdieren konden overleven na de inslag van de komeet.

  2. Aan het einde van de les kun je beschrijven hoe de constante lichaamstemperatuur van zoogdieren hen een voordeel gaf.

  3. Aan het einde van de les kun je de impact van de komeetinslag op het leven op aarde uitleggen.

  4. Aan het einde van de les kun je het verschil tussen warmbloedige en koudbloedige dieren toelichten.

De voordelen van constante lichaamstemperatuur

  1. Zoogdieren hebben een constante lichaamstemperatuur.

  2. Dit stelt hen in staat om actief te blijven bij verschillende temperaturen.

  3. Hun aanpassingen maakten nachtelijk jagen mogelijk.

Wat is een voordeel van constante lichaamstemperatuur?

A

Zorgt voor lagere energieverbruik

B

Verhoogt de kans op uitdroging

C

Actief blijven bij verschillende temperaturen

D

Nachtelijk jagen is onmogelijk

Waarom kunnen zoogdieren 's nachts jagen?

A

Ze zijn altijd actief overdag

B

Ze hebben geen voedsel nodig

C

Door hun constante lichaamstemperatuur

D

Ze kunnen niet tegen kou

Welke aanpassing helpt zoogdieren bij jagen?

A

Grote oren voor betere communicatie

B

Constante lichaamstemperatuur

C

Korte poten voor snelheid

D

Zicht in het donker

Wat is een voordeel van constante lichaamstemperatuur?

A

Altijd warm blijven

B

Actief blijven bij verschillende temperaturen

C

Snel kunnen afkoelen

D

Minder voedsel nodig hebben

Welke activiteit wordt mogelijk gemaakt door aanpassingen?

A

Onderwater zwemmen

B

Nachtelijk jagen

C

Dagelijks rusten

D

Vliegen naar voedsel

Wat hebben zoogdieren gemeen?

A

Zonder voeding overleven

B

Geen aanpassingen

C

Constante lichaamstemperatuur

D

Koude bloedtemperatuur

Gevolgen van de komeetinslag

  1. De komeetinslag vond 66 miljoen jaar geleden plaats.

  2. Dit leidde tot een drastische verandering in het klimaat.

  3. Veel planteneters en hun jagers stierven uit.

Wanneer vond de komeetinslag plaats?

A

70 miljoen jaar geleden

B

100 miljoen jaar geleden

C

66 miljoen jaar geleden

D

50 miljoen jaar geleden

Wat was een gevolg van de komeetinslag?

A

Grotere dinosaurussen

B

Meer regenval

C

Drastische verandering in het klimaat

D

Toename van planteneters

Wie stierven uit door de inslag?

A

Planteneters en hun jagers

B

Kleine insecten

C

Vogels en zoogdieren

D

Alle zeedieren

Overlevingsstrategieën van vroege zoogdieren

  1. Kleine zoogdieren overleefden de ramp door hun grootte.

  2. Ze konden zich verstoppen en hun voedselbronnen behouden.

  3. Vroegere zoogdieren begonnen zich aan te passen aan nieuwe omgevingen.

Waarom overleefden kleine zoogdieren de ramp?

A

Omdat ze grote voedselbronnen hadden

B

Omdat ze koudbloedig zijn

C

Door hun grootte en verstopmogelijkheden

D

Door hun snelheid en kracht

Wat is een komeetinslag?

A

Een soort plant

B

Een type dier

C

Een vorm van water

D

Een gebeurtenis met grote gevolgen

Wat betekent warmbloedig?

A

Altijd koud in vergelijking met omgeving

B

Lichaamstemperatuur afhankelijk van omgeving

C

Geen controle over lichaamstemperatuur

D

Lichaamstemperatuur constant door interne processen

De rol van vogels

  1. Vogels zijn afstammelingen van dinosaurussen.

  2. Hun warmbloedigheid hielp hen overleven na de inslag.

  3. Ze ontwikkelden zich verder in een veranderende wereld.

Van wie zijn vogels afstammelingen?

A

Zoogdieren

B

Dinosaurussen

C

Amfibieën

D

Reptielen

Wat hielp vogels overleven na de inslag?

A

Hun kleur

B

Hun grootte

C

Hun warmbloedigheid

D

Hun zang

Wat ontwikkelden vogels in een veranderende wereld?

A

Dinosaurussen

B

Eieren

C

Vleugels

D

Zichzelf verder

Definities

Constante lichaamstemperatuur: Het vermogen van een organisme om zijn lichaamstemperatuur stabiel te houden, ongeacht de omgeving.

Komeetinslag: Een gebeurtenis waarbij een komeet met hoge snelheid de aarde raakt, met grote gevolgen voor het klimaat en het leven.

Warmbloedig: Organismen die hun lichaamstemperatuur constant houden door interne processen.

Koudbloedig: Organismen die hun lichaamstemperatuur

Onderdeel B