This item has no instructions
Niet door les heen praten
This item has no instructions
Wat gaan we doen vandaag?
Huiswerk
Leren over tabellen
Kraak de code met een tabel
Blooket maken met Excel
Afsluiten
This item has no instructions
Huiswerk voor de afgelopen week:
Groep 1:
Werkboek 1F tot en met opdracht 14
Groep 2:
Math4all
Tabellen tot en met opgave 6
This item has no instructions
Groep 2
Stepan, Diana, Khaled, Izzeldeen, Isla, Aron, Loujain
=> Math4all
=> Wiskunde HV => havo a
=> scrol naar beneden tot je ziet:
=> kies voor 1.1 Tabellen
This item has no instructions
Wat gaan we doen vandaag?
Toets bekijken
Reflectie op de toets
Leren over tabellen
Afsluiten
This item has no instructions
Tabellen lezen en invullen
This item has no instructions
Leerdoel
Ik kan gegevens uit tabellen correct interpreteren en gebruiken om vergelijkende constructies en richtingswoorden toe te passen, en daarna zelf een tabel volgens een vast format correct invullen.
This item has no instructions
Wat vertelt een tabel?
Een tabel ordent gegevens overzichtelijk.
Je leest steeds goed:
wat er gemeten wordt
wanneer of op welk moment
welke aantallen of waarden erbij horen
Benadruk dat leerlingen eerst de kopjes en rijen lezen voordat ze cijfers vergelijken. Dat voorkomt dat zij waarden uit de verkeerde kolom nemen.
Tabel: rij, kolom en vakje
Een rij loopt van links naar rechts met een rijnummer
Een kolom loopt van boven naar beneden met een kolom kop
Een vakje of cel ligt op het snijpunt van een rij en een kolom
Met rij en kolom kun je precies één plek aanwijzen
Benadruk dat plaatsbepaling nauwkeurig is: je noemt niet alleen wat je ziet, maar ook waar het staat.
Nauwkeurig aflezen
Bij tabellen is precies lezen belangrijk.
Let op:
vergelijk alleen gegevens uit dezelfde soort kolom of rij
lees het juiste tijdstip of de juiste datum af
neem aantallen en waarden exact over
controleer of je geen vakje overslaat
Noem veelvoorkomende fouten: verkeerde rij pakken, datum niet meenemen, of 34 lezen als 43.
Wat is een cel in een tabel?
een kopje
één vakje
een kolom
een hele rij
Controleert de basisbegrippen uit de eerste uitleg. Let vooral op verwarring tussen rij, kolom en cel.
Begrippen van een tabel
Een tabel ordent gegevens overzichtelijk. Je leest eerst de kopjes en kijkt daarna naar de juiste rij of kolom. Zo neem je een gegeven uit de goede cel over.
Alle kernwoorden komen rechtstreeks uit dit eerste subtopic en hebben elk maar één logische plek in de tekst.
Opdracht
Kraak de code
Noem veelvoorkomende fouten: verkeerde rij pakken, datum niet meenemen, of 34 lezen als 43.
Vergelijken in een tabel
Met een tabel kun je gegevens naast elkaar zetten.
Je vergelijkt bijvoorbeeld:
welk aantal meer dan een ander is
welke waarde tussen 2 andere waarden ligt
welk moment eerder of later is
This item has no instructions
Meer dan
De uitdrukking meer dan gebruik je als een aantal of waarde groter is.
Voorbeelden van zinnen:
18 is meer dan 12.
Maandag zijn er meer bezoekers dan zondag.
Kolom B heeft meer punten dan kolom A.
Leg uit dat leerlingen altijd twee gegevens expliciet moeten vergelijken. Alleen zeggen 'het is meer' is niet precies genoeg.
Tussen ... en ...
De uitdrukking tussen ... en ... gebruik je om een waarde of tijdstip te plaatsen.
Voorbeelden:
15 ligt tussen 12 en 18.
De meting valt tussen dinsdag en donderdag.
Deze waarde staat tussen 40 en 50.
Besteed aandacht aan de volgorde van de grenzen: eerst de lagere waarde of het eerdere moment, daarna de hogere waarde of het latere moment.
Vanaf welke datum?
Met vanaf welke datum zoek je het eerste moment waarop iets geldt.
Je kijkt naar:
de datums in volgorde
wanneer een verandering begint
vanaf welk vakje de nieuwe waarde te zien is
Benadruk dat 'vanaf welke datum' vraagt om het beginpunt, niet om alle datums waarop iets waar is.
Hoeveel meer?
Hoeveel meer vraagt niet welke waarde groter is, maar wat het verschil is.
Je berekent het verschil zo:
grotere waarde - kleinere waarde = hoeveel meer
Voorbeeld:
20 - 14 = 6, dus dat is 6 meer.
Wijs op het verschil tussen vergelijken ('meer dan') en verschil berekenen ('hoeveel meer'). Dat onderscheid is vaak lastig.
Wat vraagt 'hoeveel meer'?
de laagste waarde
het eerste tijdstip
het precieze verschil
de grootste waarde
Toetst het onderscheid tussen 'meer dan' en 'hoeveel meer', een veelgemaakte denkfout in dit blok.
Vergelijken met tabeltaal
Bij vergelijken gebruik je precieze taal. Een grotere waarde is meer dan een andere waarde. Een waarde kan ook tussen twee grenzen liggen. Met vanaf welke datum zoek je het eerste moment. Met hoeveel meer bereken je het verschil.
Laat leerlingen niet alleen termen herkennen, maar ook koppelen aan hun functie bij het lezen van tabelgegevens.
Waarom zoek je bij 'vanaf welke datum' maar één beginpunt?
Verwachte elementen: leerlingen noemen dat je bij 'vanaf welke datum' het eerste moment zoekt waarop iets begint of geldt, niet alle latere datums. Laat ze benoemen dat je daarom datums in volgorde leest.
Richtingswoorden in tabellen
Richtingswoorden beschrijven een verandering in gegevens.
Belangrijke woorden:
stijgen
dalen
toenemen
Je gebruikt ze als waarden in de tijd veranderen.
Koppel de richtingswoorden aan tabellen, niet alleen aan grafieken. Ook in een tabel kun je zien of iets omhoog of omlaag gaat.
Aantallen, waarden en tijdstippen
Bij vergelijken let je op drie soorten gegevens:
aantallen: bijvoorbeeld 12, 24, 36
waarden: bijvoorbeeld punten, euro's of graden
tijdstippen: bijvoorbeeld dagen, maanden of datums
Lees steeds welke soort gegevens je vergelijkt.
Dit helpt leerlingen om taal en rekenen te verbinden: niet elk getal betekent hetzelfde.
Stijgen en toenemen
Als een waarde groter wordt, kun je zeggen dat die stijgt of toeneemt.
Voorbeelden:
Het aantal stijgt van 24 naar 30.
De waarde neemt toe in de volgende maand.
Na dinsdag is een hoger aantal te zien.
Je kunt kort benoemen dat stijgen en toenemen hier bijna hetzelfde betekenen: de waarde wordt hoger.
Dalen
Als een waarde kleiner wordt, daalt die.
Voorbeelden:
Het aantal daalt van 30 naar 22.
Na vrijdag is een lagere waarde te zien.
In de laatste rij staan minder punten dan eerder.
Laat leerlingen letten op de richting van de verandering: eerst de beginwaarde, daarna de eindwaarde.
Verschillen verwoorden
Gebruik tabelgegevens precies in een zin.
Goede formuleringen zijn bijvoorbeeld:
Het aantal op woensdag is hoger dan op dinsdag.
Vanaf 12 mei neemt de waarde toe.
Het verschil tussen deze twee dagen is 8.
De score daalt tussen maandag en donderdag.
Moedig volledige zinnen aan waarin zowel de gegevens als de vergelijking genoemd worden.
Welke verandering past bij 'dalen'?
24 naar 30
18 naar 25
30 naar 22
12 naar 12
De foute opties testen verwarring tussen stijgen, gelijk blijven en dalen.
Veranderingen precies verwoorden
Als een waarde hoger wordt, kun je zeggen dat die stijgt of toeneemt. Als een waarde lager wordt, daalt die. In een goede zin noem je ook het juiste tijdstip of de datum erbij.
Sluit aan op het blok over richtingswoorden en precies formuleren met gegevens uit een tabel.
Wat vind jij het lastigst bij tabelzinnen maken?
juiste woorden
verschil noemen
datum lezen
richting zien
This item has no instructions
Een tabel invullen
Bij het invullen van een tabel neem je gegevens overzichtelijk over.
Let op:
elk gegeven komt in het juiste vakje
je volgt de kopjes van de tabel
je slaat geen rij of kolom over
This item has no instructions
Vast format volgen
Een vast format betekent dat de tabel een afgesproken indeling heeft.
Daarom werk je:
van links naar rechts
van boven naar beneden
precies volgens de kopjes en de volgorde
zonder gegevens te verplaatsen
Leg uit dat netjes werken hier helpt om fouten te voorkomen, niet alleen om de tabel mooi te maken.
Gegevens correct overnemen
Correct overnemen betekent:
cijfers exact opschrijven
de juiste datum bij de juiste waarde zetten
geen gegevens verwisselen
controleren of alles compleet is
Zo blijft de tabel betrouwbaar.
Benadruk het woord betrouwbaar: als één gegeven verkeerd staat, klopt de vergelijking daarna ook niet meer.
Overzicht houden
Een goed ingevulde tabel is duidelijk te lezen.
Kenmerken van overzicht:
dezelfde volgorde aanhouden
elke rij volledig invullen
lege vakjes opmerken
na afloop de hele tabel nog eens nalopen
Noem dat leerlingen beter fouten vinden wanneer zij na het invullen nog één keer rij voor rij controleren.
Opdracht
We gaan samen een Blooket maken over rekenen en tabellen.
Dit gaat ook met een tabel.
Hiermee kan de website "lezen" wat de vragen, de antwoorden en de goede antwoorden zijn.
Noem dat leerlingen beter fouten vinden wanneer zij na het invullen nog één keer rij voor rij controleren.
Opdracht
Kijk in je e-mail
Zoek het Excel bestand in de bijalge op en open dit.
Noem dat leerlingen beter fouten vinden wanneer zij na het invullen nog één keer rij voor rij controleren.
Wat heb je vandaag geleerd over tabellen lezen of invullen?
Reflectie zonder goed of fout. Laat leerlingen concreet verwijzen naar bijvoorbeeld meer dan, hoeveel meer, stijgen/dalen of het invullen volgens format.
Wat hielp jou het meest om tabelgegevens goed te begrijpen?
Reflectie op leerstrategie. Mogelijke antwoorden: kopjes eerst lezen, datums in volgorde bekijken, verschil uitrekenen, rij voor rij controleren.
Welk onderdeel vond je het lastigst in deze les?
Reflectie op moeilijkheden. Gebruik antwoorden om eventueel het onderscheid tussen vergelijken, verschil berekenen en richtingswoorden te herhalen.
Begrippenlijst
tabel - een overzicht waarin gegevens in rijen en kolommen staan
rij - vakjes die naast elkaar staan
kolom - vakjes die onder elkaar staan
kopje - woord dat aangeeft welke gegevens ergens staan
cel - één vakje in een tabel
meer dan - groter dan een andere waarde
hoeveel meer - het verschil tussen twee waarden
This item has no instructions
Begrippenlijst
tussen ... en ... - een waarde of tijdstip ligt binnen twee grenzen
vanaf welke datum - het eerste moment waarop iets begint of geldt
stijgen - hoger worden
toenemen - groter worden
dalen - lager worden
waarde - het getal dat bij een gegeven hoort
tijdstip - het moment of de datum waarop iets gebeurt
This item has no instructions