Let op: Dit staat niet in het boek, je kan dit oefenen door de werkbladen te pakken.
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1
This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 40 min
Report this lesson
Items in this lesson
5.2 rekenen met energie
Let op: Dit staat niet in het boek, je kan dit oefenen door de werkbladen te pakken.
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Aan het einde van de paragraaf kan/weet jij:
- Hoe je moet rekenen met E=P*t
- eenheden van energie, vermogen en tijd
Slide 2 - Slide
herhaling grootheden en eenheden
Vorig jaar hebben jullie bij het hoofdstuk warmte al een formule geleerd: E = p*t. Deze formule gaan we deze periode ook gebruiken, maar we gaan hem ietsjes uitbreiden!
Slide 3 - Slide
E
Als eerste de E. De E staat voor ENERGIE. Dit is hoeveel energie een voorwerp of persoon heeft.
De eenheden die bij Energie horen zijn de Joule (J) en de kiloWattuur (kWh)
Op je toets hoef je alleen de energie in kWh uit te rekenen
Slide 4 - Slide
groot en eenheden oefenen
Vul de tabel aan het einde van je schrift verder aan. Probeer ook de eenheden verschillende kleuren te geven.
Grootheid
Afkorting
Eenheid
Afkorting
Energie
E
Joule
kiloWatuur
J
kWh
Slide 5 - Slide
P
als tweede de P. De P staat voor Vermogen (power in het engels). Dit is hoeveel energie een voorwerp of persoon per seconden heeft.
De eenheden die bij Vermogen horen zijn de Watt (W) en de kiloWatt (kW)
onthoud: 1 kW = 1000 W
Slide 6 - Slide
groot en eenheden oefenen
Vul de tabel aan het einde van je schrift verder aan. Probeer ook de eenheden verschillende kleuren te geven.
Grootheid
Afkorting
Eenheid
Afkorting
Energie
E
Joule
kiloWatuur
J
kWh
vermogen
P
Watt
kiloWatt
W
kW
Slide 7 - Slide
t
als laatste de t. De t staat voor tijd
Dit is hoeveel tijd een apparaat aanstaat
De eenheden die bij tijd horen zijn de seconde (s) en de uur (h)
onthoud: 1 uur = 60 minuten
1 minuut = 60 seconden
Slide 8 - Slide
groot en eenheden oefenen
Vul de tabel aan het einde van je schrift verder aan. Probeer ook de eenheden verschillende kleuren te geven.
Grootheid
Afkorting
Eenheid
Afkorting
Energie
E
Joule
kiloWatuur
J
kWh
vermogen
P
Watt
kiloWatt
W
kW
tijd
t
seconden
uur
s
h
Slide 9 - Slide
kleuren
Alle kleuren in de grootheden en eenhedenlijst horen bij elkaar. Jullie moeten deze periode alleen de Energie in kWh berekenen. Jullie moeten wel de eenheden van vermogen en tijd om kunnen rekenen. Jullie krijgen hierna wat vragen om hiermee te oefenen
Slide 10 - Slide
3 kW = ....... W
A
0,003
B
30
C
300
D
3000
Slide 11 - Quiz
2300 W = ....... kW
A
2,3
B
230
C
23000
D
0,23
Slide 12 - Quiz
1,5 uur = ...... minuten
A
60
B
90
C
30
D
150
Slide 13 - Quiz
25 minuten = ....... seconden
A
1400
B
1500
C
1300
D
0,25
Slide 14 - Quiz
Hoe pak je deze sommen aan?
stap 1: lees de tekst en de vraag
Stap 2: Schrijf het 5-stappenplan op
stap 3: vul het 5-stappenplan stap voor stap in
Stap 4: Check of je overal eenheden hebt opgeschreven
Slide 15 - Slide
oefenen met de klas
Het koffiezetapparaat van Tom heeft een vermogen van 17W. Na 4 uur wilt Tom berekenen hoeveel Energie zijn koffiezetapparaat heeft verbruikt. Reken uit hoeveel Energie het koffiezetapparaat heeft verbruikt na 4 uur. geef je antwoord in kiloWattuur
Hoe pakken we dit aan?
Gebruik het 5-stappenplan
Slide 16 - Slide
Antwoord
Gev: E=?
Geg: P= 17W (delen door 1000) = 0,017 kW
t= 4h
For: E= P*t
ing: 0,017 kW * 4 h
Ant: E= 0,068kWh
Slide 17 - Slide
groot en eenheden oefenen
Neem de tabel over en vul hem verder in
Grootheid
Afkorting
Eenheid
Afkorting
E
kiloWattuur
J
Vermogen
Watt
kW
t
seconde
h
Slide 18 - Slide
De laptop heeft een vermogen van 15W. Bereken het energie verbruik als de laptop 1,5 h aanstaat. bereken je antwoord in kWh
Slide 19 - Open question
Een telefoon heeft een vermogen van 80W, Sem gebruikt zijn telefoon 2 uur. Bereken het energieverbuik in kWh
Slide 20 - Open question
Een telefoon heeft een vermogen van 350 W. Hij staat 40 minuten aan. Bereken de energie in kWh
Slide 21 - Open question
groot en eenheden oefenen
Neem de tabel over en vul hem verder in
Grootheid
Afkorting
Eenheid
Afkorting
E
Joule
kWh
tijd
s
h
Vermogen
kiloWatt
W
Slide 22 - Slide
een wasbeurt duurt 3600 seconden en het vermogen van de wasmachine is 1000 Watt. Bereken hoeveel kWh
Slide 23 - Open question
een televisie gebruikt staat een heel weekend aan (72 uur). Het vermogen van de televisie is 500 Watt. Bereken de energie in kWh
Slide 24 - Open question
Een digibord staat aan tijdens een les op de Charles. Het vermogen van het digibord is 0,3 kW. Bereken het energieverbruik in kWh