Oligopolisten zijn constant aan het innoveren om hun concurrent voor te blijven (product- en procesinnovatie).
Slide 5 - Slide
Oligopolie
Bijzondere situatie oligopolie:
Aantal spelers is klein, dus kunnen op elkaars acties reageren
- Als oligopolist de prijs verlaagt, zullen de concurrenten volgen. Zij zijn bang anders afzet te verliezen
- Als oligopolist de prijs verhoogt, zullen de concurrenten niet volgen. Zij hopen extra marktaandeel te krijgen
Slide 6 - Slide
Oligopolie
Prijsverhoging en prijsverlaging hebben dus allebei geen heel goed effect.
Gevolg prijsstarheid (aanbieders veranderen niet snel hun prijzen)
totdat...
Als een van de bedrijven begint de prijs te verlagen, reageren de anderen en kan zomaar een prijzenoorlog ontstaan
Slide 7 - Slide
Oligopolie
Prijsstarheid > zowel prijsverlaging als prijsverhoging heeft geen zin.
Aanbieders zijn gevangen in huidige prijzen.
Prijsverhoging heeft afzetdaling tot gevolg > consumenten lopen over naar de concurrent.
Bij een prijsverlaging zullen andere aanbieders ook reageren door de prijs te verlagen gevolg daling van de winst.
De oligopolist is daarom zeer terughoudend met het veranderen van de prijzen.
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
0
Slide 10 - Video
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Video
Beslisboom
Wanneer de spelers na elkaar een beslissing nemen, spreken we van een sequentieel spel.
In zo’n situatie kan de eerste speler voordeel hebben, omdat hij rekening kan houden met de reactie van de andere speler.
Bij een sequentieel spel gebruiken we een beslisboom om alle mogelijke (combinaties van) acties in kaart te brengen en te analyseren.
Slide 14 - Slide
In deze beslisboom staan de mogelijke opbrengsten, waarbij Mioto overweegt toe te treden tot een markt.
Napia, het bestaande bedrijf, kan op die toetreding reageren door de huidige prijs te veranderen.
Slide 15 - Slide
Slide 16 - Slide
Mioto zal eerst kijken wat de reactie van Napia gaat zijn.
Wat zal Napia in beide gevallen gaan doen?
Slide 17 - Slide
Mioto zal eerst kijken wat de reactie van Napia gaat zijn:
Als Mioto kiest voor “toetreden”, dan zal Napia kiezen voor een “hoge prijs” (want 16 > 7)
Als Mioto kiest voor “niet toetreden”, dan zal Napia kiezen voor een “hoge prijs” (want 20 > 10)
Dat wil zeggen dat Napia een dominante strategie heeft om te kiezen voor een hoge prijs.
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Slide
Zet de kenmerken bij de juiste marktvorm.
Oligopolie
Monopolistische concurrentie
Weinig aanbieders
Veel aanbieders
Heterogene goederen
Risico op kartels
Vaak ontstaat een marktleider
Meestal vrije toetreding
Slide 21 - Drag question
Hoofdstuk 3
Oligopolie &
monopolistische concurrentie
Slide 22 - Slide
Deze les
Je kent de kenmerken van een monopolistische concurrentie
Je kunt bepalen welke doelstelling een monopolistische concurrent nastreeft aan de hand van een grafiek
Je kunt de prijselasticiteit berekenen
Slide 23 - Slide
Herhaling vorige les, los deze beslisboom op
Slide 24 - Slide
Slide 25 - Slide
Bedrijf 2 zal bij toetreden van Bedrijf 1 een hoge prijs kiezen (150>120)
Bedrijf 2 zal bij niet toetreden van Bedrijf 1 een hoge prijs kiezen (200>180)
Bedrijf 1 zal in die wetenschap meer verdienen door toe te treden (80>0)
Slide 26 - Slide
Wat zijn de kenmerken van de marktvorm monopolistische concurrentie?
Slide 27 - Slide
Monopolische concurrentie
Is het gemakkelijk of moeilijk om het marktaandeel te vergroten op een markt van monopolistische concurrentie?
moeilijk!
veel aanbieders -> veel concurrenten
heterogeen product maar niet heel verschillend (denk aan bakkers/slagers)
Waarom heeft de aanbieder op een markt van monopolistische concurrentie weinig invloed op de prijs?
veel concurrenten, klanten zullen veelal wel overstappen bij prijsverhoging, en bij prijsverlaging kans op te weinig winst
Slide 28 - Slide
Monopolische concurrentie
Heterogene producten betekent dat er wel veel concurrentie is, maar dat een bedrijf met productdifferentiatie toch binnen zekere grenzen de prijs te beïnvloeden.
De p=GO lijn en de MO lijn vertonen daarom dezelfde eigenschappen als bij een monopolie
Slide 29 - Slide
Invloed op de prijs
Op een markt van monopolistische concurrentie heeft de aanbieder enige invloed op de prijs.
De prijs (P = GO) loopt daarom niet horizontaal (zoals bij volkomen concurrentie), maar dalend en is gelijk aan de prijsafzetlijn.
De aanbieder kan de prijs verlagen om meer te verkopen. De MO is daarbij niet meer gelijk aan GO, maar de helft van de helling!
Slide 30 - Slide
Monopolistische concurrentie
Maximale winst arceren:
Slide 31 - Slide
Een monopolistische concurrent probeert door productdifferentiatie klanten aan zich te binden en invloed te hebben op de prijs.
Slide 32 - Slide
Als de prijs op gegeven moment te hoog wordt, zullen klanten gaan overlopen naar een alternatief product/bedrijf.
Voorbeeld benzine(pomp)
Slide 33 - Slide
Hoe groot het aantal overlopers is, hangt af van de prijselasticiteit van de vraag.
Slide 34 - Slide
Wat weet je nog over de prijselasticiteit (Ev)?
Dit is gelijk herhaling voor het boekje Vragers en Aanbieders hoofdstuk 5.
Slide 35 - Slide
Procentuele verandering berekenen
Slide 36 - Slide
Prijselasticiteit
De prijselasticiteit zegt iets over hoe sterk de gevraagde hoeveelheid reageert op een daling of stijging van de prijs.
Slide 37 - Slide
Prijselasticiteit van de vraag (Ev)
Hoe reageert de vraag op een verandering van de prijs?
Formule:
Ev = % verandering v.d. vraag (gevolg)
% verandering v.d. prijs (oorzaak)
VB: Wanneer de prijs van CD’s met 25% omlaag gaat, worden er 40% méér CD’s verkocht.
Ev = 40% = - 1,6
-25%
Slide 38 - Slide
Ev (of Ep)
Ev = % verandering v.d. vraag (gevolg)
% verandering v.d. prijs (oorzaak)
-1 < Ev < 0 Inelastisch (consument reageert relatief / in verhouding niet sterk op een prijsverandering)
Ev = 0 Volkomen inelastisch (consument reageert niet op een prijsverandering)
Ev < -1 / +1 Elastisch (consument reageert relatief sterk op een prijsverandering)
Slide 39 - Slide
Prijselasticiteit
Slide 40 - Slide
Interpretatie Ev
Als de prijs met 1% veranderd neemt de vraag met ….. % toe/ af
Je kijkt dus in hoeverre een verandering van 1% van de prijs van invloed is op de vraag.
Slide 41 - Slide
Slide 42 - Slide
Prijselasticiteit en omzet
Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?
Elastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een meer dan evenredige verandering van de afzet
Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Slide 43 - Slide
Prijselasticiteit en omzet
Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?
Elastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een meer dan evenredige verandering van de afzet
Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Slide 44 - Slide
Prijselasticiteit en omzet
Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?
Inelastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een minder dan evenredige verandering van de afzet
Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename /afname van de omzet.
Slide 45 - Slide
Prijselasticiteit en omzet
Wat is het effect van een prijswijziging bij een elastische vraag en bij een inelastische vraag?
Inelastische vraag - een verandering in de prijs, zorgt voor een minder dan evenredige verandering van de afzet
Een prijsverhoging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Een prijsverlaging zorgt hier dus voor een toename / afname van de omzet.
Slide 46 - Slide
Relatie omzet en elasticiteit bij soorten goederen
Slide 47 - Slide
Samengevat
Ev > 1, elastische vraag, omzet stijgt bij prijsdaling
Ev = 0, volkomen inelastisch, omzet blijft gelijk bij prijsdaling
0 > Ev > 1, inelastische vraag, omzet daalt bij prijsdaling