5.5 Gedrag

5.5 Gedrag
To do:
Inloggen op de LessonUp-app
Tekstboek open op blz. 109 t/m 112
1 / 33
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5.5 Gedrag
To do:
Inloggen op de LessonUp-app
Tekstboek open op blz. 109 t/m 112

Slide 1 - Slide

Welke onderdelen behoren tot het centrale zenuwstelsel?

Slide 2 - Open question

Geef de onderdelen in de juiste volgorde:
1. Impulsen gaan via zenuwen naar de hersenen.
2. In de zintuigcellen worden prikkels omgezet tot impulsen.
3. De impulsen worden via de zenuwen naar spieren/ klieren geleid.
4. In de hersenen worden de impulsen verwerkt en ontstaan er nieuwe impulsen.
A
2-4-3-1
B
2-3-4-1
C
2-1-4-3
D
2-1-3-4

Slide 3 - Quiz

Leerdoelen
- Je kunt uitleggen wat gedrag is.
- Je kunt uitleggen waardoor gedrag wordt bepaald.
- Je kunt het verschil benoemen tussen observatie en interpretatie

Slide 4 - Slide

Gedrag
- Bestaat uit handelingen die met elkaar samenhangen
- Bijv. jagen of koken
- Handeling          effect        handelingen = gedragsketen

Gedragsketen
Handeling

Slide 5 - Slide

Waardoor wordt gedrag bepaald?
Gedrag wordt bepaald door prikkels en motivatie
- Prikkel = invloed uit de omgeving
- Inwendige en uitwendige prikkels


Inwendig
Uitwendig
Honger/ dorst
Bericht op je telefoon
Hormonen voor voortplanting
Je ziet een vriend(in) op straat
Een volle blaas
Een hete pan
Motivatie = bereidheid om te reageren op een prikkel

Slide 6 - Slide

Wat is een voorbeeld van een gedragsketen?
A
Jezelf aankleden voor het voetbal
B
Remmen met je fiets
C
Groente snijden voor de groentensoep
D
De lamp aanzetten in een donkere kamer

Slide 7 - Quiz

Geef een voorbeeld van een inwendige prikkel en een uitwendige prikkel.

Slide 8 - Open question

Reageren
Zintuigen reageren op prikkels door impulsen naar de hersenen te sturen.

Bij het reageren sturen de hersenen een impuls naar de spieren. 

Slide 9 - Slide

Het pakken van een frietje = respons (reactie op een prikkel)

Slide 10 - Slide

Motivatie
Motivatie = de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag. 

Als je veel hebt gegeten, is je motivatie om te eten laag. 
De prikkel "ruiken van friet" leidt dan niet tot eetgedrag. 
Bij honger is je motivatie om te eten hoog. 
Dan leidt de prikkel wel tot een respons. 

Slide 11 - Slide

Gedrag: aangeboren vs. aangeleerd
Aangeboren gedrag
  • Gedrag dat een kind of dier uit zichzelf vertoont (instinct)
  • Bijv. trappelend kievitskuiken en pasgeboren kalf


Slide 12 - Slide

Gedrag: aangeboren vs. aangeleerd
Aangeleerd gedrag
  • Gedrag dat door soortgenoten of mensen is aangeleerd
  • Bijv. trucjes bij een hond

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

3

Slide 16 - Video

01:00
Is dit een voorbeeld van aangeboren of aangeleerd gedrag?
Aangeboren
Aangeleerd

Slide 17 - Poll

01:19
Wat is hier de uitwendige prikkel voor het kuiken?
A
De aanwezigheid van moedermeeuw
B
Het bedelen van de andere kuikens
C
Honger
D
De snavel van de moeder

Slide 18 - Quiz

02:46
Bij welke snavel is de motivatie om te pikken het grootste?
A
Gele snavel
B
Gele snavel met rode stip

Slide 19 - Quiz

Sociaal gedrag
Een prikkel of handeling bij sociaal gedrag noem je een signaal

Handeling van een dier/ mens is een prikkel (dus signaal) voor de handeling van een soortgenoot (respons/ reactie)


Slide 20 - Slide

Gedrag van mensen
Mensen denken na over hun gedrag en ze beoordelen het gedrag van anderen. Dieren doen dat niet.

Waarden zijn de dingen die mensen belangrijk vinden in het leven:
Eerlijkheid, respect, rechtvaardigheid, vrijheid
Normen zijn gedragsregels waarvan veel mensen vinden dat je je eraan moet houden:
Je mat niet stelen (gebaseerd op de waarde "eerlijkheid")

Slide 21 - Slide

Signaal met meerdere betekenissen
Een hand opsteken is een signaal. Dit kan verschillende betekenissen hebben.

Je kijkt naar de situatie, de gezichtsuitdrukking en de lichaamshouding. 

Slide 22 - Slide

Observatie en interpretatie
Het feitelijke gedrag dat je waarneemt = observatie.
"De hond beweegt zijn staart op en neer"

Wat jij DENKT dat dit gedrag betekent = interpretatie
"de hond is blij"

Slide 23 - Slide

een bericht sturen met je telefoon
een kuiken kruipt uit een ei
fietsen
gelijkwaardigheid
iedereen moet zich aan de verkeersregels houden
Signaal
Aangeboren gedrag
Aangeleerd gedrag
Waarde
Norm

Slide 24 - Drag question

Zet bij het juiste vak (normen of waarden)
norm
waarde
Eerlijkheid
Je laat je vrienden nooit in de steek
Je mag je mening uiten
Vriendschap
Respect
Niet liegen tegen anderen
Elkaar laten uitpraten
Behulpzaamheid

Slide 25 - Drag question

Is het een interpretatie of een observatie?
De kat is moe.
A
Interpretatie
B
Observatie

Slide 26 - Quiz

Is het een interpretatie of een observatie?
De hond loopt mank.
A
Interpretatie
B
Observatie

Slide 27 - Quiz

Aan de slag met...
- Ga naar Malmberg Online (Biologie voor Jou)
- Maak opdr. 1 t/m 7, opdr. 4 overslaan

Slide 28 - Slide

Snap je er nog niks van?
Kun je geen antwoord geven op de leerdoelen van bs 5 gedrag?

Dan kun je het volgende doen:
- Bestudeer de slides van deze les + de dikgedrukte woorden/ begrippen
- Bekijk de uitleg van een andere biologiedocent (zie volgende filmpje)
- Lees blz. 109 t/m 112 in je boek en bekijk goed de afbeeldingen

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Wil je nog beter worden?
Je kunt antwoord geven op de leerdoelen, maar je maakt nog wel eens een fout?

Dan kun je het volgende doen:
- Leer de begrippen uit deze les
- Bekijk de uitleg van een andere biologiedocent

Om te checken of je het dan goed hebt begrepen, maak je:
- Test jezelf van bs 5 (5.5 Gedrag)

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Ik snap het, maar ik wil meer weten!
Kun je makkelijk de leerdoelen uitleggen en heb je een goede score voor de test jezelf 5.5 Gedrag?

Hier een interessant filmpje met het idee om juist gedrag te belonen in China. Welke begrippen komen in dit filmpje terug?


Slide 33 - Slide