17-10 1.6

Fijn dat je er bent 
Pak je boek , schrift , pen bladzijde 25
Lees de tekst op bladzijde 25 + noteer de 7 begrippen + betekenis

Ben je klaar dat is mooi :)
timer
12:00
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Economie & OndernemenMiddelbare schoolvmbo k, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Fijn dat je er bent 
Pak je boek , schrift , pen bladzijde 25
Lees de tekst op bladzijde 25 + noteer de 7 begrippen + betekenis

Ben je klaar dat is mooi :)
timer
12:00

Slide 1 - Slide

Gluren bij de buren

Slide 2 - Slide

Doel
  • Prettig gedrag
  • Ik weet het verschil tussen een A-merk en B-merk
  • Ik weet het belang van merkbeleid
  • Ik weet wat Routing is
  • Ik kan nieuwe theorie toepassen in een praktijkopdracht. 

Slide 3 - Slide

Indeling Smale dag 4 lesuren 

Les 1: herhalen theorie + nieuwe theorie
Les 2: 10 leerlingen praktijkopdracht
Les 3: 10 leerlingen praktijkopdracht
4e les Na de pauze: Tijd om nog bezig te gaan met de toets economie

Slide 4 - Slide

Looproute
Met routing wordt de looproute in de winkel bedoeld. 
  • De looproute moet dan niet te ingewikkeld zijn.
  • Voor de winkelier is het belangrijk dat de klant zo veel mogelijk artikelen ziet en dat hij verleid wordt om de producten te kopen. 
  • Hij kan kiezen voor een ‘gedwongen’ routing -->  vaste route bijv. IKEA, waar met pijlen wordt aangegeven hoe je door de winkel moet lopen.



Slide 5 - Slide

verschillen in assortiment
  • Breedte van het assortiment: Veel verschillende productgroepen is breedt assortiment, weinig is een smal assortiment.
  • Lengte van het assortiment:  Lang assortiment veel producten in productgroepen en kort assortiment weinig producten
  • Diepte van het assortiment: Diep assortiment veel productvarianten. Ondiep assortiment is weinig productvarianten.
  • Hoogte van het assortiment: Hoog assortiment duurdere merken. Laag assortiment goedkopere merken
  • Consistentie van het assortiment: Als product groepen bij elkaar passen.

Slide 6 - Slide

Concurrerende artikelen
Concurrerende artikelen zijn dezelfde soort artikelen waaruit je kunt kiezen bij een winkel.

Denk aan alle de verschillende soorten en merken laptops die je kunt komen bij Mediamarkt.

Slide 7 - Slide

Wat zijn complementaire artikelen?

Slide 8 - Mind map

Complementaire artikelen
= Een artikel dat je 'erbij' verkoopt, is een complementair artikel.

Voorbeeld is een riem die je 
bij een spijkerbroek koopt 
of een bel bij een fiets.

Slide 9 - Slide

Follow-up artikelen
= speciaal soort complementair artikel. Het is een artikel dat nodig is om het hoofdartikel te kunnen gebruiken.

Denk aan een opzetborstel bij een elektrische tandenborstel
of koffiefilters die nodig zijn bij een koffiezetapparaat.

Slide 10 - Slide

Wat is een follow up artikel bij een printer?
A
papier
B
een computer
C
inkt
D
stroom

Slide 11 - Quiz

Wat is een kenmerk van een rage-artikel?
A
Altijd goedkoop
B
Lange tijd populair
C
Korte tijd populair
D
Altijd duur

Slide 12 - Quiz

Rage-artikel
= Een artikel dat inhaakt op een bepaalde rage. Een rage is iets dat in korte tijd heel erg populair wordt.

Voorbeeld: Loombandjes of oranje artikelen in de 
periode van het EK of WK.

Slide 13 - Slide

Impuls artikel
= Een artikel dat je in een opwelling koopt, zonder dat je het van tevoren van plan was.

Denk aan artikelen op het display bij
de kassa, waarop bijvoorbeeld
snoep en chocoladerepen staan.
Of bakken met artikelen in het gangpad
of bij de winkelingang.

Slide 14 - Slide

Een klant koopt bij tuincentrum Groenhof een barbecue én koopt er direct een zak houtskool bij.

Houtskool is bij deze aankoop een voorbeeld van...
A
Een concurrerend artikel.
B
Een rage-artikel.
C
Een complementair artikel.

Slide 15 - Quiz

Waarvan is in deze afbeelding sprake?
A
Een complementair artikel
B
Een follow-up artikel

Slide 16 - Quiz

Waarvan is in deze afbeelding sprake?
timer
10:00
A
Een complementair artikel
B
Een follow-up artikel

Slide 17 - Quiz

terugblik 
  • Prettig gedrag
  • Ik weet het verschil tussen een A-merk en B-merk
  • Ik weet het belang van merkbeleid
  • Ik weet wat Routing is
  • Ik kan nieuwe theorie toepassen in een praktijkopdracht. 
timer
2:00

Slide 18 - Slide