Verleden tijd (imperfectum) (A2)

Het imperfectum
Ik kan het imperfectum van regelmatige werkwoorden maken en gebruiken
Ik kan het imperfectum van een aantal onregelmatige werkwoorden maken en gebruiken

1 / 23
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 75 min

Items in this lesson

Het imperfectum
Ik kan het imperfectum van regelmatige werkwoorden maken en gebruiken
Ik kan het imperfectum van een aantal onregelmatige werkwoorden maken en gebruiken

Slide 1 - Slide

Hij ... naar Amsterdam.
A
verhuiste
B
verhuisde

Slide 2 - Quiz

Monica ... de hele avond met Ahmad.
A
praate
B
praatte

Slide 3 - Quiz

Julia ... een broodje gezond.
A
koopte
B
kocht

Slide 4 - Quiz

Zij ... een jaar door Amerika.
A
reisden
B
reisten

Slide 5 - Quiz

We ... een patatje en dronken een wijntje.
A
eetten
B
aten

Slide 6 - Quiz

De studenten .... veel toetsen deze week.
A
maakte
B
maakten

Slide 7 - Quiz

SoFTKeTCHuP - X
Regelmatige werkwoorden





Bijvoorbeeld:
fietsen - Ik fietste naar school. - Wij fietsten naar school.
werken - Hij werkte bij een bakker. - Zij werkten bij een bakker.
wonen - Zij woonde in Leeuwarden. - Jullie woonden in Leeuwarden.



enkelvoud
-te of -de
meervoud
-ten of -den

Slide 8 - Slide

Reizen
Reizen
  • Reizen - en = reiz
  • Zit de letter '-z' in SoFTKeTCHuP-X
  • Nee, dus -de(n) achter de ik-vorm

Presens ik-vorm: 
ik reis

Imperfectum:
ik reisde
wij reisden




Slide 9 - Slide

Beloven
Beloven
  • beloven - en = belov
  • Zit de letter '-v' in SoFTKeTCHuP-X
  • Nee, dus -de(n) achter de ik-vorm

Presens ik-vorm: 
ik beloof

Imperfectum:
ik beloofde
wij beloofden




Slide 10 - Slide

Praten
Praten
  • praten - en = prat
  • Zit de letter '-t' in SoFTKeTCHuP-X
  • Ja, dus -te(n) achter de ik-vorm

Presens ik-vorm: 
ik praat

Imperfectum:
ik praatte
wij praatten




Slide 11 - Slide

Oefening
Opdracht: Schrijf de verleden tijd van het werkwoord.








Klaar? Schrijf dan ook de verleden tijd van: spelen - leren - maken - voetballen - wachten - zwaaien - antwoorden - fietsen

timer
10:00
werken
Ik ...
verven
Ik ...
luisteren
Ik ...
praten
Ik ...
verhuizen
Ik ...

Slide 12 - Slide

Onregelmatige werkwoorden
Voor sommige werkwoorden is geen regel. Je kunt niet -te, -ten, -de of -den achter het woord zetten. Je moet de woorden leren.

Bijvoorbeeld:
las / lazen
schreef / schreven
sprak / spraken
deed / deden
kwam / kwamen
zag / zagen




Slide 13 - Slide

Onregelmatige werkwoorden
Voor sommige werkwoorden is geen regel. Je kunt niet -te, -ten, -de of -den achter het woord zetten. Je moet de woorden leren.

Bijvoorbeeld:
las / lazen --> lezen
schreef / schreven --> schrijven
sprak / spraken --> spreken
deed / deden --> doen
kwam / kwamen --> komen
zag / zagen --> zien




Slide 14 - Slide

Onregelmatige werkwoorden
zijn
hebben
ik was
jij was
u was
hij / zij was
wij waren
jullie waren
zij waren
ik had
jij had
u had
hij / zij had
wij hadden
jullie hadden
zij hadden

Slide 15 - Slide

Onregelmatige werkwoorden
Zien
lopen
vinden
doen
komen
ik zag
wij zagen
ik liep
wij liepen
ik vond
wij vonden
ik deed
wij deden
ik kwam
wij kwamen
zeggen
moeten
mogen
gaan
blijven
ik zei
wij zeiden
ik moest
wij moesten
ik mocht
wij mochten
ik ging
wij gingen
ik bleef
wij bleven
schrijven
denken
kunnen
kopen
eten
ik schreef
wij schreven
ik dacht
wij dachten
ik kon
wij konden
ik kocht
wij kochten
ik at
wij aten

Slide 16 - Slide

Maak een zin in het imperfectum:
lezen

Slide 17 - Open question

Maak een zin in het imperfectum:
lopen

Slide 18 - Open question

Maak een zin in het imperfectum:
zijn

Slide 19 - Open question

Maak een zin in het imperfectum:
gaan

Slide 20 - Open question

Maak een zin in het imperfectum:
kopen

Slide 21 - Open question

Oefening spreken
Opdracht: Spreek over een bijzondere of mooie dag in het verleden. 

Vertel:
  • Wanneer het was?
  • Waar het was?
  • Met wie je was?
  • Welke dingen je hebt gedaan?
  • Waarom je deze dag zo bijzonder of mooi vond?


timer
1:00

Slide 22 - Slide

Hoe ging het vandaag?

😒🙁😐🙂😃

Slide 23 - Poll