Ondernemingsplan en oprichting (Bedrijfseconomie vwo), les 2: Examentraining

Een foodtruck met klanten bij het afhaalluik, Austin (Texas)

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Examentraining

Ondernemingsplan en oprichting: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: SWOT maken, marketingplan beoordelen, investering, resultaat en liquiditeit berekenen en oprichtingsverplichtingen toepassen, met acht vragen in examenstijl.

Items in this lesson

Een foodtruck met klanten bij het afhaalluik, Austin (Texas)

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Examentraining

Ondernemingsplan en oprichting: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Kurtkaiser / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Wat ga je kunnen?

Ik kan een SWOT-analyse maken, een marketingplan beoordelen en begrotingen en oprichtingsverplichtingen toepassen in een casus.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wie is de ondernemer en over welk plandeel gaat de casus?

  • 2. Zoek: welke gegevens staan erin: bedragen, doelgroep, kwaliteiten, concurrentie?

  • 3. Koppel: bij welk begrip hoort elk gegeven, en hoe hangen de plandelen samen?

  • 4. Reken en check: reken stap voor stap en kijk of je uitkomst logisch is.

This item has no instructions

Ginnekenstraat in Breda. Foto: G.Lanting, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Vraagtype 1: een SWOT maken

  • Je deelt gegevens in bij sterkte, zwakte, kans of bedreiging.

  • Vraag je af: is het intern (van het bedrijf) of extern (van buiten)?

  • Casus: Mei heeft een lunchroom bij een station.

Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Mei's lunchroom bij het station staat bekend om zelfgebakken taart. Wat is dit in de SWOT?

A

Een kans

B

Een zwakte

C

Een sterkte

D

Een bedreiging

Syllabus 12.2.2: een eigen kenmerk dat in het voordeel werkt is een sterkte (intern). Verwachte fout: kans, omdat het gunstig is, maar een kans komt uit de omgeving.

Mei heeft geen ervaring met het leiden van personeel. Hoe noteer je dit in de SWOT?

A

Als bedreiging, want het is een risico voor het bedrijf

B

Als zwakte, want het is een intern kenmerk

C

Als kans, want ze kan er nog van leren

D

Als sterkte, want ze doet alles zelf

Syllabus 12.2.2: ervaring van de ondernemer is een intern gegeven, en het ontbreken ervan een zwakte. Verwachte fout: bedreiging, omdat een risico niet automatisch extern is.

Bloemenkraam, markt Dordrecht, 2014. Foto: Bert Knot, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Vraagtype 2: marketingplan beoordelen

  • Je beoordeelt of doelgroep, doelstelling en marketingmix bij elkaar passen.

  • Zoek de schakel die niet aansluit.

  • Casus: Joris verkoopt exclusieve bloemen op de markt.

Image credit: Bert Knot / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Joris richt zich op jongeren tot 25 jaar, maar adverteert alleen in een krant voor 65-plussers. Wat past niet?

A

Zijn doelgroep is te klein voor een marktkraam

B

Een marktkraam is geen vorm van plaats

C

Zijn concurrentie hoort niet in het marketingplan

D

De promotie bereikt zijn doelgroep niet

Syllabus 12.2.2: de marketingmix moet aansluiten bij de doelgroep. Het promotiekanaal bereikt de verkeerde groep. Verwachte fout: de doelgroep als probleem noemen.

Welke marketingdoelstelling is het best te beoordelen?

A

Zo veel mogelijk klanten krijgen

B

Een leuk bedrijf worden

C

Beter zijn dan de concurrentie

D

Binnen een jaar 150 vaste klanten met een klantenkaart

Syllabus 12.2.2: een doelstelling is concreet, meetbaar en heeft een termijn, zodat je later kunt beoordelen of die gehaald is. De andere opties zijn te vaag.

Een foodtruck met klanten bij het afhaalluik, Austin (Texas)

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Vraagtype 3: het financieel plan

  • Je rekent met de gegevens uit de casus en let op wat kost en wat uitgave is.

  • Investering min eigen inbreng en lening: wat blijft over?

  • Resultaat = opbrengsten min alle kosten, inclusief afschrijving en interest.

Image credit: Kurtkaiser / Wikimedia Commons, CC0

Kofi investeert in truck € 18.000, keuken € 6.500, voorraad € 1.500 en opstartkosten € 1.000. Bank leent € 15.000, familie € 5.000. Hoeveel brengt hij zelf in?

A

€ 20.000

B

€ 7.000

C

€ 27.000

D

€ 12.000

Syllabus 12.2.3. Uitwerking: investeringen 18.000 + 6.500 + 1.500 + 1.000 = 27.000. Vreemd vermogen 15.000 + 5.000 = 20.000. Eigen inbreng 27.000 min 20.000 = 7.000. Verwachte fouten: alleen het geleende bedrag noemen (20.000), de hele investering (27.000), of alleen de bank aftrekken (12.000).

Sem verwacht per jaar: omzet € 52.000, inkoop € 14.000, overige kosten € 9.000, afschrijving € 1.800 en 6% interest over een lening van € 4.500. Resultaat?

A

€ 27.200

B

€ 28.730

C

€ 26.930

D

€ 29.000

Syllabus 12.2.3 en 28.2. Uitwerking: 52.000 min 14.000 is 38.000. Min 9.000 is 29.000. Min afschrijving 1.800 is 27.200. Interest is 6% van 4.500 is 270. Resultaat 27.200 min 270 is 26.930. Verwachte fouten: interest vergeten (27.200), afschrijving vergeten (28.730) of beide vergeten (29.000).

Terras van een restaurant, Domburg, 2019. Foto: G.Lanting, CC BY 4.0

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Vraagtype 4: liquiditeit en oprichting

  • Bij liquiditeit tel je alleen geldstromen: wat komt er binnen en wat gaat eruit?

  • Geen afschrijving, wel aflossing. Verkoop op rekening telt pas bij betaling.

  • Bij oprichting: wat is verplicht en wat hangt van de activiteit af?

Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Lieke: beginsaldo € 1.000. Maart: omzet € 9.000 (€ 2.000 betaalt de klant pas in april), inkoop € 3.000, huur € 1.500, afschrijving € 400, aflossing € 600. Eindsaldo?

A

€ 2.900

B

€ 2.500

C

€ 3.500

D

€ 4.900

Syllabus 12.2.3 en 28.2. Uitwerking: ontvangsten 9.000 min 2.000 is 7.000. Uitgaven inkoop 3.000 + huur 1.500 + aflossing 600 is 5.100 (afschrijving is geen uitgave). Eindsaldo 1.000 + 7.000 min 5.100 is 2.900. Verwachte fouten: afschrijving als uitgave (2.500), aflossing vergeten (3.500) of de hele omzet als ontvangst (4.900).

Nadia opent een eenmanszaak met een terras waar alcohol wordt geschonken. Wat moet ze regelen?

A

Alleen een KvK-inschrijving, vergunningen zijn nooit nodig

B

KvK-inschrijving en de nodige vergunningen

C

Alleen vergunningen, de KvK hoeft pas bij winst

D

KvK-inschrijving en goedkeuring van haar plan door de bank

Syllabus 12.3: de oprichtingsverplichtingen. Een terras met alcohol vraagt om vergunningen van de gemeente. Verwachte fout: denken dat inschrijven pas hoeft bij winst, of de bank als verplichte goedkeurder zien.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een SWOT maken

2

Marketingplan beoordelen

3

Het financieel plan

4

Liquiditeit en oprichting

This item has no instructions

EXAMENSTOF · STARTEN · PLAN EN OPRICHTING

Tips voor op het examen

  • Intern of extern? Die ene vraag lost de meeste SWOT-opgaven op.

  • Investering is aanschaf, financiering is herkomst van het geld: houd ze uit elkaar.

  • Afschrijving is een kost maar geen uitgave, aflossing is een uitgave maar geen kost.

  • Reken na met een schatting: klopt de grootte van je antwoord?

This item has no instructions