Het ondernemingsplan (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Examentraining

Het ondernemingsplan: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining: plandelen herkennen, de marketingmix beoordelen, begrotingen herkennen en een begroting invullen, met acht vragen in examenstijl.

Items in this lesson

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Examentraining

Het ondernemingsplan: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Wat ga je kunnen?

Ik kan plandelen en begrotingen herkennen, een plandeel beoordelen en een eenvoudige begroting invullen.

This item has no instructions

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wie is de ondernemer en over welk plandeel of welke begroting gaat de casus?

  • 2. Zoek: welke gegevens staan erin: bedragen, doelgroep, kwaliteiten, prijzen?

  • 3. Koppel: bij welk begrip uit het ondernemingsplan hoort dat gegeven?

  • 4. Reken en check: reken stap voor stap en controleer of de uitkomst logisch is.

This item has no instructions

Werkplaats van een fietsenmaker

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Vraagtype 1: het plandeel herkennen

  • Je krijgt een stukje uit een plan en noemt het plandeel.

  • Let op: gaat het over de ondernemer, de klanten of het geld?

  • Voorbeeld: doelgroep en concurrent horen bij het marketingplan.

Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Sanne schrijft: 'Mijn doelgroep zijn forenzen, mijn concurrent is de fietsenwinkel bij het station.' Welk plandeel?

A

Het persoonlijk plan

B

Het financieel plan

C

Het marketingplan

D

De exploitatiebegroting

Syllabus 12.3.2: doelgroep en concurrentie horen bij het marketingplan. Verwachte fout: exploitatiebegroting.

Tim: 'Ik wil mijn eigen baas zijn en kan goed met klanten omgaan.' Wat is dit?

A

Persoonlijke gegevens en persoonlijke motieven

B

Persoonlijke gegevens en persoonlijke kwaliteiten

C

Persoonlijke motieven en persoonlijke kwaliteiten

D

Marketingdoelstellingen en doelgroepen

Syllabus 12.3.1: eigen baas zijn is een motief, goed met klanten omgaan is een kwaliteit. Verwachte fout: gegevens noemen, dat zijn feiten zoals opleiding en adres.

Groentekraam op de markt in Brigg (Engeland)

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Vraagtype 2: de marketingmix beoordelen

  • Je koppelt een maatregel aan een instrument of beoordeelt of de mix past.

  • Past de mix bij de doelgroep en de doelstelling?

  • Voorbeeld: een lage prijs past bij een doelgroep met weinig geld.

Image credit: David Wright / Geograph via Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Een bakkerij verlaagt na 17.00 uur de prijs van brood. Welk instrument is dat?

A

Prijsbeleid

B

Productbeleid

C

Plaatsbeleid

D

Promotiebeleid

Syllabus 22.2: het vragen van een andere prijs is prijsbeleid. Verwachte fout: promotiebeleid, omdat het een actie lijkt.

Een koffiebar richt zich op studenten met weinig geld, maar vraagt hoge prijzen. Wat klopt niet?

A

De doelgroep is te klein voor een koffiebar

B

De concurrentie hoort niet in het plan

C

Het persoonlijk plan mist een motief

D

Het prijsbeleid past niet bij de doelgroep

Syllabus 22.3: de marketingmix moet passen bij de doelgroep en de doelstelling. Verwachte fout: de doelgroep als probleem noemen.

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Vraagtype 3: de begroting herkennen

  • Je ziet een gegeven en noemt de begroting waarin het hoort.

  • Aanschaf: investering. Betalen: financiering.

  • Opbrengsten en kosten: exploitatie. Ontvangsten en uitgaven: liquiditeit.

This item has no instructions

Noor leent € 8.000 bij de bank en legt zelf € 4.000 in. Welke begroting toont deze twee bronnen?

A

De investeringsbegroting

B

De financieringsbegroting

C

De exploitatiebegroting

D

De liquiditeitsbegroting

Syllabus 12.3.3: eigen en geleend geld staan in de financieringsbegroting. Verwachte fout: investeringsbegroting.

Tara's bakkerij verwacht in maart € 14.000 aan ontvangsten en € 15.500 aan uitgaven. Welke begroting?

A

De liquiditeitsbegroting

B

De exploitatiebegroting

C

De investeringsbegroting

D

De financieringsbegroting

Syllabus 12.3.3: ontvangsten en uitgaven horen bij de liquiditeitsbegroting. Verwachte fout: exploitatiebegroting, die rekent met opbrengsten en kosten.

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Vraagtype 4: een begroting invullen

  • Je rekent met de gegevens uit de casus.

  • Stap 1: tel op wat nodig is. Stap 2: haal af wat je al hebt.

  • Let op afschrijving: een kost, geen uitgave.

This item has no instructions

Yusuf start een fietsenmakerij: gereedschap € 2.800, onderdelen € 3.200, verbouwing € 4.000. Hij legt zelf € 5.000 in. Hoeveel lening is minstens nodig?

A

€ 10.000

B

€ 15.000

C

€ 5.000

D

€ 2.200

Syllabus 12.3.3. Uitwerking: investeringen 2.800 + 3.200 + 4.000 = 10.000. Eigen geld 5.000. Lening 10.000 min 5.000 = 5.000. Verwachte fouten: de hele investering als lening noemen (10.000), eigen geld erbij optellen (15.000) of een post vergeten (2.200).

Een koffiebar verwacht per jaar: omzet € 60.000, inkoopwaarde van de omzet € 22.000, huur € 12.000 en € 3.000 afschrijving. Wat is het resultaat?

A

€ 26.000

B

€ 23.000

C

€ 38.000

D

€ 20.000

Syllabus 12.3.3 en 23.2. Uitwerking: 60.000 min 22.000 = 38.000; min 12.000 = 26.000; min 3.000 = 23.000. Verwachte fouten: afschrijving vergeten (26.000), huur en afschrijving vergeten (38.000) of afschrijving dubbel aftrekken (20.000).

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Het plandeel herkennen

2

De marketingmix beoordelen

3

De begroting herkennen

4

Een begroting invullen

This item has no instructions

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Tips voor op het examen

  • Lees eerst wie de ondernemer is en welk plandeel de vraag bedoelt.

  • Aanschaf is investering, betalen is financiering: houd die twee uit elkaar.

  • Afschrijving is een kost in de exploitatiebegroting, maar geen uitgave.

  • Reken na met een schatting: klopt de grootte van je antwoord?

This item has no instructions