Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Examentraining
Het ondernemingsplan: zo pak je examenvragen aan
Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Examentraining
Het ondernemingsplan: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Wat ga je kunnen?
Ik kan plandelen en begrotingen herkennen, een plandeel beoordelen en een eenvoudige begroting invullen.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wie is de ondernemer en over welk plandeel of welke begroting gaat de casus?
2. Zoek: welke gegevens staan erin: bedragen, doelgroep, kwaliteiten, prijzen?
3. Koppel: bij welk begrip uit het ondernemingsplan hoort dat gegeven?
4. Reken en check: reken stap voor stap en controleer of de uitkomst logisch is.
This item has no instructions
Werkplaats van een fietsenmaker
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Vraagtype 1: het plandeel herkennen
Je krijgt een stukje uit een plan en noemt het plandeel.
Let op: gaat het over de ondernemer, de klanten of het geld?
Voorbeeld: doelgroep en concurrent horen bij het marketingplan.
Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Sanne schrijft: 'Mijn doelgroep zijn forenzen, mijn concurrent is de fietsenwinkel bij het station.' Welk plandeel?
Het persoonlijk plan
Het financieel plan
Het marketingplan
De exploitatiebegroting
Syllabus 12.3.2: doelgroep en concurrentie horen bij het marketingplan. Verwachte fout: exploitatiebegroting.
Tim: 'Ik wil mijn eigen baas zijn en kan goed met klanten omgaan.' Wat is dit?
Persoonlijke gegevens en persoonlijke motieven
Persoonlijke gegevens en persoonlijke kwaliteiten
Persoonlijke motieven en persoonlijke kwaliteiten
Marketingdoelstellingen en doelgroepen
Syllabus 12.3.1: eigen baas zijn is een motief, goed met klanten omgaan is een kwaliteit. Verwachte fout: gegevens noemen, dat zijn feiten zoals opleiding en adres.
Groentekraam op de markt in Brigg (Engeland)
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Vraagtype 2: de marketingmix beoordelen
Je koppelt een maatregel aan een instrument of beoordeelt of de mix past.
Past de mix bij de doelgroep en de doelstelling?
Voorbeeld: een lage prijs past bij een doelgroep met weinig geld.
Image credit: David Wright / Geograph via Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Een bakkerij verlaagt na 17.00 uur de prijs van brood. Welk instrument is dat?
Prijsbeleid
Productbeleid
Plaatsbeleid
Promotiebeleid
Syllabus 22.2: het vragen van een andere prijs is prijsbeleid. Verwachte fout: promotiebeleid, omdat het een actie lijkt.
Een koffiebar richt zich op studenten met weinig geld, maar vraagt hoge prijzen. Wat klopt niet?
De doelgroep is te klein voor een koffiebar
De concurrentie hoort niet in het plan
Het persoonlijk plan mist een motief
Het prijsbeleid past niet bij de doelgroep
Syllabus 22.3: de marketingmix moet passen bij de doelgroep en de doelstelling. Verwachte fout: de doelgroep als probleem noemen.
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Vraagtype 3: de begroting herkennen
Je ziet een gegeven en noemt de begroting waarin het hoort.
Aanschaf: investering. Betalen: financiering.
Opbrengsten en kosten: exploitatie. Ontvangsten en uitgaven: liquiditeit.
This item has no instructions
Noor leent € 8.000 bij de bank en legt zelf € 4.000 in. Welke begroting toont deze twee bronnen?
De investeringsbegroting
De financieringsbegroting
De exploitatiebegroting
De liquiditeitsbegroting
Syllabus 12.3.3: eigen en geleend geld staan in de financieringsbegroting. Verwachte fout: investeringsbegroting.
Tara's bakkerij verwacht in maart € 14.000 aan ontvangsten en € 15.500 aan uitgaven. Welke begroting?
De liquiditeitsbegroting
De exploitatiebegroting
De investeringsbegroting
De financieringsbegroting
Syllabus 12.3.3: ontvangsten en uitgaven horen bij de liquiditeitsbegroting. Verwachte fout: exploitatiebegroting, die rekent met opbrengsten en kosten.
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Vraagtype 4: een begroting invullen
Je rekent met de gegevens uit de casus.
Stap 1: tel op wat nodig is. Stap 2: haal af wat je al hebt.
Let op afschrijving: een kost, geen uitgave.
This item has no instructions
Yusuf start een fietsenmakerij: gereedschap € 2.800, onderdelen € 3.200, verbouwing € 4.000. Hij legt zelf € 5.000 in. Hoeveel lening is minstens nodig?
€ 10.000
€ 15.000
€ 5.000
€ 2.200
Syllabus 12.3.3. Uitwerking: investeringen 2.800 + 3.200 + 4.000 = 10.000. Eigen geld 5.000. Lening 10.000 min 5.000 = 5.000. Verwachte fouten: de hele investering als lening noemen (10.000), eigen geld erbij optellen (15.000) of een post vergeten (2.200).
Een koffiebar verwacht per jaar: omzet € 60.000, inkoopwaarde van de omzet € 22.000, huur € 12.000 en € 3.000 afschrijving. Wat is het resultaat?
€ 26.000
€ 23.000
€ 38.000
€ 20.000
Syllabus 12.3.3 en 23.2. Uitwerking: 60.000 min 22.000 = 38.000; min 12.000 = 26.000; min 3.000 = 23.000. Verwachte fouten: afschrijving vergeten (26.000), huur en afschrijving vergeten (38.000) of afschrijving dubbel aftrekken (20.000).
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Het plandeel herkennen
De marketingmix beoordelen
De begroting herkennen
Een begroting invullen
This item has no instructions
EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN
Tips voor op het examen
Lees eerst wie de ondernemer is en welk plandeel de vraag bedoelt.
Aanschaf is investering, betalen is financiering: houd die twee uit elkaar.
Afschrijving is een kost in de exploitatiebegroting, maar geen uitgave.
Reken na met een schatting: klopt de grootte van je antwoord?
This item has no instructions