This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.
Report this lesson
Items in this lesson
Thema Ruzie
Bouwstenen: routines
Slide 1 - Slide
Ruzie
Kijk naar de afbeelding.
Wat zie je?
Praat 30 seconden met je buur.
timer
0:30
Wat doe jij?
<div>😡 Ik zeg iets.</div><div>😡 Ik loop weg.</div><div>😡 Ik praat met iemand.</div><div>😡 Ik zeg niets.</div><div>😡 Ik maak het goed.</div>
Slide 2 - Slide
Wat leer je deze les?
Ik kan reageren als ik ruzie heb.
Ik kan:
zeggen dat iemand moet stoppen;
sorry zeggen;
zeggen wat ik niet leuk vind;
reageren als iemand sorry zegt.
Vandaag oefenen we met deze zinnen.
Slide 3 - Slide
Routines
Stop met pesten!
Het spijt me.
Ik zal het nooit meer doen.
Dat wist ik niet, sorry.
Hij heeft een grote mond.
Je moet gewoon iets terugdoen!
Slide 4 - Slide
Lees de zin
Wat betekent de zin?
Slide 5 - Slide
Stop met pesten.
A
Excuses.
B
Hij is brutaal.
C
Hou op met pesten.
D
Dat laat je toch niet gebeuren?
Slide 6 - Quiz
Het spijt me.
A
Excuses.
B
Hij is brutaal.
C
Hou op met pesten.
D
Dat laat je toch niet gebeuren?
Slide 7 - Quiz
Ik zal het nooit meer doen.
A
De volgende keer doe ik het niet meer.
B
Hij is brutaal.
C
Hou op met pesten.
D
Dat laat je toch niet gebeuren?
Slide 8 - Quiz
Hij heeft een grote mond.
A
De volgende keer doe ik het niet meer.
B
Hij is brutaal.
C
Hou op met pesten.
D
Dat laat je toch niet gebeuren?
Slide 9 - Quiz
Je moet gewoon iets terugdoen!
A
De volgende keer doe ik het niet meer.
B
Hij is brutaal.
C
Hou op met pesten.
D
Dat laat je toch niet gebeuren?
Slide 10 - Quiz
Lees het gesprek
Situatie:
Ali maakt een grap over Sara's bril.
Sara vindt de grap niet leuk.
Sara zegt: Stop met pesten. Ik vind dit niet leuk.
Ali zegt: Sorry, dat wist ik niet.
Sara zegt: Oké. Maar doe het niet meer.
Slide 11 - Slide
Lees de zin.
Wat zeg je?
Slide 12 - Slide
Iemand pest jou.
Wat zeg je?
A
Het spijt me.
B
Stop met pesten!
Slide 13 - Quiz
Jij hebt iets verkeerd gedaan.
Wat zeg je?
A
Stop met pesten!
B
Het spijt me.
Slide 14 - Quiz
Iemand vindt het vervelend wat jij doet. Wat zeg je?
A
Dat wist ik niet, sorry.
B
Stop met pesten!
Slide 15 - Quiz
Jouw klasgenoot wordt elke dag gepest. Wat zeg je?
A
Dat doe je toch niet?
B
Je moet gewoon iets terugdoen!
Slide 16 - Quiz
Lees de woorden
Zet de woorden in de goede volgorde.
Let op de leestekens!
Slide 17 - Slide
met Stop pesten !
Slide 18 - Open question
spijt Het me.
Slide 19 - Open question
nooit doen Ik zal het meer.
Slide 20 - Open question
wist . Sorry ik dat niet ,
Slide 21 - Open question
een heeft Hij grote mond .
Slide 22 - Open question
moet Je iets terugdoen gewoon!
Slide 23 - Open question
Wat zeg je?
Kies één situatie.
A. Iemand maakt een vervelende grap over jou.
B. Jij hebt iets verkeerd gedaan.
C. Iemand zegt sorry tegen jou.
Schrijf een korte reactie.
Werk met z'n tweeën
Schrijf een gesprek over ruzie.<div>Gebruik minimaal twee routines in je gesprek.</div><div>Lees het gesprek voor aan de klas.</div>
Routines
Stop met pesten!<div>Het spijt me.</div><div> Ik zal het nooit meer doen.</div><div>Dat wist ik niet, sorry.</div><div>Hij heeft een grote mond.</div><div>Je moet gewoon iets terugdoen!</div>