Delier: ken jij het?

"Een Delier", ken jij het?

1 / 18
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerzorgendeMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 18 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

"Een Delier", ken jij het?

Hoe gaat het met jullie?

Lesinhoud

Leerdoelen les bespreken

Activeren voorkennis ; waar denk je aan bij het woord delier?

Terugblik huiswerk; filmpje

Wat is een delier?

Kenmerken

Risicofactoren en verschillen tussen een delier en dementie

Kijkopdracht filmpje

Casussen

Leerdoelen behaald?

Evalueren/Exit tickets invullen

Leerdoelen van deze les

Leerdoel 1: Je kan minimaal vier kenmerken van een delier benoemen en onderscheiden van kenmerken van dementie.


Leerdoel 2: Je kan in eigen woorden uitleggen wat de oorzaken en risicofactoren van een delier zijn bij een zorgvrager.


Leerdoel 3: Je kan aan de hand van een praktijkcasus herkennen of er sprake is van een delier en benoemen welke signalen daarvoor bepalend zijn.


Leerdoel 4: Je kan beredeneren waarom bepaalde preventieve of ondersteunende maatregelen passend zijn bij een zorgvrager met (risico op) een delier, en dit koppelen aan de eigen werkplek.



** Wie heeft er zelf nog een leerdoel om aan toe te voegen? Is er iets wat jij aan het einde van de les zou willen weten?


Waar denk je aan bij het woord delier?

Terugblik huiswerk; filmpje delier

Pak je aantekeningen erbij van het huiswerk (filmpje Juf Daniëlle).


Welke begrippen vond je lastig? 3-5 woorden.


Welke (3-5) overeenkomsten/verschillen zag je tussen delier en dementie?



Wat is een delier?

Het lichaam raakt uit balans, bv door:

Infectie, pijn, ( reactie op) medicatie, uitdroging, niet genoeg rust (slechte nachtrust).

 

De hersenen raken overbelast -> ze kunnen prikkels niet meer goed verwerken. Ze geven verkeerde signalen door -> iemand raakt in de war.


Kenmerken/symptomen:

-(Plotselinge) verwardheid
-Wisselend gedrag (ene moment helder, andere moment niet)
-Slecht slapen; vooral in nacht onrustig
-Onrust of juist sufheid

-Dingen zien of horen die er niet zijn
-Niet weten waar je bent


-Hoge leeftijd

-Ziekte of infectie
-Operatie (bijv. heupoperatie)
-Medicatie (vooral veel of nieuwe medicijnen)
-Pijn
-Slecht zien of horen
-Onbekende omgeving (bijv. opname/revalidatie)
-Weinig drinken (uitdroging)

Verschillen tussen delier en dementie

Risicofactoren (dingen die de kans op een delier groter maken)

Delier Dementie


-Plots ontstaan - Geleidelijk ontstaan

-Verloop is wisselend - Langzaam erger
(kan per dag anders zijn)
- Bewustzijn verlaagd - Meestal helder
of wisselend (zeker beginfase)

-Slechte aandacht (snel afgeleid) - Vaak "redelijk" in begin
-Lichamelijke oorzaak (bv. - Hersenziekte
infectie of operatie)
-Het is omkeerbaar (wanneer -Niet omkeerbaar

de oorzaak behandeld wordt)

-Gedrag: vaak plots onrustig -Geleidelijke verandering
of suf

-Hallucinaties komen vaak voor - Minder vaak (later

stadium soms)


Kijkopdracht; filmpje

Welke signalen zie je in het filmpje? / Wat valt je op?


Neem even tijd om na het filmpje na te denken over wat je hebt gezien.

Lesson title

Learning objective

Casus: mevrouw in het verpleeghuis

Een 82-jarige mevrouw in het verpleeghuis is vannacht plotseling erg onrustig geworden.

Ze herkent haar kamer niet en denkt dat er vreemden in haar kamer staan.

Overdag was ze nog helder.



Vraag: Denk je dat dit een delier is?

Welke signalen zie je?



Eerst zelf een antwoord bedenken

Bespreek dit daarna met je buurvrouw/buurman

Daarna klassikaal delen

Casus: meneer De Vries

Meneer De Vries (78 jaar) verblijft tijdelijk op een revalidatieafdeling na een heupoperatie. Overdag doet hij goed mee met de therapie en is hij redelijk helder.

In de avond merk je dat hij verandert in gedrag. Hij wordt onrustig, loopt zonder rollator over de gang en probeert andere kamers binnen te gaan. Wanneer je hem aanspreekt, zegt hij dat hij “naar huis moet om voor zijn vrouw te zorgen”, terwijl zijn vrouw al jaren geleden is overleden.

Even later lijkt hij je wel te herkennen en zegt hij dat hij moe is. Daarna raakt hij opnieuw in de war en vraagt hij waar hij is. Hij oogt angstig en slaapt slecht.

Vraag 1:
Basisvraag : Herken je in deze casus een delier? Welke signalen zie je en zorgen ervoor dat je tot dit antwoord komt?


 


Vraag 2:
Verdiepingsvraag : Welke twee maatregelen neem jij en waarom zijn juist die maatregelen passend bij deze zorgvrager? Koppel aan je eigen werkplek.

Kies één vraag om te beantwoorden (alleen of samen met iemand)

5

minute

00

second

Leerdoelen behaald?

Leerdoel 1: Je kan minimaal vier kenmerken van een delier benoemen en onderscheiden van kenmerken van dementie.


Leerdoel 2: Je kan in eigen woorden uitleggen wat de oorzaken en risicofactoren van een delier zijn bij een zorgvrager.


Leerdoel 3: Je kan aan de hand van een praktijkcasus herkennen of er sprake is van een delier en benoemen welke signalen daarvoor bepalend zijn.


Leerdoel 4: Je kan beredeneren waarom bepaalde preventieve of ondersteunende maatregelen passend zijn bij een zorgvrager met (risico op) een delier, en dit koppelen aan de eigen werkplek.


** Wie heeft er zelf nog een leerdoel om aan toe te voegen? Is er iets wat jij aan het einde van de les zou willen weten?

Wat was nieuw voor jullie vandaag?


Wat wisten jullie al?



Exit ticket


Willen jullie dit voor mij

invullen ?


De briefjes graag weer

terug geven aan mij :)

Terug- en vooruitblik

Wat kun je nu met het geleerde?


Welke situatie zou je kunnen herkennen en wat verandert dit in jouw handelen?

Huiswerk volgende les




- Volgende les is op 8 mei.


- Bekijk het opgegeven materiaal in teams (module 9) en bereid het voor (in je groepje).