Wijzer in de klas: Les 20 - Terugkijken op je eerste half jaar

Les 20:

Terugkijken op

je eerste half jaar

1 / 10
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMentorlesLessonUpMiddelbare schoolBasisschoolvmbo, mavo, havo, vwoGroep 7,8Leerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Introduction

Leerlingen kijken terug op hun eerste half jaar op de middelbare school. Ze bedenken wat goed gaat, wat beter kan en maken daar een klein, concreet doel van. De les is een goede voorbereiding op het rapportgesprek. Les 20 en slotles van serie 3 van Wijzer in de klas, mentorlessen voor de brugklas van ongeveer 15 minuten.

Items in this lesson

Les 20:

Terugkijken op

je eerste half jaar

De laatste les van serie 3. Leerlingen kijken terug op hun eerste half jaar en bedenken een doel voor de komende tijd. Een mooi moment vlak voor of na het eerste rapport.

Een half jaar verder. Hoe gaat het met jou?

Introductie

Neem even de tijd om terug te denken aan de eerste schooldag. Wat was toen spannend? En hoe is dat nu?

Leerlingen hoeven niets hardop te delen wat ze niet willen.

Hoe voel jij je nu

op school?

1

Helemaal thuis

2

Best goed

3

Het gaat wel

4

Nog niet zo fijn

5

Ik vind het lastig

Poll

De poll is anoniem. Kijk goed naar de uitslag: geven meerdere leerlingen aan dat het lastig is, dan is dat een signaal om in een mentorgesprek op terug te komen.

Wat heb jij dit half jaar geleerd?

Denk ook aan dingen buiten de vakken.

Open vraag

Leerlingen noemen vaak eerst vakken. Help ze ook aan andere dingen te denken: de weg vinden, plannen, nieuwe vrienden maken, je spullen regelen.

Lees een paar antwoorden voor en benoem hoeveel ze al geleerd hebben.

Tops, tips en een doel

Top

Wat gaat goed? Waar ben je trots op?

Tip

Wat kan beter? Waar loop je nog tegenaan?

Doel

Wat ga je de komende tijd anders doen?

Top, tip en doel

Klik de kaarten een voor een in. Geef bij elke kaart een voorbeeld van jezelf, bijvoorbeeld uit je eigen eerste jaar als docent. Dat maakt het voor leerlingen makkelijker.

Een goed doel is klein en concreet

Ik ga beter mijn best doen klinkt goed, maar wat ga je dan precies doen?

Een goed doel zegt wat je doet en wanneer. Bijvoorbeeld: elke zondag kijk ik in mijn planner wat er komt.

Zo weet je na een paar weken of het gelukt is.

Uitleg

Een concreet doel is uitvoerbaar en controleerbaar. Laat leerlingen een vaag doel concreet maken: van beter plannen naar elke maandag mijn week plannen in mijn agenda.

Welk doel is het beste?

A

Ik ga harder werken

B

Ik wil hogere cijfers halen

C

Ik wil beter worden in wiskunde

D

Ik leer elke dinsdag 20 minuten woordjes Engels

Quiz

Het goede antwoord is D: daarin staat wat je doet, wanneer en hoe lang. De andere drie zijn wensen, geen doelen.

Vraag: hoe maak je van harder werken een goed doel?

7

minute

00

second

Opdracht: jouw top, tip en doel

1. Schrijf één top op: iets wat goed gaat.

2. Schrijf één tip op: iets wat beter kan.

3. Maak van je tip een doel. Wat doe je, en wanneer?

4. Zet je doel in je agenda en neem het mee naar het rapportgesprek.

Opdracht

Geef leerlingen 7 minuten. Ze schrijven in hun agenda of schrift, zodat ze hun doel terug kunnen vinden.

Neem de doelen mee in de mentorgesprekken of het rapportgesprek. Kijk over een paar weken samen terug: is het gelukt?

Afsluiting

Kijk eens wat je al kunt:

  • Je weg vinden op school

  • Je spullen en je huiswerk regelen

  • Vragen stellen in de klas

  • Slim leren en plannen

  • Samenwerken en mailen

Afsluiting

Sluit de serie af met een compliment aan de klas: ze hebben in een half jaar ontzettend veel geleerd.

Vraag tot slot: waar ben jij het meest trots op?