Les 20:
Terugkijken op
je eerste half jaar
Les 20:
Terugkijken op
je eerste half jaar
De laatste les van serie 3. Leerlingen kijken terug op hun eerste half jaar en bedenken een doel voor de komende tijd. Een mooi moment vlak voor of na het eerste rapport.
Een half jaar verder. Hoe gaat het met jou?
Introductie
Neem even de tijd om terug te denken aan de eerste schooldag. Wat was toen spannend? En hoe is dat nu?
Leerlingen hoeven niets hardop te delen wat ze niet willen.
Hoe voel jij je nu
op school?
Helemaal thuis
Best goed
Het gaat wel
Nog niet zo fijn
Ik vind het lastig
Poll
De poll is anoniem. Kijk goed naar de uitslag: geven meerdere leerlingen aan dat het lastig is, dan is dat een signaal om in een mentorgesprek op terug te komen.
Wat heb jij dit half jaar geleerd?
Denk ook aan dingen buiten de vakken.
Open vraag
Leerlingen noemen vaak eerst vakken. Help ze ook aan andere dingen te denken: de weg vinden, plannen, nieuwe vrienden maken, je spullen regelen.
Lees een paar antwoorden voor en benoem hoeveel ze al geleerd hebben.
Tops, tips en een doel
Top
Wat gaat goed? Waar ben je trots op?
Tip
Wat kan beter? Waar loop je nog tegenaan?
Doel
Wat ga je de komende tijd anders doen?
Top, tip en doel
Klik de kaarten een voor een in. Geef bij elke kaart een voorbeeld van jezelf, bijvoorbeeld uit je eigen eerste jaar als docent. Dat maakt het voor leerlingen makkelijker.
Een goed doel is klein en concreet
Ik ga beter mijn best doen klinkt goed, maar wat ga je dan precies doen?
Een goed doel zegt wat je doet en wanneer. Bijvoorbeeld: elke zondag kijk ik in mijn planner wat er komt.
Zo weet je na een paar weken of het gelukt is.
Uitleg
Een concreet doel is uitvoerbaar en controleerbaar. Laat leerlingen een vaag doel concreet maken: van beter plannen naar elke maandag mijn week plannen in mijn agenda.
Welk doel is het beste?
Ik ga harder werken
Ik wil hogere cijfers halen
Ik wil beter worden in wiskunde
Ik leer elke dinsdag 20 minuten woordjes Engels
Quiz
Het goede antwoord is D: daarin staat wat je doet, wanneer en hoe lang. De andere drie zijn wensen, geen doelen.
Vraag: hoe maak je van harder werken een goed doel?
minute
second
Opdracht: jouw top, tip en doel
1. Schrijf één top op: iets wat goed gaat.
2. Schrijf één tip op: iets wat beter kan.
3. Maak van je tip een doel. Wat doe je, en wanneer?
4. Zet je doel in je agenda en neem het mee naar het rapportgesprek.
Opdracht
Geef leerlingen 7 minuten. Ze schrijven in hun agenda of schrift, zodat ze hun doel terug kunnen vinden.
Neem de doelen mee in de mentorgesprekken of het rapportgesprek. Kijk over een paar weken samen terug: is het gelukt?
Afsluiting
Kijk eens wat je al kunt:
Je weg vinden op school
Je spullen en je huiswerk regelen
Vragen stellen in de klas
Slim leren en plannen
Samenwerken en mailen
Afsluiting
Sluit de serie af met een compliment aan de klas: ze hebben in een half jaar ontzettend veel geleerd.
Vraag tot slot: waar ben jij het meest trots op?
This item has no instructions