WO: de middeleeuwen

De middeleeuwen
1 / 18
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

De middeleeuwen

Slide 1 - Slide

Wat weet jij al over de middeleeuwen?

Slide 2 - Mind map

Ik kan ... 
  • Het beginjaar en het eindjaar van de middeleeuwen op een tijdlijn zetten. 
  • Vertellen welke periodes er voor en na de middeleeuwen komen. 
  • De ongelijkheid in de middeleeuwen beschrijven.
  • Vertellen hoe de verschillende groepen leefden.

Slide 3 - Slide

Welke periode komt er VOOR de middeleeuwen?
A
De prehistorie
B
De nieuwe tijden
C
De oudheid
D
De eigen tijd

Slide 4 - Quiz

Welke periode komt er NA de middeleeuwen?
A
De prehistorie
B
De nieuwe tijden
C
De oudheid
D
De eigen tijd

Slide 5 - Quiz

In welk jaar zijn de middeleeuwen gestart?
A
ca. 3 500 v.C.
B
ca. 800 v.C.
C
ca. 500
D
ca. 1 500

Slide 6 - Quiz

Nieuwe tijden
De prehistorie
Onze tijd
De middeleeuwen
De oudheid
ca. 3 500 v.C.
1945
ca. 500
ca. 1 500

Slide 7 - Drag question

In welk jaar zijn de middeleeuwen geëindigd?
A
ca. 3 500 v.C.
B
ca. 800 v.C.
C
ca. 500
D
ca. 1 500

Slide 8 - Quiz

Door de Germaanse invallen viel het Romeinse rijk rond 500 uiteen. Dit was het begin van de middeleeuwen.
De middeleeuwen eindigen met de val van het Oost-Romeinse rijk in ca. 1500. 
Het begin en het einde van de middeleeuwen

Slide 9 - Slide

Het leven in de middeleeuwen
Dit middeleeuws schilderij toont de standenmaatschappij.

Slide 10 - Slide

koning
ridders
stads-bewoners
boeren
geestelijken 

Slide 11 - Drag question

De geestelijken ...
Bidden voor anderen
Beschermen anderen
Werken voor anderen

Slide 12 - Poll

De adel (ridders) ...
Bidden voor anderen
Beschermen anderen
Werken voor anderen

Slide 13 - Poll

De geestelijken bidden voor...
Bidden voor anderen
Beschermen anderen
Werken voor anderen

Slide 14 - Poll

Wie woont waar?
De geestelijken
De adel
De boeren

Slide 15 - Drag question

Hoe ging deze les?

Slide 16 - Poll

Waarom koos je voor deze duim?

Slide 17 - Open question

Noteer drie dingen dat je niet gaat vergeten.

Slide 18 - Open question