§ 2.3 Massa en volume

 § 2.3 MASSA EN VOLUME
1 / 49
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

 § 2.3 MASSA EN VOLUME

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Herhaling § 2.1 en § 2.2
  • Meedoen met laptop in lessonup
  • Uitleg § 2.3
  • meeschrijven met berekeningen
  • mk en lr § 2.1 tm § 2.3
  • Aan het einde van de les proefjes 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Een suspensie is een
A
Mengsel van twee vloeistoffen
B
Mengsel van twee vaste stoffen
C
Mengsel van een vloeistof en een vaste stof
D
Een zuivere stof

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de zinnen juist of onjuist?
I Een oplossing is altijd helder.
II Een suspensie is doorzichtig.
A
Beide zinnen zijn juist
B
Zin I is onjuist, zin II is juist
C
Zin I is juist, zin II is onjuist
D
Beide zinnen zijn onjuist

Slide 4 - Quiz

This item has no instructions

Zijn de zinnen juist of onjuist?
I Een suspensie is altijd troebel.
II Een oplossing is altijd een mengsel.
A
Beide zinnen zijn juist
B
Zin I is onjuist, zin II is juist
C
Zin I is juist, zin II is onjuist
D
Beide zinnen zijn onjuist

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Jan heeft twee reageerbuisjes. In het eerste doet hij zout en in het tweede zand. Hij vult de reageerbuisjes vervolgens met water en schudt ze goed.
Hoe noem je mengsels die zo ontstaan?
A
in beide reageerbuisjes zit een suspensie
B
in eerste reageerbuisje zit een suspensie, in de tweede een oplossing
C
in eerste reageerbuisje zit een oplossing, in de tweede een suspensie
D
in beide reageerbuisjes zit een oplossing

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Sinaasappelsap met vruchtvlees is een ...?
A
Oplossing
B
Suspensie
C
smerig

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Je kunt geur- en smaakstoffen uit plantendelen halen door ze in een geschikt oplosmiddel te leggen.
Hoe noem je deze manier om stoffen uit planten te winnen?
A
filtreren
B
extraheren
C
oplossen

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het residu als je koffiezet met een koffiezetapparaat?
A
de gemalen koffie die je uit het pak in het filter schept
B
het hete water dat op de gemalen koffie druppelt
C
pas gezette koffie in de kan onder het filter
D
het koffiedik wat in het filter achter blijft

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Wat is het filtraat als je koffiezet met een koffiezetapparaat?
A
de gemalen koffie die je uit het pak in het filter schept
B
het hete water dat op de gemalen koffie druppelt
C
pas gezette koffie in de kan onder het filter
D
het koffiedik wat in het filter achter blijft

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Welke afbeelding is een bekerglas?
A
B
C
D

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Hoe steek je de brander veilig aan? 

sleep de blokjes in de goede volgorde 
(1= controleren of de knoppen dicht zijn)
controleren of de knoppen dicht zijn
grote gele gastoevoerknop bij de tafel open zetten
lucifer aansteken
lucifer boven brander houden
gasregel knop rustig open draaien
Met de lucht toevoer ring de kleur regelen

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

Pauze vlam
Ruizende vlam
Blauwe vlam

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions

Omschrijf in je eigen woorden wat het begrip stofeigenschap inhoudt.

Slide 14 - Open question

This item has no instructions

Wat is geen stofeigenschap?
Kies uit:
Massa, Dichtheid, Kleur en Geur

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Noem een stofeigenschap van ijzer.

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Fasen van een stof zijn ...
A
hard, zacht, gas
B
geur, kleur, kookpunt
C
gas, vast, vloeibaar
D
stollen, verdampen en smelten

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de fase van sneeuw ?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas
D
plasma

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Slide 19 - Link

This item has no instructions

Zuivere stof of mengsel?
Zuivere stof
Mengsel

Slide 20 - Drag question

This item has no instructions

mengsel
zuivere stof
zuivere boslucht
zeewater
gedestilleerd water
coca-cola
zuurstof
kristalsuiker
gemalen koffie
melk

Slide 21 - Drag question

This item has no instructions

Leerdoelen § 2.3
  • Je kunt de massa van een hoeveelheid stof bepalen.
  • Je kunt het verschil tussen massa en gewicht uitleggen.
  • Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
  • Je kunt de eenheden liter (=dm3) en m3 gebruiken.
  • Je kunt het volume van een rechthoekig voorwerp, een cilinder en een voorwerp met een onregelmatige vorm bepalen.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

timer
2:30
Waar denken jullie aan bij
massa en volume

Slide 23 - Mind map

This item has no instructions

MASSA
  • massa zegt iets over hoe zwaar iets is
  • de eenheid van massa is kilogram of gram
  • massa meet je met een weegschaal of balans

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Massa of gewicht
  • Massa = de hoeveelheid van een stof in kg, g, mg, ton (1000 kg)

  • Gewicht = de kracht die wordt uitgeoefend door de massa in Newton (N)


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

De eenheid van
massa kan zijn...
A
Liter
B
centimeter
C
gram
D
zwaar

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Massa bepaal je met een ...
A
liniaal
B
geodriehoek
C
weegschaal
D
maatcilinder

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Welk symbool hoort
bij de grootheid massa ?
A
M
B
V
C
m
D
G

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

VOLUME
  • volume zegt iets hoeveel ruimte een voorwerp inneemt 
  • volume wordt ook wel eens inhoud genoemd 
  • de eenheid van volume is liter of kubieke meter
  • volume kun je berekenen:  lengte x breedte x hoogte
  • of bepalen met de onderdompelmethode

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Het symbool van
de grootheid volume is ...
A
V
B
L
C
v
D
cm3

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Welke eenheid
hoort bij volume?
A
kilo
B
Liter
C
gram
D
seconde

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een ander
woord voor volume?
A
oppervlakte
B
maat
C
inhoud
D
grootte

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Omrekenschema's massa en volume

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel gram is 1 kg?
A
100
B
10
C
1000

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel kg is 500 milligram
A
0,5
B
0,0005
C
5

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Volume rechthoekige voorwerpen
Bij rechthoekige voorwerpen, bereken je het 
volume met:   lengte x breedte x hoogte. 
Afgekort schrijf je V = l x b x h
V = l x  b x h =     5 x 4 x 3 =   60 m3

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Maatcilinder
Volume van een vloeistof aflezen
(stand aflezen op ooghoogte)

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet het meetinstrument om het volume van de vloeistof af te lezen?

Slide 38 - Open question

This item has no instructions

Volume onregelmatige vormen
Het volume van onregelmatige voorwerpen kan je NIET bepalen met V=  l x b x h

We gebruiken dan de onderdompelmethode

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode met overloopvat

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode
V eind = 24 mL

Vbegin = 15 ml

Vsteen = 24 - 15 = 9 mL = 9 cm3

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Een rechthoekig voorwerp heeft de volgende afmetingen: l = 1 dm, b = 5 cm en h = 3 cm. Bereken het volume.
A
15 cm3
B
15 cm
C
150 cm3
D
9 cm3

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de stand van de
maatcilinder:
A
32 ml
B
33 ml
C
32 cm3

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel dm3 zit er in 1 liter?
A
1
B
10
C
0,1

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Volume berekenen van een cilinder

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Een cilinder heeft een hoogte van 2 m en een diameter van 8,2 cm. Bereken het volume.

Slide 47 - Open question

V = pi x r2 x h
h = 2m = 200 cm

V = pi x (8,2)2 x 200
V = 42248, 14 cm3
Omrekenschema's UIT JE HOOFD LEREN!
In je boek kan je dit oefen met de een v-trainer. 

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag

Afronden § 2.1 en/ of § 2.2

Leren § 2.3
Maken opgaven 1 t/m 14
Alles af? 
Proef 4 en 5


Slide 49 - Slide

This item has no instructions