§ 2.3 Massa en volume

 § 2.3 MASSA EN VOLUME
1 / 38
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

 § 2.3 MASSA EN VOLUME

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesplanning
  • Herhaling § 2.1 en § 2.2
  • Meedoen met laptop in lessonup
  • Uitleg § 2.3
  • meeschrijven met berekeningen
  • mk en lr § 2.1 tm § 2.3
  • Aan het einde van de les proefjes 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Omschrijf in je eigen woorden wat het begrip stofeigenschap inhoudt.

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

Wat is geen stofeigenschap?
Kies uit:
Massa, Dichtheid, Kleur en Geur

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Noem een stofeigenschap van ijzer.

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Fasen van een stof zijn ...
A
hard, zacht, gas
B
geur, kleur, kookpunt
C
gas, vast, vloeibaar
D
stollen, verdampen en smelten

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de fase van regen ?
A
vast
B
vloeibaar
C
gas
D
plasma

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Slide 8 - Link

This item has no instructions

Zuivere stof of mengsel?
Zuivere stof
Mengsel

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

mengsel
zuivere stof
zuivere boslucht
zeewater
gedestilleerd water
coca-cola
zuurstof
kristalsuiker
gemalen koffie
melk

Slide 10 - Drag question

This item has no instructions

Leerdoelen § 2.3
  • Je kunt de massa van een hoeveelheid stof bepalen.
  • Je kunt het verschil tussen massa en gewicht uitleggen.
  • Je kunt het volume van een hoeveelheid vloeistof bepalen.
  • Je kunt de eenheden liter (=dm3) en m3 gebruiken.
  • Je kunt het volume van een rechthoekig voorwerp, een cilinder en een voorwerp met een onregelmatige vorm berekenen.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

timer
2:30
Waar denken jullie aan bij
massa en volume

Slide 12 - Mind map

This item has no instructions

MASSA
  • massa zegt iets over hoe zwaar iets is
  • de eenheid van massa is kilogram of gram
  • massa meet je met een weegschaal of balans

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Massa of gewicht
  • Massa = de hoeveelheid van een stof in kg, g, mg, ton (1000 kg)

  • Gewicht = de kracht die wordt uitgeoefend door de massa in Newton (N)


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

De eenheid van
massa kan zijn...
A
Liter
B
centimeter
C
gram
D
zwaar

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Massa bepaal je met een ...
A
liniaal
B
geodriehoek
C
weegschaal
D
maatcilinder

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Welk symbool hoort
bij de grootheid massa ?
A
M
B
V
C
m
D
G

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

VOLUME
  • volume zegt iets hoeveel ruimte een voorwerp inneemt 
  • volume wordt ook wel eens inhoud genoemd 
  • de eenheid van volume is liter of kubieke meter
  • volume kun je berekenen:  lengte x breedte x hoogte
  • of bepalen met de onderdompelmethode

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Het symbool van
de grootheid volume is ...
A
V
B
L
C
v
D
cm3

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Welke eenheid
hoort bij volume?
A
kilo
B
Liter
C
gram
D
seconde

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een ander
woord voor volume?
A
oppervlakte
B
maat
C
inhoud
D
grootte

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Omrekenschema's massa en volume

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel gram is 1 kg?
A
100
B
10
C
1000

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel kg is 500 milligram
A
0,5
B
0,0005
C
5

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Volume rechthoekige voorwerpen
Bij rechthoekige voorwerpen, bereken je het 
volume met:   lengte x breedte x hoogte. 
Afgekort schrijf je V = l x b x h
V = l x  b x h =     5 x 4 x 3 =   60 m3

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Maatcilinder
Volume van een vloeistof aflezen
(stand aflezen op ooghoogte)

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet het meetinstrument om het volume van de vloeistof af te lezen?

Slide 27 - Open question

This item has no instructions

Volume onregelmatige vormen
Het volume van onregelmatige voorwerpen kan je NIET bepalen met V=  l x b x h

We gebruiken dan de onderdompelmethode

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode met overloopvat

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Onderdompelmethode
V eind = 24 mL

Vbegin = 15 ml

Vsteen = 24 - 15 = 9 mL = 9 cm3

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Een rechthoekig voorwerp heeft de volgende afmetingen: l = 1 dm, b = 5 cm en h = 3 cm. Bereken het volume.
A
15 cm3
B
15 cm
C
150 cm3
D
9 cm3

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de stand van de
maatcilinder:
A
32 ml
B
33 ml
C
32 cm3

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel dm3 zit er in 1 liter?
A
1
B
10
C
0,1

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Volume berekenen van een cilinder

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Een cilinder heeft een hoogte van 2 m en een diameter van 8,2 cm. Bereken het volume.

Slide 36 - Open question

V = pi x r2 x h
h = 2m = 200 cm

V = pi x (8,2)2 x 200
V = 42248, 14 cm3
Omrekenschema's UIT JE HOOFD LEREN!
In je boek kan je dit oefen met de een v-trainer. 

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk
Pak je agenda

Afronden § 1.3, § 2.1 en/ of § 2.2

Leren § 2.3
Maken opgaven 1 t/m 14
Alles af? 
Proef 4 en 5


Slide 38 - Slide

This item has no instructions