B1-K1-W1- Lesweek 3 - S21A

Inventariseert ondersteuningsvragen van de cliënt 

                      

B1-K1-W1

Klas: RSSMMZ218 
Docent: M. Eshuis- J. den Hoed en G.Benhammou 
Lesweek 3- 13 sept 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Inventariseert ondersteuningsvragen van de cliënt 

                      

B1-K1-W1

Klas: RSSMMZ218 
Docent: M. Eshuis- J. den Hoed en G.Benhammou 
Lesweek 3- 13 sept 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma -  Methodisch werken 
  • Welkom, AWR 
  • Terugblik van vorige les 
  • Check - licenties en groepen - en huiswerkopdrachten 

  • Lesdoelen vandaag 
  • Theorie methodisch werken 
  • Korte pauze 
  • Theorie waarnemen
  • Opdracht ‘waarnemen’
  • Afsluiting 
Theorie: 
Methodiek Thema 3

Slide 2 - Slide

This item has no instructions


Heb je vorige les goed opgelet??? Pak je telefoon/laptop erbij! 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat kun je tijdens dit vak allemaal leren?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Hoe wordt het vak W1 getoetst?
A
Een theorietoets
B
Alleen een stage opdracht
C
Een kennistoets en praktijktoets
D
Alleen een praktijktoets

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Methodiek 
Belangrijke begrippen: 

Methode: is een vaste, doordachte manier van werken om een bepaald doel te bereiken

Methodisch werken: is het consequent handelen volgens vooraf bepaalde stappen.

Methodisch werken kenmerken:
1. Doelgericht
2. Planmatig
3. Procesmatig
4. Bewust 



Slide 6 - Slide

Doelgericht
Wat is het doel, waar werken we naartoe, wat willen we bereiken, waar willen we uitkomen? Doelgericht handelen is ook terugkijken: hebben we het doel bereikt en zijn we uitgekomen waar we wilden uitkomen? Meestal worden de doelen, die men met de cliënt wilt bereiken, vastgesteld in een vergadering waar verschillende disciplines met elkaar overleggen om deze doelen vast te stellen.
-Planmatig
Alle stappen zijn met elkaar verbonden, er zit een logische lijn in.
-Procesmatig
Tijdens de uitvoering van een activiteit werkt men met een doel. Als beroepskracht MZ houd je in het oog of je nog op de goede weg zit, of dat je moet bijsturen.
-Bewust
Bij het aanbieden van activiteiten denk je na over de doelen die je voor de cliënt wilt bereiken. Je houdt tijdens de uitvoering het proces in de gaten. Dit betekent dat je bewust bezig bent. Je bent je niet alleen bewust van de situatie van de cliënt, de doelen, de werkwijze en het proces, maar ook van je eigen gevoelens. Ook ben je je bewust van de invloed van je eigen gedrag op de cliënt.

Lesdoelen vandaag: 
Aan het einde van de les.... 

  • Je kunt uitleggen wat de begrippen methode en methodisch werken betekenen
  • Je kunt in je eigen woorden uitleggen wat een PDCA-cyclus betekent
  • Je kunt uitleggen wat het begrip waarnemen betekent
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen subjectief en objectief waarnemen 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Methodisch werken 
3 fases in methodisch werken
Fase 1: Voorbereiding (beginsituatie)
Fase 2: Uitvoering (activiteit uitvoeren)
Fase 3: Afrondingsfase (evalueren) 

PDCA-cylus is altijd actief
P=fase 1, D= fase 2
C=fase 3, A= tussen fase 3 en fase 1 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Fase 1- Voorbereiding 
Stap 1: Informatie verzamelen
Stap 2: Wensen, behoeften en problemen vaststellen
Stap 3: Doelen formuleren
Stap 4: Activiteiten vaststellen en plannen


Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Fase 2- Uitvoering 
Stap 5: Geplande activiteiten uitvoeren en begeleiding bieden

Slide 10 - Slide

Iedereen die bij het plan betrokken is, is van de inhoud op de hoogte. Je voert het plan met elkaar uit. Tijdens de uitvoering bewaak je de continuïteit: je houdt steeds in de gaten wat de cliënt nodig heeft om zijn doelen te bereiken. Maar let erop dat je het belang van de cliënt altijd centraal blijft stellen en niet het plan! Als het nodig is, stel je de activiteiten in overleg bij. Het is van belang alle veranderingen en aanpassingen in samenspraak toe te passen en goed te rapporteren.

Fase 3:
Stap 6: Evalueren en reflecteren op het eigen handelen

Evalueren: is het tussentijds of achteraf beoordelen van een activiteit of handeling op vooraf opgestelde criteria.
-Procesevaluatie (Hoe is het verlopen?)
-Product (Wat is er behaald?)

Slide 11 - Slide

IEvalueren doe je gedurende het hele traject en niet alleen aan het eind. Het houdt in dat je terugblikt op wat je hebt gedaan, zodat je je plan zo nodig bij kunt stellen. Je maakt onderscheid tussen een product- en een procesevaluatie. Een productevaluatie geeft antwoord op de vraag of het doel, het beoogde resultaat, is bereikt. Een procesevaluatie geeft antwoord op de vraag of de weg ernaartoe goed is verlopen: hoe is er samengewerkt? Zijn de werkwijze en de begeleiding juist gekozen?
In de procesevaluatie wordt van jou als beroepskracht ook gevraagd dat je reflecteert op je eigen handelen. Je evalueert een traject met de daarbij betrokken personen. Meestal (afhankelijk van het traject) evalueer je het traject zowel mondeling als schriftelijk. De uit de evaluatie naar voren komende gegevens zijn nuttig, je kunt ze gebruiken om trajecten zo nodig bij te stellen. We leren van evaluaties niet alleen iets over het product, maar ook over het proces dat je met elkaar hebt doorgemaakt.

Waarnemen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

''Ans de begeleider''

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Theorie waarnemen 
Waarnemen:
een doorlopend proces van informatie tot zich nemen via de zintuigen
-Prikkel--> gewaarwording (voelen,zien, horen, ruiken, proeven)->  verwerking->waarneming

Waarnemen doe je dus altijd en overal! Dus ook onbewust! 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Waarnemen: 
- Objectief - waarneming van feiten (je kunt dit controleren)
- Subjectief - waarneming met waarde oordeel

Check met elkaar! 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Subjectief of objectief- opdracht 
1. Hij denkt na. 
2. Hij reageerde angstig op het geluid.
3. Hij speelde tot etenstijd met de blokken.
4. Toen de vrachtwagen voorbijreed, stond zij stil, deed zij haar handen voor haar ogen en gilde. Het gillen stopte toen de vrachtwagen om de hoek was.
5. Zij was nogal emotioneel, toen zij het nieuws hoorde.
6. Stef bewoog met zijn armen toen de taxibusjes aankwamen.

timer
3:00

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Opdracht- Maak objectief:  
  • Hij reageerde agressief.
  • Het duurde nogal lang totdat zijn woedeaanval ophield.
  • Marian stelt zich afhankelijk op van de begeleiders.
  • Jeroen kletst de hele tijd over zijn overleden papegaai.

timer
3:00

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

W1 - Bonusopdracht 
Je kunt op je toets : 0.5 of 1 cijferpunt erbij verdienen door de W1 bonusopdracht te maken. 
Je hebt een keuze uit de volgende twee opdrachten die uit uitgebreid uitwerkt: 

Opdracht 1: Vlog - In het kort:  (maximaal 1,0 bonuspunt) 
- Je maakt een vlog van minimaal 3 min. max 8 min. 
Een uitwerking van alle ontwikkelingsgebieden met daarbij minimaal een foto/voorwerp die aansluit bij de ontwikkelingsgebieden. Bijv.: bij motorische ontwikkeling laat je een kort fragment/een foto zien waarbij je op een ladder klimt.

- Uitleg van je eigen mate van zelfredzaamheid op dit moment, met daarbij beeldmateriaal waarin je laat zien hoe zelfredzaam je op dit moment bent.

- Minimaal 1 ondersteuningsvraag die je op dit moment voor jezelf zou opstellen met daarbij een uitleg waarom je juist deze ondersteuningsvraag voor jezelf hebt opgesteld.

- De ‘vlog’ moet minimaal terugkomen met welke twee personen je hebt gesproken en wat zij jou hebben geleerd wat bijdraagt aan je ‘vlog’. 
- Deze vlog lever je aan het einde van het semester in. 

Slide 18 - Slide

Leg uit dat ze nog uitleg en theorie krijgen over de ontwikkelingsgebieden de komende weken. 

W1 - Bonusopdracht 1 
Je kunt op je toets : 0.5 verdienen door de W1 bonusopdracht te maken. 
Je hebt een keuze uit de volgende twee opdrachten die uit uitgebreid uitwerkt: 

Opdracht 1: Beginsituatie uitwerken (maximaal 0.5 bonuspunt) 2.0 


Slide 19 - Slide

Leg uit dat ze nog uitleg en theorie krijgen over de ontwikkelingsgebieden de komende weken. 

Huiswerkoverzicht van les 1 -check up
Nog een keer een overzicht van het zelfstandig werken- LET OP! Groepscode is per klas anders: 

-W1: Methodiek Thema 3.9 - 'Wat is methodisch werken?'
Verwerkingsopdrachten niveau 3-4 - 1b, 2a, 2b en 4c 

 - W2: Voor de volgende les lees je 'Persoonlijke verzorging MZ paragraaf 2.5'
En zoek je de volgende begrippen op. 
Deze schrijf je op: - autonomie - regie over eigen leven- zelfzorgtekort - voorwaarden voor zelfredzaamheid 

-W3:  Ga naar je licentie: Boek leefomgeving MZ
Lees het gehele thema 2.4 'De leefomgeving in orde houden'  - oefenen met de verwerkingsopdracht niveau 3-4 

Volgende week heb je de lessen W1 -W2-W3 aan de hand van de casus met opdrachtjes! Zorg dat je je huiswerk maakt zodat je niet achterloopt. 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Opdracht
Opdracht: 
Ga op een plekje  zitten, en voer daar gedurende 10 minuten een waarneming uit. Dit mag in de supermarkt zijn, buiten, in je woning. 
Schrijf 10 waarnemingen op.

Neem deze 10 waarnemingen de volgende keer mee naar de volgende les! 
Heb je deze niet bij je, kun je tijdens deze oefening niet mee doen in de les en wordt je afwezig gezet voor dat deel in de les!  Zet 'm op !! 

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting 
- Check leerdoelen: 
  • Je kunt uitleggen wat de begrippen methode en methodisch werken betekenen 
  • Je kunt in je eigen woorden uitleggen wat een PDCA-cyclus betekent
  • Je kunt uitleggen wat het begrip waarnemen betekent
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen subjectief en objectief waarnemen 

- Meenemen: schrift, pen, laptop/tablet + licenties 
- Huiswerkopdracht 
--> Geen huiswerkopdracht bij je? Kun je eerste 45 min niet deelnemen en sta je afwezig. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions