Tempratuur
Niveau 4
Tempratuur
Niveau 4
Inhoud
Uitleg
Voorbeeld
Opdrachten maken
Uitleg
In de keuken +- = ongeveer
Thee, koffie en andere warme dranken, drink je ongeveer op 60 °C.
Een pizza thuis afbakken gebeurt meestal in een voorverwarmde oven van 220 °C.
Verschil in temperatuur berekenen
Het verschil tussen 2 temperaturen kun je op verschillende manieren berekenen. Zijn de temperaturen positief of negatief?
2 positieve temperaturen: hoogste temperatuur – laagste temperatuur.
1 positieve en 1 negatieve temperatuur: vergelijk eerst van beide temperaturen apart hoe ver het van 0 af ligt. Tel die getallen bij elkaar op.
Verschil tussen -2,2 °C en 3,4 °C = 2,2 + 3,4 = 5,6 °C.
2 negatieve temperaturen: gebruik een getallenlijn en lees af. Of: bereken het verschil alsof het 2 positieve getallen zijn.
Verschil tussen -2,9 °C en -5,2 °C = 5,2 °C – 2,9 °C = 2,3 °C.
Voorbeeld
Verschil tussen -4,8 °C en 2,6 °C =
8,8
7,2
8,7
7,4
Gemiddelde temperatuur berekenen
Als je de gemiddelde temperatuur van een aantal dagen wilt berekenen, tel je de temperaturen van die dagen bij elkaar op en deel je door het aantal dagen.
(Celsius, Fahrenheit en Kelvin)
Celsius
In Nederland wordt temperatuur aangegeven door een aantal graden Celsius. Je schrijft dat ook wel als °C. Er zijn temperaturen boven nul en onder nul. Bij een temperatuur onder 0 vriest het, bijvoorbeeld –3 °C (je zegt min drie graden Celsius). Hoe verder een negatief getal van 0 af ligt, hoe kouder het is.
Fahrenheit
Fahrenheit is een eenheid om temperatuur aan te geven die vooral in Amerika wordt gebruikt. De verdeling van het aantal graden is daarbij anders dan bij Celsius. Meneer Fahrenheit stelde het vriespunt van water bijvoorbeeld gelijk aan 32 graden. Een zomerse dag van 25 °C is in Amerika 77 °F.
Kelvin
In de wetenschap wordt vooral met Kelvin gewerkt. Dat is weer een andere eenheid van temperatuur. Het is 0 Kelvin als het zo koud is, dat het niet kouder meer kan worden (dit is bij -273 °C). Dat betekent dus ook dat er geen negatieve temperaturen zijn bij Kelvin.
Voorbeeld
Je wilt weten wat de gemiddelde hoogste en laagste temperatuur was in het weekend van 6 en 7 februari.
Rond af op één decimaal!
0,9 en -4,3
0,9 en -4,2
0,8 en -4,2
0,8 en -4,3
Uitwerking
Maken in Rekenblokken 2.1 Temperatuur N3 of N4
Opdracht 3 t/m 10