Present Simple v Present Continuous

1 / 34
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat is de
Present Simple?

Slide 2 - Mind map

Leerdoelen
  1. Ik weet wanneer ik de Present Simple moet gebruiken.

  2. Ik weet hoe de Present Simple gemaakt wordt.


*Leerdoelen zijn RTTI geformuleerd (in leerlingentaal).

Slide 3 - Slide

Wat is de
Present Continuous?

Slide 4 - Mind map

Leerdoelen
  1. Ik weet wanneer ik de Present Continuous moet gebruiken.

  2. Ik weet hoe de Present Continuous gebruikt wordt.
*Leerdoelen zijn RTTI geformuleerd (in leerlingentaal).

Slide 5 - Slide

Present Simple
Wanneer?
- Het is tegenwoordig (Present).
- Het is een: gewoonte of feit.



every day, every Saturday, every week,
always, never, sometimes

Slide 6 - Slide

Schrijf een signaalwoord op,
voor de Present Simple

Slide 7 - Open question

Present Simple
Hoe?
I walk to school.
He walks to school.

He / She / It = ww + s.



Slide 8 - Slide

Present Simple
He / She / It = ww + s.

- He walks to school.
- She talks a lot.
- My friend likes football.



Slide 9 - Slide

Geef een voorbeeld waarmee
He, She of It
vervangen kan worden.

Slide 10 - Open question

Present Simple
He / She / It = ww + s.

- My friend likes football.
- My cousin misses his bus every day.
- My mother watches television.

eindigt met -s = ww+es




Slide 11 - Slide

Present Simple: Samengevat
Wanneer?
- Tegenwoordige tijd
- Gewoonte of feit
Hoe?
I walk to school.
My brother walks to school.
He / she / it +s




Slide 12 - Slide

Present Continuous
Wanneer?
- Het is tegenwoordig (Present)
- Je praat over: nu of op dit moment
listen!, look!, 
now, at this moment,
at the moment, right now, shhh...

Slide 13 - Slide

Schrijf een signaalwoord op,
voor de Present Continuous

Slide 14 - Open question

Present Continuous
Hoe?
- I am walking to school. (walk).
- I am making food. (make).
- We are stopping the crime. (stop).

am/are/is - ww+ing



Slide 15 - Slide

Zet deze woorden in de Present Continuous:
- Walk
- Hope
- Sit

Slide 16 - Open question

Present Continuous: To Be
I am
You are
He / She / It is
We are
You are
They are

Slide 17 - Slide

You _____ speaking to an officer.
A
am
B
are
C
is

Slide 18 - Quiz

Present Continuous: Samengevat
Wanneer?
- Het is tegenwoordig (Present).
- Je praat over nu, op dit moment

Hoe?
onderwerp - am / are / is - ww+ing

Slide 19 - Slide

Present Simple: Samengevat
Wanneer?
- Tegenwoordige tijd
- Gewoonte of feit
Hoe?
I walk to school.
He walks to school. --> He / she / it




Slide 20 - Slide

Present Continuous: Samengevat
Wanneer?
- Het is tegenwoordig (Present).
- Je praat over nu, op dit moment

Hoe?
onderwerp - am / are / is - ww+ing

Slide 21 - Slide

My mother works five days per week.
A
Present simple
B
Present continuous

Slide 22 - Quiz

I am walking my dog at the moment.
A
Present simple
B
Present continuous

Slide 23 - Quiz

I love music.
A
Present simple
B
Present continuous

Slide 24 - Quiz

My uncle watches TV every Sunday.
A
Present simple
B
Present continuous

Slide 25 - Quiz

My brother is playing Fortnite now.
A
Present simple
B
Present continuous

Slide 26 - Quiz

Look! The car is falling in the water.
A
Present simple
B
Present continuous

Slide 27 - Quiz

Slide 28 - Slide

Leerdoelen
  1. Ik weet wanneer ik de Present Simple moet gebruiken.

  2. Ik weet hoe de Present Simple gemaakt wordt.


*Leerdoelen zijn RTTI geformuleerd (in leerlingentaal).

Slide 29 - Slide

Leerdoelen
  1. Ik weet wanneer ik de Present Continuous moet gebruiken.

  2. Ik weet hoe de Present Continuous gebruikt wordt.
*Leerdoelen zijn RTTI geformuleerd (in leerlingentaal).

Slide 30 - Slide



Slide 31 - Open question

Begrippen uit deze les

Slide 32 - Slide

Begrippen uit deze les

Slide 33 - Slide


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 34 - Open question