les 2 voedselrelaties en kringlopen

1 / 59
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 59 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
startopdracht Biologie – Voedselrelaties en kringlopen

Situatie:
In een natuurgebied leven verschillende planten en dieren samen. Planten gebruiken zonlicht om te groeien, dieren eten planten of andere dieren, en afgestorven materiaal wordt door reducenten (zoals bacteriën en schimmels) afgebroken. Zo ontstaat er een kringloop van stoffen.

Maak de opdracht op het gemaakte blaadje 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
voedselrelaties en kringlopen 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 7 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
           Leerdoelen
  1. Je kunt de groepen organismen in de kringloop van stoffen beschrijven.
  2. Je kunt de kringlopen van water, koolstof en stikstof beschrijven


Checklist:
  • Het leerdoel is in leerlingentaal geformuleerd.
  • Het leerdoel is volgens de RTTI-methodiek geformuleerd.
  • Het leerdoel geeft een omschrijving van de context (inhoud).
  • Er wordt een werkwoord gebruikt in het leerdoel (gedrag).
  • De condities worden weergeven in het leerdoel (voorwaarden).
  • Er zijn succescriteria gekoppeld aan het leerdoel (norm).

Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Kringloop
De producenten, consumenten, afvaleters en reducenten vormen een kringloop


Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Video

Beroepsvoorbeeld ecoloog in dienst van Rijkswaterstaat.
Producenten
Planten: produceren voedsel voor de rest van de voedselketen.

Altijd de eerste schakel.

Autotroof: kunnen zelf energie maken, uit energiearme stoffen.


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Fotosynthese
In bladgroenkorrels (chloroplasten) van planten.

Nodig voor fotosynthese:
  1. Koolstofdioxide
  2. Water
  3. (Zon)licht
Producten van fotosynthese:
  1. Glucose
  2. Zuurstof

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Verbranding bij organismen
Ieder levend wezen doet altijd aan verbranding.
Elke cel doet aan verbranding.

Verbranding is niet altijd even hoog; als je beweegt verbrand je meer/sneller.

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Consumenten
  • Dieren --> consumeren de stoffen die planten hebben gemaakt.
  • Planteneters zijn de tweede schakel = consumenten van de eerste orde
  • Heterotroof: moeten energierijke stoffen binnen krijgen via andere organismen. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Controle: welke organismen zijn producenten? En waarom?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Controle: welke organismen zijn consumenten van de 2e orde? En waarom?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Autotroof en Heterotroof

Autotroof:


  • Organismen die zelf hun voedsel maken (door de fotosynthese)
  • Producenten

Heterotroof:
  • Afhankelijk zijn van andere organismen voor voeding
  • Consumenten en reducenten

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Autotroof en heterotroof
           1e schakel                 2de schakel           3de schakel                4de schakel

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Controle: welke organismen zijn heterotroof? En waarom?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Kringloop
Behalve elkaar opeten, gaan organismen ook dood.

  • Resten van organismen worden afgebroken door afvaleters.
  • Overgebleven resten worden afgebroken door bacteriën en schimmels (reducenten).

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Afvaleters
Eten de dode resten van planten en dieren.

Afvaleters laten ook resten achter.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Reducenten
Bacteriën en schimmels

Zetten stoffen uit de resten van dode organismen om in koolstofdioxide, mineralen en water.

Planten nemen deze mineralen weer op uit de bodem. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Kringloop
De producenten, consumenten, afvaleters en reducenten vormen een kringloop


Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Producenten
Autotroof
'Voeden zichzelf'

Alleen de producenten
Consumenten
Heterotroof
Voeden door een ander

Ook reducenten en afvaleters

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Wel en niet afbreekbaar
Reducenten eten alleen stoffen die biologisch afbreekbaar zijn.
Afbreekbaar
Niet- afbreekbaar

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Biologisch afbreekbaar en niet-biologisch afbreekbaar afval onderscheiden.  
Biologisch afbreekbaar afval 
van planten en dieren, kan wel worden afgebroken door reducenten.  

Niet-biologisch afbreekbaar afval van kunststof, glas, metaal, steen, kan niet worden afgebroken door reducenten.

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Wel/ niet biologisch afbreekbaar
Als in een bos dood materiaal op de grond valt (bladeren, dode dieren) dan zijn er bacteriën en schimmels die dat materiaal afbreken. Na een tijd zie je die bladeren en dieren niet meer terug. Dit noemen we biologisch afbreekbaar.
Ook alle dingen die we maken van plantaardig en dierlijk materiaal is dus biologisch afbreekbaar:
Een leren jas, een rieten mand, papier, broodkorsten, schillen enz.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Kringloop van water

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Slide 29 - Video

This item has no instructions

Plasticsoep
  • Grote hoeveelheden plastic in het water.
  • Valt na verloop van tijd uit elkaar in microplastic --> hele kleine deeltjes. 
  • Dieren krijgen deze deeltjes binnen --> microplastic in de voedselketen --> accumulatie. (via vis ook in menselijk lichaam)

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Slide 31 - Video

This item has no instructions

Het grote Voedselweb
  • Iedereen krijgt straks 1 kaartje
  • Je bent producent of consument of reducent of afvaleter
  • Je gaat opzoek naar je voedselrelaties en beantwoord de vragen op het kaartje
timer
10:00

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Video

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions

Bijzonder ecosysteem
Het waddengebied is een heel bijzonder natuurgebied waar heel veel zeldzame planten en dieren leven. Wat maakt deze plek zo uniek? 
Schrijf de factoren op hoe dit komt, schrijf er ook achter of dit biotisch of abiotisch is. 

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Slide 36 - Video

This item has no instructions

Bijzonder ecosysteem
Een anders bijzonder ecosysteem zijn de Oostvaardersplassen, dat in Flevoland ligt. Er is veel discussie over het afschieten of bijvoeden van edelherten en andere grazers. 

Vinden jullie dat deze gevoed moeten worden, of juist moeten worden afgeschoten? 

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

Waar moet een voedselweb/voedselketen altijd mee beginnen?
A
Consument
B
Producent
C
Reducent
D
Afvaleter

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Waar horen bacteriën en schimmels bij?
A
Consument
B
Producent
C
Reducent
D
Afvaleter

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Een bepaald organisme is autotroof, wat betekend dat? En welke organismen zijn dat?

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Koolstofkringloop
Koolstofkringloop

Slide 42 - Slide

This item has no instructions


Stikstofkringloop

De stikstofkringloop

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Plasticsoep
Kunststof verbrokkelt tot kleinere stukjes

Microplastic

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Hoe kunnen microplastics zorgen voor de dood van zeehonden / vogels?

Slide 45 - Open question

This item has no instructions

Wel en niet afbreekbaar
Reducenten eten alleen stoffen die biologisch afbreekbaar zijn.
Afbreekbaar
Niet- afbreekbaar

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

           Instructie
Checklist:
  • Interactieve uitleg (responsief): wisbordjes, LessonUp check-vragen, Cornell-methode.
  • Een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren.
  • Meertaligheid functioneel inzetten.
  • Iedereen bij de les betrekken.

Slide 47 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 48 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 49 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
       Voorbeelden
Checklist:
  • Dual Coding (woord en beeld combineren)
  • Concrete voorbeelden
  • Herkenbare voorbeelden gerelateerd aan de leefwereld van de leerlingen

Slide 50 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Aan de slag
Checklist:
  • Expliciete instructie voor toepassingsopdracht: wat, hoe, hoe lang, klaar?
  • Afwisseling in oefentypes (herkneden van de lesstof)
  • Eerst voordoen, daarna begeleidt inoefenen, vervolgens zelfstanding en weer samen (ik--wij-jij/jullie-wij)
  • Het leren zichtbaar maken (zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode )
  • Differentiëren waar nodig: heterogeen en flexibel.

Slide 51 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 52 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 53 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 54 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kunt de groepen organismen in de kringloop van stoffen beschrijven.
  2. Je kunt de kringlopen van water, koolstof en stikstof beschrijven



Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 55 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • producenten 
  • consumenten 
  • consumenten van de eerste orde 
  • consumenten van de tweede orde
  • afvaleters
  • reducenten
  • kringloop 
  • autotroof
  • heterotroof
  • strikstofzouten 
  • eiwitten 

Slide 56 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • biologisch afbreekbaar
  • niet-biolgisch afbreekbaar afval 
  • plasticsoep
  •  

Slide 57 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 58 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 59 - Slide

This item has no instructions