De deugdenleer van Aristoteles - Nussbaum en MacIntyre

De deugdenleer van Aristoteles
1 / 16
next
Slide 1: Slide
FilosofieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

De deugdenleer van Aristoteles

Slide 1 - Slide

“Wanneer noem je iemand een goed mens?”

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Aan het einde van de les kan je:

Uitleggen wat de hoofdgedachte is van Ethica Nicomachea in de zoektocht naar een gelukkig (eudaimonia) en geslaagd leven .
De verhouding uitleggen tussen  theoretische wijsheid (sophia) en praktische wijsheid (phronesis). 
Het juiste midden aanwijzen tussen ondeugd en deugd in een concrete ethische situatie.

Slide 3 - Slide

Leesopdracht
Lees de tekst aandachtig door. 

Slide 4 - Slide

1. Wat bedoelt Aristoteles met eudaimonia en waarom is dit het doel van het menselijk leven?

Slide 5 - Open question

Leg het verschil uit tussen sophia en phronesis en geef bij beide een voorbeeld.

Slide 6 - Open question

4. Oefening: het juiste midden (15 minuten)
Bespreek de volgende situatie:
Je ziet dat een vriend wordt gepest in de klas.

A. Bedenk 2 mogelijke reacties die ver uit elkaar liggen. 
B. Wat is hier het juiste midden? Waarom?
C. Bedenk bij iedere reactie een ondeugd of deugd. 

Slide 7 - Slide

Jullie uitwerking van 4. Een vriend wordt gepest.

Slide 8 - Open question

1. Wat betekent phronesis volgens Aristoteles?
A
Kennis van natuurwetten
B
weten hoe in concrete situaties juist te handelen
C
Emotionele ontwikkeling van gevoeligheid
D
Kennis van religieuze wetten

Slide 9 - Quiz

Wat bedoelt Aristoteles met het ‘juiste midden’?
A
Altijd precies tussen twee keuzes in blijven
B
Altijd de meerderheid volgen die weten wat goed is
C
antraxia oftewel onaangedaan blijven
D
De optimale handeling tussen twee ondeugden

Slide 10 - Quiz

Martha Nussbaum
Capabillity Approach

Slide 11 - Slide

Hoe kan iemand volgens jou een “goed leven” leiden?

Slide 12 - Mind map

Capabillity Approach
  1. Leven (een menswaardig leven kunnen leiden)
  2. Lichamelijke gezondheid (toegang tot middelen, dienst- en hulpverlening)
  3. Lichamelijke integriteit (veiligheid en bewegingsvrijheid)
  4. Zintuiglijke waarneming en denken (onderwijs, cultuur)
  5. Emoties kunnen ervaren en ontwikkelen (voelen wat je wil)
  6. Praktisch verstand (je eigen leven plannen)
  7. Relaties kunnen aangaan (omgaan met wie je wil)
  8. Relatie tot andere soorten (in de natuur en met andere levenden mogen interacteren)
  9. Spel (plezier en ontspanning)
  10. Zeggenschap (politieke en sociale participatie)

Slide 13 - Slide

Controlevraag 1: Noteer 3 punten die wijzen op een gemis aan de punten die in de lijst van 10 capabilities voorkomen.

Slide 14 - Open question

Controlevraag 2:
Vind jij dat je in Nederland deze 10 capabilities kunt realiseren? Waarom wel of niet?

Slide 15 - Open question

LEERDOELEN
waar sta je?
wat behoeft nog aandacht?

Slide 16 - Slide