10.3 Katrollen en Takels

1 / 48
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Hoofdstuk 10 : Nask
Welkom Welkom-Kader-4





Benodigheden
- laptop
- Binas
- Rekenmachine 


Welkom Kader 4!

Ga zitten en start met:

Lees 10.3 Katrollen en Takels 

Klaar? 
Ga verder met de opdrachten van 10.3

START IN: 




Tassen op de grond
Jas over je stoel
Telefoons in de kluis
timer
5:00
Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

JdW-klimwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

H1 Elektriciteit
§ 1.1 Elektrische stroom
§ 1.2 Elektriciteit in huis
§ 1.3 Vermogen en energie
§ 1.4 Elektriciteit en veiligheid

H3 Krachten
§ 3.1 Krachten herkennen
§ 3.2 Krachten meten
§ 3.3 Netto-kracht
§ 3.4 Krachten in werktuigen




H9 Schakelingen
§ 9.1 Weerstanden
§ 9.2 LDR en NTC
§ 9.3 Schakelen met een relais
§ 9.4 Elektronische schakelingen

H10 Werktuigen
§ 10.1 Krachten
§ 10.2 Hefbomen
§ 10.3 Katrollen en takels
§ 10.4 Druk

H12 Elektriciteit
§ 12.1 Stroom en spanning
§ 12.2 Spanning transformeren
§ 12.3 Serie- en parallelschakeling
§ 12.4 Elektriciteit en veiligheid



SE2 Kader-4 23-11 t/m 04-12

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1
  • Thema:
  • Benodigde lesmaterialen: BINAS, rekenmachine en etui
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Week 12
week 13
9.1
9.2
9.3
9.4
12.1
12.2
12.3
12.4

PO-ELEK
SO H9 & H10
Herfstvakantie
10.1
10.2
10.3
10.4
HERH
PROEF
SE2
PROEF
SE2
Herh

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1
  • Thema:
  • Benodigde lesmaterialen: BINAS, rekenmachine en etui
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Week 12
week 13
9.1
9.2
9.3
9.4
12.1
12.2
12.3
12.4

PO-ELEK
SO H9 & H10
Herfstvakantie
10.1 &10.2
10.3 & 10.4
exam
reis
PO ELEK &
KRACHTEN
PROEF
SE2
PROEF
SE2
Herh

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Binas, Boek, Chromebook, JdW-map, etui, rekenmachine

          

Slide 8 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Programma
  1. Huiswerk controle
  2. Terugblik en Voorkennis (krachten)
  3. Leerdoelen
  4. Instructie (uitleg)
  5. Zelfstandig werken
  6. Afsluiting
  7. Huiswerk volgende les
timer
3:00

Slide 9 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Huiswerk:

  1. Lees paragraaf 10.2
  2. Maak de opdrachten af van 10.2 1 t/m 10
  3. Eindexamensite

Dank voor jullie aandacht!


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Tekst
Opgaven bespreken
Opgaven bespreken

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Welke vraag/vragen 
vonden jullie lastig?

Slide 12 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
                Leerdoelen behaald?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions


Wat is een hefboom?
A
Krachtverkleiner
B
Krachtversterker

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions


Een hefboom heeft een punt
waar de hefboom om kan draaien.
Hoe heet dat punt?

A
het middelpunt
B
het draaipunt

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions


A
Hefboom A
B
Hefboom B
C
Hefboom C
D
geen van alle

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Ook Maria doet aan fitness.
Je ziet afbeeldingen van twee manieren
waarop Maria zich kan opdrukken.
Met S is het draaipunt bij het opdrukken aangegeven.

Welke manier kost Maria de minste kracht?
A
manier 1
B
manier 2
C
beide manieren kosten evenveel kracht

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

10.2 Hefbomen
10.2 Hefbomen


De tang werkt als een dubbele hefboom. 
De kracht op de draad is hoeveel keer 
zo groot dan de spierkracht?

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

10.2 Hefbomen
10.2 Hefbomen


De kruiwagen werkt als een dubbele hefboom. 
De kracht op de last (F2, zand) is hoeveel keer zo groot dan de spierkracht (F1)?

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen behaald?
                Leerdoelen behaald?
10.2 Hefbomen

  • Je kunt het draaipunt en de armen van een hefboom herkennen. T1
  • Je kunt bij werktuigen beschrijven hoe je met een kleine kracht een grote kracht uitoefent. T2
  • Je kunt bepalen hoeveel keer een werktuig de kracht vergroot die erop werkt. T1
  • Je kunt verschillende soorten hefbomen herkennen. T2
hefboom
draaipunt
arm
werkkracht
last
werkarm
lastarm
enkele hefboom
dubbele hefboom

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Vragen? 

Slide 21 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Leerdoelen

  • Je kunt het verschil tussen vaste en losse katrollen beschrijven. R
  • Je kunt het verschil tussen een takel en een katrol uitleggen. T1
  • Je kunt uitleggen hoe je de kracht met een takel kunt verminderen. T2
  • Je kunt berekenen hoeveel de hijs-kracht door een takel wordt vergroot. T2
  • Je kunt berekenen hoeveel de hijsafstand door een takel wordt verminderd. T1
10.3 Katrollen en takels
  • hijsafstand
  • hijskracht
  • katrol
  • losse katrol
  • takel
  • vaste katrol

                             Leerdoelen

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Veiligheid 
Je kunt uitleggen hoe katrollen en takels bijdragen aan veilig en verantwoord werken.

Verantwoordelijkheid: 
Je begrijpt hoe technische hulpmiddelen lichamelijk zwaar werk kunnen verminderen en kunt dit toepassen in situaties uit het dagelijks leven en beroep.

Probleemoplossend denken:
Je kunt kennis over kracht en afstand gebruiken om bewust en veilig om te gaan met hijsmiddelen.
Leerdoelen burgerschap

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
In deze situatie is de katrol een vaste katrol (afb2). De doos heeft een massa van 20 kg. Er trekt dus een kracht van 200 N aan het touw.
(afb 1)
Een katrol bestaat uit een platte schijf met een groef waar een touw of een kabel in ligt.
De schijf draait om een as (afbeelding 1).
                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
Om de verhuisdoos omhoog te hijsen, moet je met een kracht van 200 N aan het touw trekken.

In het begin is de hijskracht zelfs nog iets groter dan 200 N; anders komt de doos niet in beweging.

Daarna is een hijskracht van 200 N genoeg om de doos verder te laten bewegen.

Een vaste katrol zorgt er niet voor dat je minder hard aan het touw hoeft te trekken.
Hij verandert alleen de richting van de kracht.

In deze situatie is de katrol een vaste katrol (afb2). De doos heeft een massa van 20 kg. Er trekt dus een kracht van 200 N aan het touw.
                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
Sommige voorwerpen zijn zo zwaar.  
In die situaties heb je een takel nodig.
In afb is een takel getekend met één vaste en één losse katrol. 

Een losse katrol beweegt op en neer, samen met het voorwerp dat wordt verplaatst.
Elk stuk touw levert een kracht van 300 N: het stuk touw links doordat jij eraan trekt, het stuk touw rechts doordat het touw aan het plafond is vastgemaakt. 

                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
De takel in de afbeelding maakt vergeleken met een vaste katrol de hijskracht op het voorwerp twee keer zo groot. 

Je hoeft maar met 300 N aan het touw te trekken om een voorwerp van 600 N omhoog te hijsen. 

Dat is de winst van de takel.
                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
Behalve winst is er ook verlies. 

In de afbeelding kun je zien waaraan dat ligt. 
De twee stukken touw waaraan de kist hangt, moeten allebei korter worden gemaakt. 

Daardoor gaat de kist maar één meter omhoog als je het touw twee meter naar beneden trekt. 

Dat is het verlies van de takel.
                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels

Veel takels hebben meer dan twee katrollen.

Hoe groter het aantal katrollen, 
des te groter wordt de hijskracht 
en des te kleiner de hijsafstand.

De hijsafstand is de afstand die het voorwerp omhoog beweegt.

Voor elke takel geldt:
Als het voorwerp aan n stukken touw hangt,
wordt de hijskracht n keer zo groot en de hijsafstand n keer zo klein.


                    10.4 Katrollen en Takels

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

De takel in afb. hiernaast heeft zes katrollen: drie vaste en drie losse.
Alfons heeft een last van 75 kg en wil deze met een takel 8,0 m omhoog hijsen.

Bereken met hoeveel kracht Alfons aan het touw moet trekken (Fs) enhoeveel meter touw hij moet inhalen.

Het voorwerp hangt aan zes stukken touw, dus n = 6.
gegevens
m = 75 kg
h = 8,0 m
gevraagd
Fs = ? N
  • Fz = m · g = 75 × 10 = 750 N
  • De benodigde spierkracht is Fs =Fz/N= 750/6= 125 N.
  • Het aantal meters touw is h · n = 8,0 × 6 = 48 m.


Inoefenen

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

10.3 Katrollen en Takels
                    10.3 Katrollen en Takels

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Begrippen


hijsafstand

Afstand die een voorwerp omhoog beweegt als het voorwerp wordt opgehesen.

hijskracht
Kracht die een touw op een voorwerp uitoefent als het voorwerp wordt opgehesen.

katrol
Platte schijf met een groef waar een touw of een kabel in ligt. De schijf draait om een as.

losse katrol
Katrol die op en neer beweegt, samen met het voorwerp dat wordt verplaatst.






takel
Werktuig dat bestaat uit minimaal een vaste en een losse katrol.

vaste katrol
Katrol die vastzit aan plafond, muur of vloer en daardoor niet op en neer kan bewegen

            Begrippen uit deze les

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Vragen? 

Slide 34 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Aan de slag
Maak: 
van paragraaf 10.3 opdracht 1 t/m 10 
Extra uitdaging maak opdracht op de eindexamensite
Lastig? 
1. Kijk eerst in je boek 
2.Zoek het op m.b.v. de flitskaarten
3. Vraag om hulp



timer
10:00

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen

  • Je kunt het verschil tussen vaste en losse katrollen beschrijven. R
  • Je kunt het verschil tussen een takel en een katrol uitleggen. T1
  • Je kunt uitleggen hoe je de kracht met een takel kunt verminderen. T2
  • Je kunt berekenen hoeveel de hijs-kracht door een takel wordt vergroot. T2
  • Je kunt berekenen hoeveel de hijsafstand door een takel wordt verminderd. T1
  • hijsafstand
  • hijskracht
  • katrol
  • losse katrol
  • takel
  • vaste katrol

10.3 Katrollen en takels

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

                Leerdoelen behaald?
  • Kun je het verschil tussen vaste en losse katrollen beschrijven?
  • Kun je het verschil tussen een takel en een katrol uitleggen?
  • Kun je uitleggen hoe je de kracht met een takel kunt verminderen?
  • Kun je berekenen hoeveel de hijs-kracht door een takel wordt vergroot?
  • Kun je berekenen hoeveel de hijsafstand door een takel wordt verminderd?

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Wat is de werking van een vaste katrol?
A
De richting veranderen van de kracht
B
het halveren van de kracht
C
het verdubbelen van de kracht
D
er gebeurt niets

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions


Uit hoeveel losse katrollen bestaat deze takel?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Als de losse katrol 1 m omhoog gaat, wat is de lengte van het binnengehaald touw?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Je ziet een afbeelding van het apparaat dat John gebruikt.
Als John aan de kabel trekt, gaan de gewichten omhoog.
Over het apparaat staan twee zinnen.
Maak elke zin compleet.
Het apparaat heeft              vaste katrol(len) en

                  losse katrol(len).


Als John 50 cm kabel binnenhaalt, gaan de

gewichten               cm omhoog.

1

2
25
4
100

Slide 41 - Drag question

This item has no instructions

Leerdoelen
10.3 Katrollen en takels
  • hijsafstand
  • hijskracht
  • katrol
  • losse katrol
  • takel
  • vaste katrol

                             Leerdoelen behaald?
Vaste katrol:
Verandert alleen de richting van trekken
Losse katrol:
Je hebt minder kracht nodig
Met een takel kun je een zware last makkelijker tillen
Hijskracht: Wordt kleiner door meer touwen
2 touwen → halve kracht
Hijsafstand: Wordt groter
Onthouden
👉 Minder kracht = meer afstand
👉 Meer katrollen = lichter tillen
  • hijsafstand
  • hijskracht
  • katrol
  • losse katrol
  • takel
  • vaste katrol


  • Je kunt het verschil tussen vaste en losse katrollen beschrijven. R
  • Je kunt het verschil tussen een takel en een katrol uitleggen. T1
  • Je kunt uitleggen hoe je de kracht met een takel kunt verminderen. T2
  • Je kunt berekenen hoeveel de hijs-kracht door een takel wordt vergroot. T2
  • Je kunt berekenen hoeveel de hijsafstand door een takel wordt verminderd. T1

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Vragen? 

Slide 43 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
 NASK Toolbox
                            Nask-Toolbox

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Zet de vier stappen voor het gebruik van een formule in de juiste volgorde.
Gegevens opschrijven
Formule opschrijven
Antwoord opschrijven en eenheid
Berekening opschrijven

Slide 45 - Drag question

This item has no instructions


Schrijf 3 dingen op die
je deze les hebt geleerd

Slide 46 - Open question

This item has no instructions


Stel 1 vraag over iets dat je
deze les nog niet zo goed hebt begrepen

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

Volgende les:
Huiswerk:

  1. Maak de opdrachten op de eindexamensite

Dank voor jullie aandacht!


Slide 48 - Slide

This item has no instructions