TC A1 Thema 2.11 en 2.12

1 / 44
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Programma: 9-2-2026
                                    
Huiswerk nakijken
Herhaling: 2.9-2.10
Uitleg over 2.11 + 2.12
Opdrachten maken 2.11 + 2.12


Slide 2 - Slide

Herhaling

Slide 3 - Slide


  Wie

Waar

 Hoeveel

Wanneer

Slide 4 - Drag question

Wie is de techniekdocent?
A
de tafel
B
de jas
C
Meneer Petersen
D
de school

Slide 5 - Quiz

Wat koopt hij?
A
een appel
B
het kind
C
de cursisten
D
de broer

Slide 6 - Quiz

Hoeveel schriften heb je?
A
morgen
B
de stoel
C
om twaalf uur
D
drie

Slide 7 - Quiz

Wanneer is de volgende vakantie?
A
in de pauze
B
in de klas
C
in februari
D
in Emmen

Slide 8 - Quiz

____doe jij in de pauze?
A
Wat
B
Wie
C
Hoeveel
D
Waar

Slide 9 - Quiz

2.9 Een opdracht maken
Je moet veel opdrachten maken.
Kies het goede antwoord.
Je moet een rondje, kruisje, streep zetten of een lijn trekken.




Je ziet plaatjes op de computer. Je moet typen wat je ziet.

Slide 10 - Slide

Wat zie je op het plaatje?

Slide 11 - Open question

Wat zie je op het plaatje?

Slide 12 - Open question

Wat zie je op het plaatje?

Slide 13 - Open question

Wat zie je op het plaatje?

Slide 14 - Open question

2.10 De maanden van het jaar
Een jaar heeft twaalf maanden.
Januari is de eerste maand.
December is de laatste maand.

Het is vandaag maandag 9 februari.
Maandag is de dag.
9 februari is de datum.

Slide 15 - Slide

2.10 De maanden van het jaar

Slide 16 - Slide

Wanneer ben je jarig?

Slide 17 - Mind map

2.10 De maanden van het jaar
Praat samen

Wanneer ben je jarig?
Ik ben jarig op ...
Hoe spel je die maand?

Slide 18 - Slide

Zet de maanden in de goede volgorde
maand 1
maand 2
maand 3
maand 4
maand 5
maand 6
maand 7
maand 8
maand 9
maand 10
maand 11
maand 12

maart

december

januari

oktober

februari

juni

mei

september

november

april

augustus

juli

Slide 19 - Drag question

2.11 In de pauze           (eerst lezen)
Linda en Karim zijn op school.
Ze praten in de pauze.


drinken, graag
de thee, de koffie
de suiker, de melk
alsjeblieft, dank je wel

Slide 20 - Slide

Video kijken
       Video 2.11 In de pauze

Drinken                          De suiker
Graag                              De melk
De koffie                        Alsjeblieft
De thee                         
Dank je wel

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Link

73.1 - Linda vraagt: 'Wil je wat drinken?'
Wat zegt Karim?
A
Ja graag
B
Nee dank je
C
Dank je wel!

Slide 23 - Quiz

73.2 - Wat wil Karim drinken?
A
Koffie
B
Thee
C
Melk

Slide 24 - Quiz

73.3 - Wil Karim suiker en melk?

A
Ja, hij wil suiker en melk.
B
Hij wil wel suiker en geen melk.
C
Hij wil geen suiker en geen melk.

Slide 25 - Quiz

73.4 - Linda geeft Karim drinken. Wat zegt Linda?

A
Nee, dank je.
B
Alsjeblieft!
C
Dank je wel!

Slide 26 - Quiz

2.11 In de pauze
1. Loop rond in de klas en
stel ALLE vragen aan 5 
cursisten: (vraag 1,2,3 aan                                                                                A, vraag 3,4,6 aan B, ...).
2. Kies een antwoord:
- Ja, graag.
- Nee, dank je.
Stel een nieuwe vraag.

timer
5:00

Slide 27 - Slide

Video 3.1*** Praat je mee?
Wat wil je drinken? Wil je... in de koffie?

Slide 28 - Slide

Vragen 

Wat wil meneer De groot drinken?
Wat wil meneer De Groot eten?

Wat wil Nina drinken?
Wat wil Nina eten?


Slide 29 - Slide

Slide 30 - Link

Zelf maken
Je maakt nu opdracht 75, 76 en 77 zelf in je boek. 


timer
7:00

Slide 31 - Slide

Opdracht 78. Wat hoor je?
Ik speel de tekst af. 
Je vult in je boek de antwoorden in. 
Luister goed!

Slide 32 - Slide

Zelf maken
Maak opdracht 79 zelf. 


timer
2:00

Slide 33 - Slide

80.1 - De cursisten zijn ... school. Het is pauze.

Slide 34 - Open question

80.2 - ... je wat drinken? Ja, graag.

Slide 35 - Open question

80.4 - Wil je ... in de koffie? Ja, graag.

Slide 36 - Open question

80.4 - Wil je ... in de koffie? Ja, graag.

Slide 37 - Open question

80.5 - En wil je melk? Nee, dank je.

Slide 38 - Open question

81. Praat samen
Jullie zijn op school. Het is pauze. 

Cursist A begint. 
Cursist B geeft antwoord.

Slide 39 - Slide

Audio 2.12 
Woorden met -ch of -sch
Pagina 68

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Link

2.12 Woorden met ch of sch
Je ziet: ch. Je zegt g.
lach - acht - opdracht - nicht - licht - dochter

Je ziet: sch. Je zegt: sg.
school - schrift- schoen -schaap - schop - schip

Wat hoor je? Opdracht 84
Schrijf de woorden op.

Slide 42 - Slide

sch
ch

Slide 43 - Drag question

Ik begrijp de les.
😒🙁😐🙂😃

Slide 44 - Poll