Paardenkennis
We gaan kennis maken met het vak, en het de eerste paragraaf van het eerste hoofdstuk behandelen.
Paardenkennis
We gaan kennis maken met het vak, en het de eerste paragraaf van het eerste hoofdstuk behandelen.
Wat kan je verwachten van het vak Paardenkennis?
Je leert alles over het paard: gedrag, voedsel, rijden, lichaamstaal ect.
Je leert omgaan met een paard op de juiste manier.
Je gaat je meer verdiepen in de gedachtes van een paard.
Je leert wat je moet doen in verschillende situaties met je paard.
Het boek heeft 6 verschillende hoofdstukken
Hoofdstuk 1: Gedrag en problemen
Hoofdstuk 2: Lichaamstaal en beweging
Hoofdstuk 3: Voedsel en koliek
Hoofdstuk 4: Dierenarts en zadelen
Hoofdstuk 5: Houding en dressuur
Hoofdstuk 6: Gevaar en springen
Paragraaf 1.1 Gedrag en problemen
Paarden hebben net zoals mensen hun eigen gedrag. Dit gedrag hangt af van hoe de paarden zijn opgegroeid. Als paarden in verkeerde handen zijn gekomen, kunnen ze erg angstig en vluchtig zijn. Of juist boos en bang.
Als paarden in te goede handen zijn gekomen kunnen paarden erg doordrammend zijn, Dit is omdat ze niet op hun flikker krijgen waar nodig is. Maar paarden kunnen dan ook juist rustig, relaxed en braaf zijn. Gedrag hangt ook af van de omgeving waar de paarden in wonen.
Paardenkennis
Hoofdstuk 1: Gedrag en Problemen
Herhaling
Het gedrag van een paard creëren ze door hoe het paard is opgegroeid, woonomgeving en in welke handen ze zijn.
Je moet een paard om zijn donder geven waar nodig is, doe je dit niet? Dan kun je een vervelend paard verwachten.
Een gevolg van slechte opgroei is een onzeker, boos, bang en/of vluchtig paard.
Paragraaf 1.2 Gedrag en Problemen
Een paard kun je net zien als een kind. Je geeft het dier eten, drinken en een plek om te slapen. Is je paard lief, beloon je hem of haar. Is het paard stout, dan moet je ze corrigeren. Maar een paard is niet altijd stout voor de grap, het paard kan ook pijn hebben. Als bijvoorbeeld het zadel niet lekker ligt kan een paard rugklachten krijgen. Dit is een probleem die vaak wordt genegeerd. Het paard gaat dan bokken en/of rennen en krijgt dan op zijn of haar donder, alleen maar omdat het pijn heeft.
Paardenkennis
Hoofdstuk 1: Gedrag en Problemen
Herhaling
Het gedrag van een paard kan ook veranderen door problemen, zoals een verkeerd zadel of te kort bekapte hoeven.
Je paard is niet altijd stout voor de grap, je paard kan ook pijn hebben ergens in zijn of haar lichaam.
Paragraaf 1.3: Gedrag en Problemen
Als je eenmaal een goede band met je paard hebt, dan kan je beter aanvoelen wanneer er iets mis is met je paard. Je ziet dan het gedrag van je paard veranderen. Je moet niet meteen in paniek raken. Maar je moet ook niet niks doen. Laat bijvoorbeeld je instructrice of iemand op stal met veel ervaring kijken. Daarna kan je eventueel de dierenarts bellen. Behalve als het iets ernstigs is, dan gelijk bellen. Op deze manier laat jij al zien dat je paard in goede handen is bij jou!
Paardenkennis
Hoofdstuk 1: Gedrag en Problemen
Herhaling
Als je je paard goed kent, kun je ook beter aanvoelen wanneer er iets mis is met je paard.
Verandering van gedrag van je paard kunnen op verschillende manier komen.
Laat eerst iemand met ervaring naar je paard kijken voordat je in paniek schiet. Je paard kan ook een dagje niet lekker in zijn vel zitten.
Paragraaf 1.4: Gedrag en Problemen
Het slechte gedrag van je paard is ook af te leren. Voor jou is dit slecht gedrag, maar je paard is dit gewend. Als je paard niet stilstaat met opstappen, vind jij dit slecht en stout gedrag, maar je paard is dit gewend en hij heeft zin om te gaan rijden. Je paard kan ook slecht gedrag vertonen omdat je paard bang is. Bijvoorbeeld als je paard weigert het water in te gaan. Je paard is dan bang om het water in te gaan, dit los je op door geduld en herhaling.