4.2 les 3

 H4.2 Duitsland: de Europese reus

1 / 23
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

 H4.2 Duitsland: de Europese reus

Slide 1 - Slide

Terugblik vorige les
Hoe groot is de export van Duitsland (in $)?
Hoe groot is de import van Duitsland (in $)?
Heeft Duitsland een positieve of negatieve handelsbalans? Scroll naar beneden om de samenstelling van het export- en importpakket te bekijken.
Maak voor de export een top 5 van productgroepen (gebruik de legenda).
Is dit kenmerkend voor een ontwikkeld land als Duitsland? Leg uit waarom wel/niet.
Ken je voorbeelden van merken/producten uit de top 5 Duitse exportproductgroepen?

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Leerdoelen van 4.2
1.  Je weet wat de kenmerken van de Duitse industrie zijn.
2. Je weet wat de betekenis van agglomeratievoordelen is.
3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.
4. Je weet welke regionale economische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.


Slide 4 - Slide

3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Secundaire sector
Secondaire sector = Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.

Slide 10 - Slide

Duitsland heeft veel hightech-industrie.
Deze industrie zal niet zo snel verplaatsen naar lagelonenlanden, want er zijn hoogopgeleide mensen voor nodig. Toch werken er relatief weinig mensen in Duitsland in de hightechindustrie, dit komt doordat robots veel van het werk doen.
3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.
Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.

Slide 11 - Slide

3. Je weet dat Duitsland een moderne economie heeft.
Ook de dienstensector ontwikkelde zich in Duitsland.
 -> Dit kwam doordat  steeds hoger opgeleide bevolking, dus ook hoogwaardigere diensten. Er kwam dus meer advocatenkantoren, designbureaus, banken.

• Dienstensector steeds groter aandeel in de economie. Ook bij andere moderne rijke landen zie je dit dit terug.

Slide 12 - Slide

4. Je weet welke regionale economische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Economische ontwikkeling Duitsland: niet overal gelijk, hierdoor ontstonden regionale verschillen.

Belangrijke oorzaak: verdeling in van Oost- en West Duitsland tussen 1945 en 1989

Slide 13 - Slide

4. Je weet welke regionale economische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Belangrijke oorzaak: verdeling in van Oost- en West Duitsland tussen 1945 en 1989

Uitleg oorzaak: Na hereniging was de industrie in het oosten verouderd. Dit kwam omdat ze bestuurd werden door de Sovjet Unie en communistisch waren.

Slide 14 - Slide

4. Je weet welke regionale economische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Belangrijke oorzaak: verdeling in van Oost- en West Duitsland tussen 1945 en 1989

Gevolg: door het communisme konden veel bedrijven uit Oost-Duitsland de concurrentie uit West-Duitsland niet aan konden en gingen failliet, dit zorgde voor grote werkloosheid in Oost-Duitsland. 

Slide 15 - Slide

5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Belangrijke  begrippen:
Sociale bevolkingsgroei


Slide 16 - Slide

5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Belangrijke  begrippen:
Vertrekoverschot
Vestigingsoverschot

Slide 17 - Slide

5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.
Belangrijke  begrippen:
Demografische krimp 


Slide 18 - Slide

5. Je weet welke regionale demografische verschillen er zijn in Duitsland en hoe je die kunt verklaren.

Slide 19 - Slide

Atlaskaarten

Slide 20 - Slide

              Regionale ongelijkheid
W
WAT GEEFT DE KAART WEER (LEGENDA)?
A
Algemene patroon?
WAAR VEEL? WAAR WEINIG? GEBRUIK SPREIDINGSWOORDEN
U
Uitzonderingen
WELKE GEBIEDEN VALLEN BUITEN HET ALGEMENE PATROON?
W
Windrichtingen. 
BESCHRIJF MET BEHULP VAN WINDRICHTINGEN (EN TOPONIEMEN)

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Wat?
Maken in online werkboek:
Hoofdstuk 4 Paragraaf 2 opdr. 1 t/m 10

Hoe?
Zelfstandig of overleg met je buur

Tijd?
15 minuten

Klaar?
Topomania

Aan de slag!

Slide 23 - Slide