This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
vmbo3 hfst 4 en 6 kracht snelheid veiligheid
Slide 1 - Slide
Voor we beginnen
Bewegingsenergie:
Ebew = 1/2 x m x v2 zie Polaris boek pag 180
nu eerst opgave 22 en 24
Slide 2 - Slide
versnelde beweging
constante snelheid
Slide 3 - Drag question
Afstand
Tijd
Snelheid
Je ziet hier een grafiek die nog niet af is.
Er moet nog een lijn door de punten heen en de assen moeten nog een naam krijgen.
Wat moet er op de horizontale
as en wat moet er op de verticale as komen te staan
Slide 4 - Drag question
Afstand
Tijd
Snelheid
Eenheid:
Symbool grootheid:
Symbool eenheid:
Symbool grootheid:
Eenheid:
Symbool eenheid:
Symbool grootheid:
Eenheid:
Symbool eenheid:
s
meter
m/s
meter per seconde
v
m
seconde
t
Slide 5 - Drag question
afstand ➡️
Grootheid
Eenheid
massa ➡️
volume ➡️
tijd ➡️
snelheid ➡️
kracht ➡️
energie ➡️
Sleep de eenheid bij de juiste grootheid
m3
gram
meter per seconde
meter
newton
seconde
joule
Slide 6 - Drag question
a = (Veind- Vbegin) : t
Bewegingsenergie bereken ik met de formule:
Zwaarte-kracht bereken ik met de formule:
versnelling bereken ik met de formule
F = m · g (g=10)
E = ½ · m · v²
Slide 7 - Drag question
kracht
symbool voor kracht in de formule, denk aan het Engelse woord voor kracht!
Eenheid voor kracht en de achternaam van een beroemd persoon!
Symbool voor de eenheid van kracht
grootheid
F
Newton
N
Slide 8 - Drag question
Rekenen met de formule: Fz = m x g
Bereken de zwaartekracht van iemand van 65 kilo op aarde.
Gegevens:
Formule:
Berekening
Gevraagd:
Check:
Fz = 65 x 10
Fz = m x g
g = 10
Fz = 650 N
m = 65 kg
Fz in Newton
g = 2,6
Fz = 65 kg
Slide 9 - Drag question
SPIER-
KRACHT
MOTOR-
KRACHT
ZWAARTE-
KRACHT
Slide 10 - Drag question
Een hardloper van 80 kg loopt met een snelheid van 10 km.u (2,778 m/s). Welke formule geldt voor de bewegingenergie? Bereken zijn bewegingenergie.
E = P x t
F = m x a
4000 J
400 J
71,1 J
308,7 J
Bewegingsenergie bereken ik met de formule:
zijn bewegingsenergie is
E = ½ · m · v²
Slide 11 - Drag question
Je ziet een aatal situaties waar krachten bij betrokken zijn. Sleep de kracht naar de situatie waar die kracht voorkomt. De zwaartekracht telt niet mee.
Spierkracht
Spankracht
Magnetische kracht
Veerkraht
Slide 12 - Drag question
Opdracht :Sleep de soort kracht naar de passende afbeelding.
wrijvingskracht
veerkracht
zwaartekracht
elektrostatische kracht
spierkracht
Slide 13 - Drag question
1
2
3
Sleep het blokje 'grootste kracht' naar de juiste vector.
Let op dat je blokje 1 in blok 1 zet etc.
1: grootste kracht.
2: grootste kracht.
3: grootste kracht.
Slide 14 - Drag question
Voortstuwende kracht
Wrijvingskracht
Spierkracht
Tegenwerkende kracht
Weerstand
Slide 15 - Drag question
Combineer de juiste uitspraken over de resultante met de soort beweging.
De beweging versneld
De beweging van het voorwerp verandert niet
De beweging vertraagd
Het voorwerp verandert alleen van bewegingsrichting
De resultante werkt in de bewegingsrichting
De resultante op het voorwerp is gelijk aan 0 N
De resultante werkt tegen de bewegingsrichting in
De resultante staat loodrecht op de bewegingsrichting.
Slide 16 - Drag question
Welke beweging hoort bij welk v,t-diagram?
eenparige beweging
eenparige versnelling
Eenparige vertraging
Slide 17 - Drag question
Kies de juiste diagrammen bij deze beweging
(x,t)-diagram
(v,t)-diagram
Slide 18 - Drag question
Eenparige beweging
Eenparige versnelling
Eenparige vertraging
Slide 19 - Drag question
WAAR
NIET WAAR
Bij het vallen van de steen is sprake van een eenparige versnelde beweging. De versnelling is constant
Slide 20 - Drag question
WAAR
NIET WAAR
De versnelling kun je uitreken met de formule: versnelling is het verschil in snelheid gedeeld door verschil in tijd