Tag Questions (klas 1)

TAG QUESTIONS
- Dit zijn korte vragen aan het einde van de zin
- Je gebruikt ze om bevestiging te vragen
- Je gebruikt ze vooral in spreektaal
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

TAG QUESTIONS
- Dit zijn korte vragen aan het einde van de zin
- Je gebruikt ze om bevestiging te vragen
- Je gebruikt ze vooral in spreektaal

Slide 1 - Slide

Hoe maak je een tag question?
1) Je neemt de persoonsvorm en het werkwoord uit de hoofdzin
2) Je draait positief en negatief om
3) je plakt het achter de hoofdzin

Slide 2 - Slide

Is de hoofdzin positief? Dan is de tag question negatief:

You are from London, aren't you?

Puk has a brother,  doesn't she?
Is de hoofdzin negatief? Dan is de tag question positief:

Sue is not a friend of yours, is she? 

Your mum doesn't like ice skating, does she?

Slide 3 - Slide

Wat doe je als er meerdere werkwoorden in een zin staan?
1) staat er een hulpwerkwoord (zoals can, will, could, may etc.) of een vorm van TO BE in de zin?  Herhaal dat werkwoord in de tag question.
Bijv: We can play video games tonight, can't we?
          Your sister isn't very tall, is she?

2) staat er GEEN hulpwerkwoord in de zin? 
Gebruik dan gewoon do/does, don't/ doesn't
Bijv: You know who he is, don't you?
          He has an older sister, doesn't he?


Slide 4 - Slide

Which tag question is correct?
Levi is a great swimmer, .....
A
doesn't he?
B
isn't he?

Slide 5 - Quiz

Which tag question is correct?
You are happy with your choice, .....
A
aren't you?
B
don't you?

Slide 6 - Quiz

Which tag question is correct?
Boris really likes that game, .....
A
doesn't he?
B
isn't he?

Slide 7 - Quiz

Which tag question is correct?
Your mum is a great cook, ......
A
is she?
B
isn't she?

Slide 8 - Quiz

Which tag question is correct?
Nora doesn't do her homework, ....
A
doesn't she?
B
does she?

Slide 9 - Quiz

Which tag question is correct?
Your hockeystick is made of wood, ....
A
isn't it?
B
is it?

Slide 10 - Quiz

Vul zelf de juiste tag question in:
They go swimming every morning, .....

Slide 11 - Open question

Vul zelf de juiste tag question in:
Mees and Julia aren't at school right now, .....

Slide 12 - Open question

Vul zelf de juiste tag question in:
Hockey is Canada's national sport, ......

Slide 13 - Open question

Vul zelf de juiste tag question in:
Younes loves to play football, .....

Slide 14 - Open question

Vul zelf de juiste tag question in:
My friend Mara owns the cutest dog, ....

Slide 15 - Open question