2.3 Vruchtbaar worden

Leerdoelen herhalen

  • Je weet wat de functie is van geslachtshormonen.

  • Je weet wat secundaire geslachtskenmerken zijn en kunt hiervan voorbeelden noemen.

  • Je kunt de lichamelijke en geestelijke veranderingen tijdens de puberteit beschrijven.

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Leerdoelen herhalen

  • Je weet wat de functie is van geslachtshormonen.

  • Je weet wat secundaire geslachtskenmerken zijn en kunt hiervan voorbeelden noemen.

  • Je kunt de lichamelijke en geestelijke veranderingen tijdens de puberteit beschrijven.

2.3 Vruchtbaar worden

Thema 2 Voortplanting en seksualiteit

Voorkennis

Waar denk je aan bij het begrip vruchtbaarheid?

Leerdoelen vandaag

  • Je weet hoe zaadcellen worden gevormd en vervoerd.

  • Je kunt beschrijven wat er gebeurt tijdens de menstruatiecyclus.

Vruchtbaarheid

  • Vanaf de puberteit zorgen hormonen voor de productie van zaadcellen en de rijping van eicellen.

  • Vanaf dat moment ben je vruchtbaar.

  • Eicellen en zaadcellen zijn de geslachtscellen van de mens.

  • Bij een bevruchting versmelten een eicel en een zaadcel.

  • Uit een bevruchte eicel kan een nieuw mens ontstaan.

  • Vruchtbaarheid betekent dat iemand zich kan voortplanten.

Voordoen

Vanaf de puberteit, wanneer eicellen rijpen en zaadcellen worden geproduceerd.

Wanneer word je vruchtbaar?

Zelf oefenen

Omdat hormonen tijdens de puberteit ervoor zorgen dat de voortplantingsorganen gaan functioneren en geslachtscellen kunnen produceren of laten rijpen.

Waarom begint vruchtbaarheid pas tijdens de puberteit en niet al bij de geboorte?

Vorming zaadcellen

  • Vanaf ongeveer 13 jaar worden de teelballen actief onder invloed van geslachtshormonen.

  • De teelballen produceren dagelijks miljoenen zaadcellen (spermacellen).

  • De teelballen liggen in de balzak, waar de temperatuur iets lager is dan in de buikholte.

  • Deze lagere temperatuur is gunstig voor de ontwikkeling van zaadcellen.

  • Zaadcellen worden tijdelijk opgeslagen in de bijballen.

  • Een zaadcel bestaat uit een kop en een zweepstaart, waarmee de cel zich kan voortbewegen.

  • Via de zaadleiders gaan zaadcellen naar de zaadblaasjes en de prostaat.

  • De zaadblaasjes en prostaat voegen vocht toe. Samen met de zaadcellen vormt dit sperma.

  • Via de urinebuis verlaat sperma het lichaam bij een zaadlozing.

  • Mannen blijven meestal tot op hoge leeftijd zaadcellen produceren en kunnen daardoor lang vruchtbaar blijven.

Voordoen

Omdat de temperatuur in de balzak iets lager is, wat gunstig is voor de ontwikkeling van zaadcellen.

Waarom liggen de teelballen in de balzak en niet in de buikholte?

Zelf oefenen

Teelbal → bijbal → zaadleider → zaadblaasje/prostaat → urinebuis.

Welke route legt een zaadcel af vanaf de productie tot aan de urinebuis?

Rijping van eicellen en eisprong

  • Eicellen zijn vrouwelijke geslachtscellen.

  • Bij de geboorte zijn alle eicellen al aanwezig in de eierstokken.

  • Eicellen liggen in kleine blaasjes: de follikels.

  • Vanaf de puberteit beginnen follikels te rijpen.

  • Meestal rijpt één follikel verder uit dan de andere.

  • Ongeveer één keer per vier weken komt een rijpe eicel vrij: de eisprong (ovulatie).

  • De eicel wordt opgevangen door de eileider en richting de baarmoeder vervoerd.

  • Een eicel leeft na de eisprong ongeveer 12 tot 24 uur.

  • Wordt de eicel bevrucht, dan kan deze zich ontwikkelen tot een baby.

  • Zonder bevruchting sterft de eicel af.

Voordoen

In de eierstokken, in follikels.

Waar liggen eicellen opgeslagen?

Zelf oefenen

Tijdens een menstruatiecyclus ontwikkelt meestal één follikel zich sneller dan de andere, waardoor deze als eerste een rijpe eicel vrijlaat.

Waarom rijpt meestal maar één follikel volledig uit?

Menstruatie

  • Tijdens de menstruatiecyclus rijpt een follikel met een eicel.

  • De rijpende follikel produceert oestrogeen.

  • Oestrogeen zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt en meer bloedvaten krijgt.

  • Na de eisprong ontstaat uit de resten van de follikel het gele lichaam.

  • Het gele lichaam maakt hormonen die het baarmoederslijmvlies in stand houden.

  • Wordt de eicel niet bevrucht, dan sterft het gele lichaam af.

  • Het baarmoederslijmvlies wordt dan afgebroken en afgestoten.

  • Dit heet de menstruatie (ongesteld zijn).

  • Menstruatie duurt gemiddeld 3 tot 7 dagen.

  • Tijdens de menstruatie kunnen buikkrampen optreden doordat de baarmoeder samentrekt.

Voordoen

Oestrogeen.

Welk hormoon zorgt ervoor dat het baarmoederslijmvlies dikker wordt?

Zelf oefenen

Het gele lichaam sterft af en het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten tijdens de menstruatie.

Wat gebeurt er als een eicel niet wordt bevrucht?

Menstruatiecyclus

  • Na de menstruatie begint een nieuwe follikel in de eierstok te rijpen.

  • Ongeveer 14 dagen na het begin van de menstruatie vindt meestal de eisprong (ovulatie) plaats.

  • Ongeveer twee weken na de eisprong begint meestal de volgende menstruatie.

  • Zo herhaalt de menstruatiecyclus zich steeds opnieuw.

  • De lengte van de menstruatiecyclus verschilt per vrouw.

  • Vooral in de eerste jaren na de puberteit is de cyclus vaak onregelmatig.

  • Bij een onregelmatige cyclus is moeilijker te voorspellen wanneer de eisprong of menstruatie plaatsvindt.

  • Tussen ongeveer het 40e en 60e levensjaar neemt de productie van geslachtshormonen af.

  • Uiteindelijk stoppen de eisprongen en menstruaties.

  • Dit heet de menopauze.

Voordoen

Ongeveer 14 dagen na het begin van de menstruatie.

Wanneer vindt de eisprong meestal plaats?

Zelf oefenen

Omdat de hormoonregeling zich dan nog aan het ontwikkelen is en nog niet altijd regelmatig verloopt.

Waarom komt een onregelmatige menstruatiecyclus vooral voor in de eerste jaren na de puberteit?

Aan het werk!

Maken 2.3: 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.



 


5

m

00

s

Checken leerdoelen

  • Je weet hoe zaadcellen worden gevormd en vervoerd.

  • Je kunt beschrijven wat er gebeurt tijdens de menstruatiecyclus.