Woonhuizen in Goirle (foto: UitGoirle, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Examentraining
Huren, kopen en hypotheek: zo pak je examenvragen aan
Woonhuizen in Goirle (foto: UitGoirle, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Examentraining
Huren, kopen en hypotheek: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: UitGoirle / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan hypothecaire leningen berekenen en vergelijken in examenstijl.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is de lening, het rentepercentage en de looptijd, en welke vorm?
2. Kies: welke formule hoort bij de vraag: lineair, annuïteit of belastingvoordeel?
3. Reken: interest over de schuldrest, dan de aflossing, dan de nieuwe schuldrest.
4. Controleer: schat het antwoord vooraf en kijk of de uitkomst logisch is.
This item has no instructions
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Vraagtype 1: annuïteit berekenen
Annuïteit = lening x i : (1 min (1+i)^-n). De somformule wordt gegeven, maar je moet hem kunnen gebruiken.
Casus: Ilse leent € 100.000 tegen 5% per jaar voor 10 jaar, met een jaarlijkse annuïteit.
Gegeven: (1,05)^-10 = 0,6139.
This item has no instructions
Hoe groot is de jaarlijkse annuïteit van Ilse, afgerond op € 10?
€ 15.000
€ 8.140
€ 10.000
€ 12.950
Syllabus 11.3.3 en 11.3.4. Annuïteit = 100.000 x 0,05 / (1 min 0,6139) = 5.000 / 0,3861 = 12.950 (12.950,0). Verwachte fouten: 8.140 (5.000 / 0,6139 = 8.144,6: de 1 min vergeten), 15.000 (lineaire last in jaar 1: 10.000 + 5.000), 10.000 (aflossing lineair).
De annuïteit is € 12.950. Wat is de schuldrest na twee jaar?
€ 84.100
€ 74.100
€ 87.050
€ 83.703
Syllabus 11.3.4. Jaar 1: interest 5.000, aflossing 7.950, schuldrest 92.050. Jaar 2: interest 4.602,50, aflossing 8.347,50, schuldrest 83.702,50 en afgerond 83.703. Verwachte fouten: 84.100 (twee keer 7.950 aflossen: de aflossing groeit), 74.100 (twee keer de hele annuïteit aflossen) en 87.050 (alleen interest van jaar 1 afgetrokken).
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Vraagtype 2: lineair berekenen
Aflossing = lening : n. Schuldrest na t jaar = lening x (1 min t/n).
Totale last in jaar k = aflossing + rentepercentage x schuldrest aan het begin van jaar k.
Totale interest = lening x i x (n + 1) : 2.
Casus: Emre leent € 360.000 lineair tegen 3% voor 30 jaar.
This item has no instructions
Hoeveel interest betaalt Emre in totaal over de hele looptijd?
€ 324.000
€ 167.400
€ 162.000
€ 334.800
Syllabus 11.3.4. Totale interest = 360.000 x 0,03 x 31 / 2 = 10.800 x 15,5 = 167.400. Controle: eerste jaar 10.800, laatste jaar 12.000 x 0,03 = 360, gemiddeld 5.580, maal 30 = 167.400. Verwachte fouten: 324.000 (jaar 1 maal 30), 162.000 (n in plaats van n + 1) en 334.800 (niet delen door 2).
Chen leent € 300.000 lineair, 3,5%, 25 jaar. Vanaf welk jaar is de last lager dan € 21.000?
Jaar 4
Jaar 6
Jaar 5
Jaar 3
Syllabus 11.3.4. Aflossing 12.000. Last in jaar k = 12.000 + 0,035 x (300.000 min 12.000 x (k-1)) = 22.500 min 420 x (k-1). Jaar 4: 22.500 min 1.260 = 21.240, nog hoger. Jaar 5: 22.500 min 1.680 = 20.820, lager dan 21.000. Verwachte fout: jaar 4 (de schuldrest van na jaar 4 gebruiken) of jaar 6.
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Vraagtype 3: fiscale gevolgen
Belastingvoordeel = interest x aftrektarief. De aflossing is niet aftrekbaar.
Casus: Lotte leent € 240.000 tegen 4% voor 20 jaar. Annuïteit € 17.660.
Jaar 1: interest € 9.600, aflossing € 8.060. Aftrektarief 40%.
This item has no instructions
Wat is Lottes netto last in jaar 2?
€ 13.949
€ 13.820
€ 14.307
€ 5.567
Syllabus 11.3.5. Annuïteit: 240.000 x 0,04 / (1 min 1,04^-20) = 9.600 / 0,543613 = 17.659,62, afgerond 17.660. Aflossing jaar 1: 17.660 min 9.600 = 8.060. Schuldrest na jaar 1: 240.000 min 8.060 = 231.940. Interest jaar 2: 231.940 x 0,04 = 9.277,60. Voordeel 0,40 x 9.277,60 = 3.711,04. Netto last 17.660 min 3.711,04 = 13.948,96, afgerond 13.949. Verwachte fouten: 13.820 (jaar 1: de schuldrest niet bijgewerkt), 14.307 (voordeel over de aflossing van 8.382,40) en 5.567 (alleen netto interest, de aflossing vergeten).
Bij lineair is de aflossing € 12.000. Hoeveel lager is het voordeel in jaar 2?
€ 158
€ 63
€ 1.576
€ 0
Syllabus 11.3.5. Lineair: schuldrest na jaar 1 240.000 min 12.000 = 228.000, interest jaar 2 228.000 x 0,04 = 9.120, voordeel 0,40 x 9.120 = 3.648. Annuïteit: interest jaar 2 9.277,60, voordeel 3.711,04. Verschil 3.711,04 min 3.648 = 63,04, afgerond 63. Controle: verschil in schuldrest 12.000 min 8.060 = 3.940, x 0,04 x 0,40 = 63,04. Verwachte fouten: 158 (het verschil in interest, het tarief vergeten), 1.576 (verschil in aflossing x tarief) en 0 (denken dat het voordeel gelijk blijft zoals in jaar 1).
Woonhuizen in Goirle (foto: UitGoirle, CC BY-SA 4.0)
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Vraagtype 4: vormen en wonen vergelijken
Casus Lotte (€ 240.000, 4%, 20 jaar). Lineair: totale interest € 100.800, last jaar 1 € 21.600.
Annuïteit: totale interest € 113.200, last jaar 1 € 17.660.
Casus Sem en Mira: Mira huurt voor € 10.800 per jaar. Sem koopt: interest € 9.600, aflossing € 8.060, onderhoud € 2.400, belastingvoordeel € 3.840 per jaar.
De aflossing is geen kostenpost (de schuld daalt), wel een uitgave.
Image credit: UitGoirle / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Hoeveel meer interest betaalt Lotte in totaal bij de annuïteit dan bij lineair?
€ 3.940
€ 24.800
€ 0
€ 12.400
Syllabus 11.3.5. Annuïteit: 20 x 17.660 min 240.000 = 113.200. Lineair: 240.000 x 0,04 x 21 / 2 = 100.800. Verschil 113.200 min 100.800 = 12.400. Verwachte fouten: 3.940 (het verschil in last in jaar 1: 21.600 min 17.660), 24.800 (twee keer het verschil) en 0 (denken dat dezelfde rente dezelfde totale interest geeft).
Wat klopt voor Sem in jaar 1, vergeleken met Mira?
Lagere kosten, maar hogere uitgaven dan de huurder
Hogere kosten en hogere uitgaven dan de huurder
Lagere kosten en lagere uitgaven dan de huurder
Hogere kosten, maar lagere uitgaven dan de huurder
Syllabus 11.3.1 en 11.3.5. Kosten van Sem: 9.600 + 2.400 min 3.840 = 8.160, lager dan 10.800 (huur). Uitgaven van Sem: 9.600 + 8.060 + 2.400 min 3.840 = 16.220, hoger dan 10.800. Het verschil is de aflossing van 8.060: dat is vermogensopbouw, geen kostenpost. Verwachte fout: de aflossing meetellen als kosten en dus concluderen dat kopen duurder is.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Annuïteit berekenen
Lineair berekenen
Fiscale gevolgen
Vormen en wonen vergelijken
Bespreek het meest gekozen vraagtype eerst.
EXAMENSTOF · PERSOON · WONEN
Tips voor op het examen
Interest gaat altijd over de schuldrest aan het begin van het jaar.
Lineair: de aflossing is gelijk. Annuïteit: de totale last is gelijk.
Alleen de interest is aftrekbaar, de aflossing niet. Het tarief staat in de opgave.
Maak een schattingscontrole: kan dit bedrag kloppen? En reken twee keer na.
This item has no instructions