Herhaling theme 5 M2

1 / 13
next
Slide 1: Slide
EngelsBasisschoolGroep 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Zet in de juiste volgorde:
He - to the market - on - always - Sundays - goes

Slide 2 - Open question

Woordsoorten
Elk Engels woord hoort bij een woordsoort.
I - we = persoonlijke voornaamwoord 
go = werkwoord
to the zoo = plaatsbepaling
always = bijwoord van frequentie
the = lidwoord
on Sundays = tijdsbepaling

Slide 3 - Slide

Onderwerp
Werk
woord
Lijdend 
voorwerp
Plaats
Tijd
I
walk
my dog
in the park
at night 

Slide 4 - Drag question

Belangrijke woorden
Bijwoorden van frequentie geven aan hoe vaak iets gebeurt in een zin. Bijvoorbeeld: always, never, sometimes, usually, often.
Deze woorden staan altijd bij de werkwoorden:
Bij één werkwoord staan ze ervoor, behalve bij am/are/is/was/were want dan komen ze er achter.
I usually walk to school. I am usually late for school.
She often

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

In welke volgorde moet dit staan:
in school & at two o'clock
A
in school at two o'clock
B
at two o'clock in school

Slide 7 - Quiz

sometimes / on / play / we / Sunday / cards

Slide 8 - Open question

hardly / the / watch / they / TV / afternoon / ever / in

Slide 9 - Open question

o'clock / always / up / I / at / get / seven

Slide 10 - Open question

have / lunch / fish / seldom / for / we

Slide 11 - Open question

rarely / bus / work / by / to / go / they

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Slide