Lesson 3.3 3B12 16.01 Short answers

1 / 28
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

16 January 2023
Monday

Slide 2 - Slide

Afspraken in 2023
  • Als je iets wilt zeggen, steek je je hand op
  • Je luistert en bent dus stil
  • Je werkt mee
  • Je schrijft mee in je schrift/werkboek/Chromebook
  • Je kletst niet met je klasgenoten en reageert niet op/naar anderen
  • Je gebruikt je Chromeboek alleen als het nodig is
  • Je maakt je huiswerk, of je ouders worden geïnformeerd

Slide 3 - Slide

Lesson plan
Unit 3: 
  • Vocabulary 3.4
  • Phrases 3.4
  • Grammar
  • Exercises
  • Homework

Slide 4 - Slide

 Unit 3 Words 3.4, page 171

Slide 5 - Slide

Lesson 3.1+3.2
De link staat in je Classroom
Words 3.4, page 171
WRTS 










timer
10:00

Slide 6 - Slide

Unit 3 Lesson 4
New Phrases Unit 3:  
Lesson 4, page 127













timer
5:00

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide


could/could't

Slide 9 - Slide

Could / Couldn't
Could / couldn't gebruiken we om...
  • een beleefde vraag te stellen;
  • aan te geven dat iets mogelijk is.

Could / couldn't gebruiken we ook...
  • voor iets dat iemand in het verleden kon.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link


Short Answers 

Slide 12 - Slide

What short answers do you know in English?

Slide 13 - Open question

Short Answers 

Slide 14 - Slide

Short answers
 'Can you do it?' 'Yes, we can!'
Een voorbeeld van een vraag met daarop een short answer.

De Engelsen zijn graag heel beleefd en daarom antwoorden zij niet met alleen maar 'Yes' of 'No'. 
Ze maken er altijd een klein zinnetje van. 


Slide 15 - Slide

Hoe maak je een short answer?
Je herhaalt het EERSTE werkwoord uit de vraag. 
In bevestigende zinnen kun je dit woord gewoon overnemen.

Voorbeelden:
Do you know her? Yes, I do.
Can she help you? Yes, she can
Is she famous? Yes, she is

Slide 16 - Slide

Ontkennende short answers (1)
In ontkennende short answers zet je nog 'not' achter het werkwoord of de verkorte vorm n't
Voorbeelden:
Do you like coriander? No, I don't.
Are they a couple? No, they aren't.
Can he speak Chinese? No, he can't.

Slide 17 - Slide

Maar let op: 
Als het onderwerp in de zin 'you' is dan gebruik je in de short answer 'I' of 'we'. Dit is omdat het een vraag is aan jou of jullie. 
Voorbeeld:
Do you smoke? No, I don't.
Are you in love? Yes, I am.
Can we help you? No, you can'
Do you want to leave? Yes, we do. 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Wat is het juiste antwoord op de vraag:

Can you help me?
A
No, you can't.
B
No, I can't.

Slide 20 - Quiz

Wat is het juiste antwoord op de vraag:

Is he a teacher?
A
Yes, he is.
B
Yes, he are.

Slide 21 - Quiz

Wat is het juiste antwoord op de vraag:

Are you guys friends?
A
Yes, you are.
B
Yes, we are.
C
Yes
D
Yes, I am

Slide 22 - Quiz

Wat is het juiste antwoord op de vraag:

Do you want a cup of coffee?
A
No, I want not
B
No, I don't
C
No, you don't
D
No, you want not

Slide 23 - Quiz

Wat is het juiste antwoord op de vraag:

Are you happy?
A
Yes, we are.
B
Yes, you are.

Slide 24 - Quiz

Let's practise
Unit 3 Relationships
Maken:
Unit 3 - Lesson 4 - Speaking - Exc.  45, page 125
ChromeBook - Unit 3 - Lesson 4 - Speaking - + PractiseMore


Slide 25 - Slide

Slide 26 - Link

What did you learn today ?

Slide 27 - Open question

3b12 - 3rd hour, 
Thursday 19
Unit 3 
Leren: Words/Phrases Lesson 1+2+4, page 170/171

Maken:
Unit 3 - Lesson 4 - Speaking - Exc. 45, page 125
ChromeBook - Unit 3 - Lesson 4 - Speaking - + PractiseMore

Slide 28 - Slide