Malmbeg hoofdstuk 1/3

1 / 31
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Over welke competenties moet je beschikken bij welzijnswerk?

Slide 5 - Open question

benoem competenties als activiteitenbegeleider

Slide 6 - Mind map

benoem competenties als daklozenbegeleider

Slide 7 - Mind map

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

geef een voorbeeld van een dilemma

Slide 10 - Mind map

Slide 11 - Slide

Benoem 4 redenen voor het gebruik van een signaleringsplan.

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

10 Patrick (16 jaar) verblijft in een jeugdinrichting. Patrick heeft regelmatig ruzie met zijn medebewoners. De begeleiders van Patrick werken met de stoplichtmethode. Op een avond zoekt Patrick ruzie met een medebewoner. Zijn begeleiders spreken hem hier een aantal keren op aan en gaan ook met hem in gesprek, maar zonder resultaat.
Welke manier van aanspreken is op dit moment de juiste volgens de stoplichtmethode?

A
'Ik hoor je weer schelden en ik vind dit erg vervelend. Wil je hiermee stoppen?'
B
'Ik hoor je weer schelden. Het is beter om nu naar je kamer te gaan.'
C
'Ik merk dat je het moeilijk hebt. Kunnen we iets voor je doen?'
D
'Wij brengen je nu naar je kamer.'

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Welk beroep hoort bij buitenschoolse opvang?
A
pedagogisch medewerker
B
activiteitenbegeleider
C
jongerenwerker
D
geen van allen

Slide 26 - Quiz

welk beroep hoort in een buurthuis?
A
activiteitenbegeleider
B
jongerenwerker
C
begeleider verslavingszorg
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 27 - Quiz

Wat is een moreel dilemma?
A
kiezen uit twee goede oplossingen
B
een probleem dat je niet tegenkomt in de zorg
C
moeilijke keuze; wat is goed en wat is fout?
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 28 - Quiz

een signaleringsplan zet je in bij ;
A
mensen met oplopende spanningen
B
mensen in de terminale zorg
C
mensen in een hospice
D
mensen op een chronische afdeling

Slide 29 - Quiz

In fase oranje bij de stoplichtmethode
A
Praat ik op een rustige manier
B
bemoei ik me niet met andere bewoners
C
zoek ik ruzie met medebewoners
D
ga ik met kopjes gooien

Slide 30 - Quiz

Bij een ingrijpende gebeurtenis waarbij je moet handelen zonder eerst te overleggen, dat noemen we;
A
crisisinterventie
B
koelbloedig handelen
C
werken volgens zorplan
D
geen van allen is goed

Slide 31 - Quiz