Les 2 praktijk Mens & Omgeving H4

1 / 33
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Startklaar 
Welkom klas! In 5 minuten starten we de les!
Jassen uit
Oortjes in de tas 
Mobiel in de tas 
Schoolspullen op tafel 
Laptop op tafel
Tas van tafel 
timer
1:00

Slide 2 - Slide

Doelen H2
Aan het einde van dit hoofdstuk weet je meer over:

- Mensen te woord staan;
- Wat gastvrijheid inhoudt;
- Hoe je mensen registreert, informeert en doorverwijst;
- Het voeren van telefoongesprekken;
- Klachten behandelen.

Slide 3 - Slide

Incheck 
Hoe zit jij erbij?

Slide 4 - Slide

Waar staat LSD voor?

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Slide

Vandaag leer je wat goede omgangsvormen zijn, hoe je een baliegesprek voert, hoe je een telefoongesprek voert & telefoonmemo schrijft 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Telefoneren
Privé telefoongesprek: gesprekken met familie of vrienden.
Zakelijke telefoongesprek: tijdens je werk. Dit kan klant, gast, zorgvrager of collega zijn

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Welke telefoongesprekken voer jij vaak?
A
Prive telefoongesprek
B
Zakelijke telefoongesprek

Slide 11 - Quiz

Oproep
Inkomende oproep: wordt je door iemand gebeld
Uitgaande oproep: bel jij iemand

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Omgangsvormen
Representatief 

beleefdheidsregels:
-jezelf voorstellen
-passend taalgebruik
-houding 
-geen kauwgum

Slide 14 - Slide

Balie medewerker
• Stelt zich representatief en klantgericht op.
• Ontvangt en begroet de klant vriendelijk.
• Voert een informatief en zakelijk gesprek.
• Stemt het taalgebruik af op de klant, met name woordkeuze, wijze van spreken en het stemgebruik.
• Neemt een telefonische mededeling aan en geeft deze via een memo door.
• Maakt een telefonische afspraak.
• Kan schriftelijk rapporteren.
• Neemt netjes afscheid.

Slide 15 - Slide

Wat kan een reden voor een bedrijf zijn om te kiezen voor het dragen van bedrijfskleding.
A
Personeel ruikt dan lekkerder.
B
Personeel is herkenbaar.
C
Personeel heeft dan zelfvertrouwen.
D
Personeel heeft dan schone kleding aan.

Slide 16 - Quiz

Dit is een voorbeeld
van:
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie
C
Informele taal
D
Formele taal

Slide 17 - Quiz

Waar gaan we mee beginnen?

PRAKTIJKOPDRACHT 1 op blz. 55
Van je docent hoor je wat jullie gaan doen

Slide 18 - Slide


PRAKTIJKOPDRACHT 2
Je hoort van je docent wat jullie gaan doen

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Schrijf 3 dingen op waar je tijdens het zakelijk telefoneren op let:

Slide 21 - Open question

Telefoonmemo
Het voeren van een zakelijk telefoongesprek

Leg het gesprek vast:
  • Noteer de datum en de tijd van het gesprek. 
  • Noteer de naam van degene die je gesproken hebt. 
  • Noteer gemaakte afspraken.  
  • Indien nodig, geef informatie door (aan je leidinggevende).

Slide 22 - Slide

Waarvoor gebruik je een telefoonmemo?
A
Om een totaaloverzicht van alle telefoongesprekken te maken.
B
Om alle telefoonnummers in te noteren.
C
Om aan het personeel de regels voor telefoneren duidelijk te maken.
D
Om de belangrijkste gegevens van een telefoongesprek te noteren.

Slide 23 - Quiz

Welke stelling over actief luisteren is NIET juist?
A
Je let op non-verbale signalen.
B
Je maakt oogcontact.
C
Je laat je makkelijk afleiden door je omgeving.
D
Je laat de ander uitpraten.

Slide 24 - Quiz

1

Slide 25 - Video

De klant komt klagen in het filmpje, hij is erg boos. Wat viel je op aan de reactie van de receptioniste?

Slide 26 - Mind map

Slide 27 - Slide

blz 55

Slide 28 - Slide

Voicemail luisteren

Slide 29 - Slide

Je werkt als baliemedewerker in een ziekenhuis. Een oude vrouw meldt zich. Wat is de beste manier om de vrouw aan te spreken?
A
Hoi mevrouw, wat kan ik voor je doen?
B
Hoi mevrouw, wat kan ik voor u doen?
C
Goedemorgen mevrouw, wat kan ik voor je doen?
D
Goedemorgen mevrouw, wat kan ik voor u doen?

Slide 30 - Quiz

Oefenen met telefoneren
Kaart met situatie
in tweetallen

Slide 31 - Slide

Begrippen uit deze les
  • ...
  • ...
  • ... 

Slide 32 - Slide

Evaluatie
Hoe ging de les?
Tip/tops
Hoe was je aandacht tijdens de les?

Slide 33 - Slide