Startrekenen H4 les 2

Startrekenen H4 les 2
1 / 20
next
Slide 1: Slide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Startrekenen H4 les 2

Slide 1 - Slide

Welkom
Check:
- ik zit op mijn plaats.
- ik heb mijn laptop dicht op tafel

Slide 2 - Slide

Wat deden we de vorige les?
tafels tot en met 10

Slide 3 - Slide

Dit doen we vandaag...
Grotere keersommen

Slide 4 - Slide

Leerdoel: ik kan keersommen uitrekenen.

Slide 5 - Slide

Wat zijn keersommen?
Keersommen zijn eigenlijk heel veel plussommen achterelkaar.
Bijvoorbeeld: 2+2+2+2 = 4x2 
Maar ook: 4+4 = 2x4 

Je kunt de keersommen ook 'omdraaien'. 
4x2 is hetzelfde als 2x4, reken maar uit.



Slide 6 - Slide

Grotere keersommen met 0'en
Wanneer er een tiental bijkomt (een 0 erachter), komt er bij de uitkomst ook een 0 achter.

Bijvoorbeeld:
2x30= (ik weet 2x3=6, met een 0 erachter = 60)
dus 2x30=60 en 2x300=600

Slide 7 - Slide

Stappenplan
Als je moet vermenigvuldigen met grote getallen die eindigen op een nul, kun je een slim trucje gebruiken:
1. Verberg de nul: Kijk eerst alleen naar de getallen die geen nul zijn. In plaats van 2 x 30, maak je er 2 x 3 van.
2. Reken de kleine som uit: Dit is een som uit de tafels. 2 x 3 = 6.
3. Zet de nul weer terug: De nul die je in stap 1 hebt weggehaald, plak je nu achter het antwoord. De 6 wordt dan 60.

Slide 8 - Slide

Samen oefenen
Pak je laptop en ga naar lesson-up

Slide 9 - Slide

800
100
600
60
4x200
5x20
2x300
2x30

Slide 10 - Drag question

4x30=
(4x3 = 3+3+3+3. -> 0 terugplakken)

Slide 11 - Open question

2x80=
(2x8= 8+8. -> 0 weer terugplakken)

Slide 12 - Open question

3x50=
(3x5=5+5+5. -> 0 weer terugplakken)

Slide 13 - Open question

2x900=
(2x9=9+9. -> 00 weer terugplakken)

Slide 14 - Open question

Keersommen spiltsen: 4x21
Stap 1: Splits het grote getal
We splitsen het getal 21 in tientallen en eenheden.
• 21 bestaat uit 20 en 1.
Stap 2: Maak twee lossen keersommen
Nu vermenigvuldigen we beide delen apart met 4:
• Eerst de tientallen: 4 x 20 = 80 (Denk aan 4 x 2 = 8, met een nul erachter)
• Dan de eenheden: 4 x 1 = 4
Stap 3: Tel de antwoorden bij elkaar op
Tel de twee uitkomsten samen op voor het definitieve antwoord:
• 80 + 4 = 84. Het antwoord op 4 x 21 = 84.

Slide 15 - Slide

Tafelkaart & raster
2x32=

5x22=

2x34=

4x21=

Slide 16 - Slide

84
110
68
64
4x21
5x22
2x34
2x32

Slide 17 - Drag question

Boek blz. 114
Pak een pen of potlood.
Snap je het? Je mag stil aan het werk.
Begrijp je het nog niet helemaal? Luister mee naar de uitleg.

Slide 18 - Slide

Zelfstandigwerken
Hoe?
Zelfstandig 
Ik loop rond voor vragen
Blz.
114 t/m 118
extra: blz. 119 + 120
Opdr.
17 t/m 22
extra: 23 t/m 25
Klaar?
-Controleer jezelf
-Lever je boek in bij docent
-Ga verder in Numo
Numo-rekenen-taken
Keersommen

Slide 19 - Slide

Wat zijn keersommen?
Reken uit: 6x3

Slide 20 - Slide