8.2 onderhandelen op hoog niveau

§8.2 Onderhandelen op hoog niveau
1 / 27
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieWOStudiejaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

§8.2 Onderhandelen op hoog niveau

Slide 1 - Slide

Lesplanning
  • Terugblik vorige les
  • Lesdoelen 
  • Samen lezen
  • gevangenenprobleem 
  • zelfstandig werken 

Slide 2 - Slide

Terugblik
Verzonken kosten
  • Dit zijn de kosten die als verloren beschouwd moeten worden als de investering geen succes wordt.
  •  Hier kun je van te voren een prognose van maken, terugkijkend kan dit eventuele verlies meevallen of tegenvallen

Slide 3 - Slide

Terugblik
Verzonken kosten
  • Als je investeert in iets wat maar 1 keer gebruikt kan worden, zoals: een festival waarbij je een terrein afhuurt en artiesten al hebt betaald dan heb je hoge verzonken kosten
  • Je kan het maar 1 keer gebruiken, je investering is alleen maar  terug te verdienen op 1 manier...je festival moet doorgaan

Slide 4 - Slide

De zelfbinding geeft eigenlijk aan:
A
Hoe betrokken en afhankelijk je bent als zakelijke partner
B
Hoeveel mensen je om je heen hebt verzameld bij je project

Slide 5 - Quiz

Het investeren in waterstof heeft ..
A
hoge verzonken kosten
B
lage verzonken kosten

Slide 6 - Quiz

Een school neemt een docent aan die elk vak kan lesgeven, dit heeft:
A
Lage verzonken kosten
B
Hoge verzonken kosten

Slide 7 - Quiz

Een klusjesman koopt een universeelboor, hij kan hiermee wel in elk soort materiaal boren, dit heeft:
A
Lage verzonken kosten
B
hoge verzonken kosten

Slide 8 - Quiz

Een klusjesman koopt voor een nieuwe klus een turbolaser-schroevendraaier (50.000 euro) die hij waarschijnlijk alleen voor die ene klus nodig heeft
A
Lage verzonken kosten
B
Hoge verzonken kosten

Slide 9 - Quiz

Bij hoge verzonken kosten wordt je:
A
Onafhankelijker, je kunt altijd 'uitstappen'
B
Afhankelijker van je zakenpartners, je loopt meer risico

Slide 10 - Quiz

Wel ..
A
word je als betrouwbaarder gezien door je zakenpartners
B
hebben je zakenpartners minder vertrouwen in je
C
heeft hierop geen invloed

Slide 11 - Quiz

Lesdoelen
- je weet wat het gevangenenprobleem is
- je kunt uitleggen hoe meeliftgedrag invloed heeft op het gevangenenprobleem
- je kunt uitleggen hoe sociale controle invloed heeft op het gevangenenprobleem

Slide 12 - Slide

Gevangenendilemma
Het gevangenendilemma is een klassiek probleem uit de speltheorie. Het beschrijft een situatie waarin twee individuen (bijvoorbeeld verdachten) moeten kiezen tussen samenwerken of elkaar verraden, zonder te weten wat de ander doet.

Als beiden samenwerken (zwijgen), krijgen ze een relatief milde straf.
Als één verraadt en de ander zwijgt, gaat de verrader vrijuit en krijgt de ander een zware straf.
Als beiden verraden, krijgen ze allebei een middelzware straf.

Het dilemma is dat rationeel eigenbelang (verraden) leidt tot een slechter resultaat voor beiden dan samenwerken.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

H8
-  intro
- het gevangenenprobleem
- Bron 1

Slide 16 - Slide

Op welke manier is Maartje het snelst in Den Haag als alle andere reizigers de auto nemen?
A
Met de auto
B
Met de bus

Slide 17 - Quiz

Op welke manier is Maartje het snelst in Den Haag als alle andere reizigers de bus nemen?
A
Met de auto
B
Met de bus

Slide 18 - Quiz

Wat is dus voor Maartje de beste keuze?
A
De auto nemen
B
De bus nemen

Slide 19 - Quiz

Het gevangenenprobleem
Het probleem waarbij twee partijen (of meerdere partijen) in hun eigen belang een keuze maken door  beide niet het beste resultaat geeft, is het gevangenprobleem

Slide 20 - Slide

Vragen ?
- leerdoelen + controlevragen

Slide 21 - Slide

zelfstandig werken
Opdrachten maken van §8.2 
Maken opdracht 1 t/m 6

laatste 5 minuten doelen + afsluiting met vragen

Slide 22 - Slide

Wat is een van de problemen bij het gevangenenprobleem?
A
Je loopt risico als je voor de keuze gaat die voor iedereen beter zou zijn
B
Iedereen gaat altijd voor de keuze die voor iedereen het beste is

Slide 23 - Quiz

Wat is meeliftgedrag?
A
Als niemand investeert in een betere situatie, behalve 1 iemand die er niet van profiteert
B
Als iedereen investeert in een betere situatie, behalve 1 iemand die er wel van profiteert
C
Iedereen investeert en iedereen profiteert

Slide 24 - Quiz

Sociale controle kan er voor zorgen:
A
Dat meeliftgedrag mogelijk is
B
Dat meeliftgedrag moeilijker wordt
C
heeft geen invloed

Slide 25 - Quiz

Zijn de doelen behaald?
  • Wat is het gevangenenprobleem?
  • Hoe werkt het?
  • Kun je een juiste keuze maken?
 

Slide 26 - Slide

Herhalen!
Maken Test Jezelf H8.1
Maken Test Jezelf H8.2

Slide 27 - Slide