V4 adverbs & past perfect

Adverbs & past perfect
1 / 17
next
Slide 1: Slide
EnglishMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Adverbs & past perfect

Slide 1 - Slide

Adjectives and adverbs

Slide 2 - Slide

He tried ________ to succeed in his job.
A
hard
B
hardly

Slide 3 - Quiz

I would only go back to Canada if I was ______________ ill.
A
terminal
B
terminally

Slide 4 - Quiz

Waarom is het nou 'if I was terminally ill', en niet 'if I was terminal ill'?

--> Daarvoor moet je weten wat voor soort woord 'ill' is (een bijvoeglijk naamwoord (adjective)? een zelfstandig naamwoord (noun)? een bijwoord (adverb)?

--> Daarna kun je de regel toepassen.






Slide 5 - Slide

'ill' is een bijvoeglijk naamwoord, en 'terminally' zegt daar iets over.

Daarom moet je de bijwoord vorm gebruiken met
 -ly.





Slide 6 - Slide

She had prepared her show very _______ .
A
good
B
well

Slide 7 - Quiz

They live in Bristol with their __________ baby George.
A
three months old
B
three-month old
C
three-month-old

Slide 8 - Quiz

* Deze staat niet uitgelegd in de PowerPoint over adjectives and adverbs, dus let op:

Als je woorden zoals 'three months old', of bijv. 'seven years old' voor een zelfstandig naamwoord zet, moeten er streepjes tussen alle drie de woorden staan, en het moet in het enkelvoud staan.

"His seven-year-old sister"






Slide 9 - Slide

The Past Perfect

Slide 10 - Slide

By the time we got to the cinema, the movie ____________.
A
had already started
B
has already started
C
already started

Slide 11 - Quiz

I ____________ abroad before I started this job.
A
have never been
B
had never been
C
never went

Slide 12 - Quiz

The Past Perfect:
Altijd: had + voltooid deelwoord

Wanneer gebruiken:
--> Het gaat over de verleden tijd
--> Alle (evt) andere werkwoorden in de zin staan ook in een verleden tijd (vaak de past simple).
--> iets is gebeurd in het verleden, en je wilt iets zeggen over iets dat nog daarvoor gebeurd is.

Slide 13 - Slide

I was angry when my mother sold my old toys. I __________ them for such a long time!
A
have had
B
had been having
C
had had

Slide 14 - Quiz

Vertaal in het Engels: Ik was net naar de winkel geweest.

Slide 15 - Mind map

Vertaal in het Engels: Ik had net gegeten toen de bel ging (to ring).

Slide 16 - Mind map

I need some more practice with:
adjectives and adverbs
the past perfect
with both subjects
I don't need more practice

Slide 17 - Poll