This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 15 min
Items in this lesson
Vraag & Aanbod
4VWO
Slide 1 - Slide
Een prijsverhoging van fietsen met 3%, leidt tot een stijging van de omzet van fietsen met 0,75%. De vraag naar fietsen is klaarblijkelijk
A
Prijselastisch
B
Prijsinelastisch
C
Inkomenselastisch
D
Inkomensinelastisch
Slide 2 - Quiz
De fabrikanten van een bepaald type speelgoed zijn er door marktonderzoek achter gekomen dat de vraag naar hun product prijselastisch is. Zij willen graag hun omzet vergroten. Welke maatregel is daartoe het meest geschikt?
A
Verkoopprijs verhogen
B
Verkoopprijs verlagen
Slide 3 - Quiz
De vraaglijn van een product verschuift in een jaar evenwijdig naar rechts. Een mogelijke oorzaak van deze verschuiving is.....
A
een hogere prijs van het product zelf.
B
een inkomensstijging bij de consumenten.
C
een prijsdaling van substitutiegoederen
D
een afname van de behoefte aan dit product.
Slide 4 - Quiz
De kruislingse prijselasticiteit van de vraag naar goed X ten opzichte van de prijs van goed Y is positief. Daaruit valt af te leiden dat X en Y .............. zijn.
A
Inferieure goederen
B
Substitutie goederen
C
Luxe goederen
D
Complementaire goederen
Slide 5 - Quiz
Tot de constante kosten van een bakkerij rekenen we...
A
de huur van het bedrijfspand
B
de grondstofkosten
C
brandstofkosten van de bestelwagen
D
geen van bovenstaande antwoorden zijn correct
Slide 6 - Quiz
Gegevens van een tweedehands autobedrijf: • De gemiddelde verkoopprijs van een auto is € 5.000. • gemiddelde variabele kosten zijn € 3.000 per auto en veranderen niet als het bedrijf meer of minder produceert. • De totale constante kosten bedragen € 500.000 Wat is de break-even afzet?
A
100 auto's
B
167 auto's
C
250 auto's
D
500 auto's
Slide 7 - Quiz
Vorig jaar was de aanbodfunctie van een bepaald goed Qa = 10P - 70. Dit jaar is deze Qa = 10P - 63. Door welke oorzaak kan de aanbodfunctie op deze wijze zijn veranderd?
A
Door een prijsdaling van een substitutiegoed
B
Door een daling van de productiekosten voor dit goed.
C
Door een afname van het aantal aanbieders.
D
Door een inkomensstijging bij de vragers.
Slide 8 - Quiz
Als de aanbodlijn evenwijdig verschuift naar links, terwijl de vraaglijn evenwijdig verschuift naar rechts, zal zeker .....
A
de evenwichtsprijs stijgen
B
de evenwichtsprijs dalen
C
de verkochte hoeveelheid stijgen
D
de verkochte hoeveelheid dalen
Slide 9 - Quiz
Door het sterk aantrekken van de wereldhandel verschuift in Nederland de