H2 Inkomen en belasting

H2 Inkomen en belasting
1 / 26
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 26 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

H2 Inkomen en belasting

Slide 1 - Slide

Leerdoel 1

Aan het einde van de les kan ik de belasting berekenen in het schijventarief.

Slide 2 - Slide

Leerdoel 2

Aan het einde van de les kan ik de lorenzcurve aflezen.

Slide 3 - Slide

Voorkennis

Slide 4 - Slide

Opdracht 1.14 bespreken

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Inkomensheffing

Over je loon moet je inkomensheffing aan de overheid betalen, een deel van je loon gaat dus naar de overheid.

Inkomensheffing bestaat uit:
  • loonbelasting 
  • premies volksverzekeringen 

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Stap 1 berekenen inkomensheffing
Vaststellen belastbaar jaarinkomen:

Bruto jaarinkomen uit arbeid 
Bijtellingen +
Aftrekposten -
Belastbaar jaarinkomen

  • Bijtelling -> het eigenwoningforfait en ‘een auto van de zaak’
  • Aftrekpost -> bijv. hypotheekrente, reiskosten als je met OV naar het werk gaat

Slide 9 - Slide

Voorbeeld
Bruto jaarinkomen € 45.000
Hypotheek van € 175.000 met 3% rente
Eigenwoningforfait € 1.080

Bereken belastbaar jaarinkomen

  • € 175.000 x 0,03 = € 5.250 --> hypotheekrente

  • Nu formule toepassen:
  • € 45.000 + € 1.080 - € 5.250 = € 40.830


Slide 10 - Slide

Stap 2 berekenen inkomensheffing




Belastbaar jaarinkomen door de schijven halen.
Belastbaar jaarinkomen: € 15.000. 
Hoeveel belasting moet je betalen?

Tot welke schijf? 
  • Marginaal tarief -> schijf 1 dus 35,82%
  • Schijf 1: € 15.000 x 0,3582 = € 5.373

Slide 11 - Slide

Voorbeeld
Belastbaar jaarinkomen: € 75.000  
Tot en met welke schijf? 
  • Schijf 2, dus marginaal tarief 37,48%
  • Schijf 1: € 38.441 x 0,3582 = € 13.769 -> betalen over schijf 1

  • Hoeveel € valt nu nog in schijf 2?
  • € 75.000 - € 38.441 = € 36.559
  • Schijf 2: € 36.559 x 0,3748 = € 13.702 -> betalen over schijf 2

  • Totaal: € 13.769 + € 13.702 = € 27.471


Slide 12 - Slide

Voorbeeld
Belastbaar jaarinkomen: € 115.000  
  • Tot en met welke schijf?
  • Schijf 3, dus marginaal tarief 49,5%
  • Schijf 1: € 38.441 x 0,3582 = € 13.769 -> betalen over schijf 1

  • Hoeveel € valt in schijf 2? De lengte van de schijf -> € 38.376
  • Schijf 2: € 38.376 x 0,3748 = € 14.383 -> betalen over schijf 2

  • Hoeveel € valt nu nog in schijf 3?
  • € 115.000 - € 76.817 = € 38.183
  • Schijf 3: € 38.183 x 0,495 = € 18.900 -> betalen over schijf 3

  • Totaal: € 13.769 + € 14.383 + € 18.900 = € 47.052



Slide 13 - Slide

Stap 3 berekenen inkomensheffing

  • Korting op het bedrag dat je moet betalen aan belasting.
  • Verschilt per persoon.

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Link

Stappenplan samengevat
Stap 1: Belastbaar jaarinkomen bepalen door:
Bruto jaarinkomen uit arbeid 
Bijtellingen +
Aftrekposten -
Belastbaar jaarinkomen

Stap 2: Belastbaar inkomen door de belastingschijven halen

Stap 3: Heffingskortingen van belasting af
Dan heb je te betalen inkomensheffing :)

Slide 16 - Slide

Theorie
Gemiddelde heffingstarief = inkomensheffing / brutoloon x 100%

Sander heeft een brutoloon van € 18.000 en moet €5.565 inkomensheffing betalen. Iris heeft een brutoloon van € 130.000 en moet € 48.430 inkomensheffing betalen. Bereken voor beide het gemiddelde heffingstarief.

  • Sander: 5.565/18.000 x 100 = 31%
  • Iris: 48.430/130.000 x 100 = 37%

Hoe meer je verdient hoe meer belasting je in verhouding gaat betalen  progressief belastingstelsel

Slide 17 - Slide

Theorie
Soorten belastingstelsels:
  • Progressief = gemiddelde tarief stijgt als inkomen stijgt (dit hebben we in NL)
  • Proportioneel = tarief blijft altijd gelijk (bijv. voor iedereen 25%) 
  • Degressief = gemiddelde tarief daalt als inkomen stijgt

  • Bij progressief worden de verschillen tussen arm en rijk kleiner -> nivellering 
  • Bij proportioneel blijven de verschillen gelijk
  • Bij degressief worden de verschillen tussen arm en rijk groter -> denivellering 

Hoe meer je verdient hoe procentueel je meer belasting gaat betalen -> progressief belastingstelsel

Slide 18 - Slide

Begrippen
  • Heffing = belasting en premies die je moet betalen aan de overheid.
  • Ingehouden loonheffing = ‘voorschot’ dat al naar de belastingdienst is gestuurd door de werkgever.
  • Belastbaar inkomen = Brutoloon + bijtellingen – aftrekposten
  • Bijtellingen = eigenwoningforfait en ‘auto van de zaak’
  • Aftrekposten = zoals hypotheekrente
  • Belastbaar inkomen = dit bedrag haal je door de belastingschijven
  • Gemiddeld heffingstarief = hoeveel % heffing iemand gemiddeld betaalt (loonheffing / brutoloon x 100%)
  • Marginaal tarief = % van de hoogste schijf waar iemand in valt

Slide 19 - Slide

Herverdelen inkomen
  • Primair inkomen = Loon, pacht, huur, rente en winst (inkomen dat ontstaat door het beschikbaar stellen van schaarse productiefactoren.)
   
Primaire inkomen
Inkomstenbelasting en sociale premies -
Sociale uitkeringen en toeslagen +
= Secundaire inkomen (= Besteedbaar inkomen)

  • Overdrachtsinkomens zijn sociale uitkeringen die je ontvangt zonder een bijdrage te leveren aan de productie.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Iedereen gelijk
Lorenzcurve

Slide 22 - Slide

Gini-coëfficiënt

  • De Gini-coëfficiënt is een maatstaf voor inkomensongelijkheid, afgeleid uit de lorenzcurve.

  • Berekening Gini-coëfficiënt:
       


  • Gini-coëfficiënt laag -->  kleinere inkomensverschillen.
  • 0 = iedereen gelijk inkomen
  • 1 = meest ongelijke inkomensverdeling

Slide 23 - Slide

Verdeling

  • Percentielen: 1%-groepen
  • Decielen: 10%-groepen
  • Kwintielen: 20%-groepen
  • Kwartielen 25%-groepen

Slide 24 - Slide

De 80/20 ratio
Formule:
inkomensaandeel 20% hoogste inkomens
inkomensaandeel 20% laagste inkomens 

Wat zegt het antwoord van deze formule? 
Bijvoorbeeld '6'

Slide 25 - Slide

Aan de slag
2.1 t/m 2.3

Klaar? Nakijken en ga verder met:
2.4 t/m 2.11
timer
15:00

Slide 26 - Slide