3B - 3. vk

Welkom!

  • Jas op de kapstok.

  • Ga rustig op je eigen plek zitten.

  • Telefoon in je tas.

  • Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.

  • Tas op de grond.

  • Leg je boek op tafel

  • Wacht rustig tot we beginnen.





1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Welkom!

  • Jas op de kapstok.

  • Ga rustig op je eigen plek zitten.

  • Telefoon in je tas.

  • Koptelefoon op tafel of in je tas. Oortjes uit.

  • Tas op de grond.

  • Leg je boek op tafel

  • Wacht rustig tot we beginnen.





Regels in de klas


  • Blijf van anderen 

    en hun spullen af

  • Zeg iets aardigs
    of zeg niets.


Materialen bij je REKENMACHINE

  • Vinger opsteken

  • Wacht op je beurt 



  • WC na de uitleg



  • Geen eten drinken

  • (eventueel flesje drinken)


Wat gaan we doen vandaag?

Wat weet je nog?






Welke begrippen horen hierbij?

QUIZ Weet je het nog?

Inloggen

Eigen naam gebruiken



Wat zijn de functies van geld?

(meerdere antwoorden mogelijk)

A

ruilmiddel

B

spaarmiddel

C

tekenmiddel

D

rekenmiddel

Hoe kan je elektronisch betalen?

(meerdere antwoorden mogelijk)

A

pinpas

B

smartwatch

C

telefonisch

D

computer

Het bedrag dat op je bankrekening staat heet:

A

krediet

B

schuld

C

saldo

D

maandbedrag

Hoe heet een vergoeding die je bij de bank krijgt voor jouw spaargeld?

A

saldo

B

hypotheek

C

krediet

D

rente

Aflossen is:

A

Het bedrag dat op je bankrekening staat.

B

Geld terugbetalen dat je hebt geleend.

C

Een vergoeding voor je spaargeld.

D

Geld gebruiken dat van een ander is.

Wat bedoelen we met de woningmarkt?

A

Alle woningen die te koop staan

B

Een plek waar je meubels voor je woning kan kopen

C

De vraag naar woningen en het aanbod van woningen die te koop staan.

D

het aanbod van alle woningen die te koop staan

Wat doet een verzekeraar?

A

Meestal niets.

B

Je helpen bij problemen.

C

De financiële gevolgen van schade betalen.

D

Je kan daar geld lenen.

Waar geef jij het meeste geld aan uit?

A

eten

B

gamen

C

kleding

D

andere dingen

Aan de slag

Maken:

enquête sport maken via link in MK


blz. 72 en 73


KLAAR! NAKIJKEN!





10

minute

00

second

Wat heb je geleerd?



Lees een omschrijving voor van een begrip.

Wie weet welk begrip hier bij hoort?