Slim rekenen met rekenwoorden

Slim rekenen met rekenwoorden

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorRekenenISK

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slim rekenen met rekenwoorden

Wat weet jij al over rekenwoorden uit deze les?

Lesdoel

Aan het einde van de les kun je uitleggen wat belangrijke rekenwoorden betekenen en kun je ze gebruiken in oefeningen.

Wat is omgekeerd?

Omgekeerd betekent dat iets andersom is. Bijvoorbeeld: 4 is het omgekeerde van -4.

Verhoudingen herkennen

Een verhouding geeft aan hoe twee dingen zich tot elkaar verhouden. Bijvoorbeeld: 2 appels op 3 peren.

Procentuele afname en toename

Procentuele afname is iets wordt minder, procentuele toename is dat iets meer wordt. Bijvoorbeeld: 20% korting is afname.

Evenwijdig

Evenwijdig betekent lijnen die nooit snijden. Ze blijven even ver van elkaar.

Lijndiagram en staafdiagram

Met een lijndiagram kun je veranderingen zien. Een staafdiagram laat hoeveelheden vergelijken.

Driedimensionale figuren: de cilinder

Een cilinder heeft twee ronde kanten en een rechte zijkant. Bijvoorbeeld: een blikje.

Reflectie

Welke rekenwoorden ken je nu beter? Kun je een voorbeeld geven van een rekenwoord uit deze les?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.